<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:55:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202103842</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:323">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:54:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:323 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-06-2022 / AUA202103842</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:323:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Schuldvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:323:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="48b51890-1f1f-4a79-ac50-decbf3ceb27a" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 15 juni 2022 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA202103842</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DUVIT HOLDINGS VBA.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Duvit,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[naam gedaagde 1], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde 1]</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[naam gedaagde 2],</emphasis></para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde 2],</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure tot en met 4 mei 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit </para>
        <para>Gerecht van die datum. Bij dat vonnis is een comparitie van partijen gelast.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De comparitie van partijen heeft op 31 mei 2022 plaatsgevonden. Namens Duvit is verschenen mevrouw [naam counsel], legal counsel incasso, bijgestaan door mr. Kloes voornoemd. [gedaagde 1] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. [gedaagde 2] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>gedaagde 1] is op 10 april 2018 een huurkoopovereenkomst aangegaan met Duvit, waarbij zij een bedrag van Afl. 8.518,43 in verbruikleen heeft ontvangen. In de overeenkomst is een rente overeengekomen van 12% per jaar, alsmede dat Duvit aanspraak maakt op betaling van buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde 1] is de overeenkomst ten behoeve van [gedaagde 2], haar halfbroer, aangegaan. [gedaagde 2] heeft de aldus gekochte goederen geleverd gekregen en zou aan de betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst jegens Duvit voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst zijn door [gedaagde 1] (en [gedaagde 2]) niet nagekomen. Bij brief van 8 september 2021 is [gedaagde 1] gesommeerd de overeenkomst na te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij door Duvit, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ondertekende vaststellingsovereenkomst van 24 september 2021 heeft [gedaagde 2] zich verbonden om vanaf 31 oktober 2021 een bedrag van Afl. 473,25 per maand te betalen, totdat de gehele lening, vermeerderd met rente en kosten, is afgelost. Tevens is bepaald dat indien de overeenkomst niet wordt nagekomen, de gehele schuld ineens opeisbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5 [</nr>
      <para>gedaagde 2] heeft niet aan deze overeenkomst voldaan. Hij is inmiddels opgenomen in een programma in het buitenland in verband met een drugsverslaving. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Krachtens daartoe door de rechter van dit Gerecht verstrekt verlof heeft Duvit tot zekerheid van betaling van haar vordering op 26 november 2021 conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van [gedaagde 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING EN DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Duvit vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden veroordeelt om aan haar te betalen: </para>
      <para>- het bedrag van Afl. 12.824,58, vermeerderd met de overeengekomen rente van 12% per jaar vanaf 8 september 2021 tot de dag der algehele voldoening; </para>
      <para>- het bedrag van Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten; en</para>
      <para>- de proceskosten, waaronder begrepen de griffierechten van Afl. 750,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aan haar vordering legt Duvit ten grondslag dat gedaagden hun verplichtingen uit de overeenkomsten niet zijn nagekomen en wanprestatie plegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Tegen de niet verschenen [gedaagde 2], die behoorlijk is opgeroepen, wordt verstek verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>gedaagde 2] heeft zich bij de overeenkomst van 24 september 2021 tot betaling van het thans gevorderde verbonden. Gelet hierop en nu hij, door niet te verschijnen, de vordering ook niet heeft weersproken, is de vordering jegens hem toewijsbaar. [gedaagde 1] op haar beurt heeft de vordering niet betwist. Zij hoopt tot een passende betalingsregeling te komen, al dan niet door verlaging van het maandelijks via het beslag op haar loon ingehouden bedrag. Ook voor wat betreft [gedaagde 1] is de vordering dan ook toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Duvit en [gedaagde 1] hebben ter comparitie afgesproken dat [gedaagde 1] stukken aan Duvit zal overleggen waaruit volgt dat niet is gezegd dat haar huidige arbeidsovereenkomst per 31 januari 2023 wordt beëindigd en dat Duvit dan per juni 2022 het door middel van het beslag op het loon van [gedaagde 1] ingehouden bedrag zal laten verlagen tot Afl. 700,- per maand.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De vorderingen tot betaling van de overeengekomen rente en de buitengerechtelijke incassokosten zullen, nu deze niet zijn bestreden, eveneens worden toegewezen als hierna vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van Duvit, inclusief die voor het gelegde beslag, worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 1.505,05 aan explootkosten en op Afl. 3.000,00 aan salaris voor gemachtigde, in totaal derhalve op Afl. 5.255,05.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht: </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om aan Duvit te betalen het bedrag van Afl. 12.824,58, vermeerderd met de overeengekomen rente van 12% per jaar vanaf 8 september 2021 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling aan Duvit van de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure, die van het beslag daaronder begrepen en tot op heden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 1.505,05 aan explootkosten en op Afl. 3.000,00 aan salaris voor gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>verklaart in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>