<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:46:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202100890</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:41:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:321 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-06-2022 / AUA202100890</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Het gaat in deze zaak om de vraag wie als opdrachtgever van eiser gehouden is het openstaande bedrag te voldoen. Het gerecht gaat er dan ook vanuit dat [gedaagde sub 2], toen hij opdracht gaf aan [eiser] voor de constructiewerkzaamheden van het project Le Vent Condominiums, hij dat voor zichzelf deed en hij zich persoonlijk verbond om [eiser] als tegenprestatie voor het door hem te verrichten constructiewerk te betalen. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="24b4523d-ed13-45c4-8392-f473219dcb10" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9638a5f6-a005-4f4f-8c34-18d21c3fc98f" depth="1116" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 15 juni 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA202100890</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARINCE TECH N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Arince,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.S. Croes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het inleidend verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek, met producties;</para>
        <para>-de op 16 maart 2022 tegen Arince verleende akte van niet dienen van een conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiseres] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <para>a. voor recht verklaart dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst (hierna: de koopovereenkomst) per 11 november 2020 buitengerechtelijk door [eiseres] is ontbonden, althans die overeenkomst alsnog ontbindt op grond van wanprestatie;</para>
      <para />
      <para>b. Arince veroordeelt om aan [eiseres] terug te betalen Afl. 26.439,40, zijnde het door [eiseres] krachtens de koopovereenkomst aan Arince betaalde totaalbedrag, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend;</para>
      <para />
      <para>b. in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Arince voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voorzover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Arince wordt daarom verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Arince heeft de met foto’s onderbouwde door [eiseres] bij gelegenheid van repliek opgeworpen nadere stellingen niet (nader) bestreden. Vast komt daarom te staan dat Arince van de 13 bij partijen genoegzaam bekende door [eiseres] bestelde en betaalde producten er 12 heeft geleverd aan [eiseres], en dat van die 12 producten er bij de levering daarvan 8 waren beschadigd als gevolg van het omvallen van de container waarmee die producten in opdracht van Arince vanuit het buitenland naar Aruba waren vervoerd. Verder komt daarom vast te staan dat Arince ondanks toezeggingen daartoe de beschadigde producten niet heeft gerepareerd of niet heeft willen vervangen met niet beschadigde identieke van pvc met dubbel glas in het midden vervaardigde producten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Uit vorenstaande vaststaande omstandigheden vloeit voort dat Arince toerekenbaar tekort is geschoten in haar uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen jegens [eiseres] en dat Arince te dien aanzien in verzuim is geraakt. Dat verzuim levert voor [eiseres] grond op voor de ontbinding van de koopovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Tegen voormelde achtergrond heeft [eiseres] onbestreden gesteld dat ontbinding van de hele koopovereenkomst noodzakelijk is, omdat zij thans bij een ander bedrijf een nieuwe bestelling moet plaatsen waardoor de te leveren producten nooit dezelfde zullen zijn als de door Arince geleverde producten. [eiseres] heeft in dat licht verder onbestreden gesteld dat in geval van partiële ontbinding zij nooit volledig herstel van de wanprestatie van Arince kan bewerkstelligen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Vorenstaande en de omstandigheid dat [eiseres] niet of onvoldoende bestreden heeft gesteld dat zij krachtens de koopovereenkomst in totaal het thans door haar gevorderde bedrag aan Arince heeft betaald brengen met zich dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden toegewezen als na te melden. De nevenvordering van [eiseres] ter zake van wettelijke rente zal, als zijnde niet door Arince bestreden, worden toegewezen, met dien verstande dat voor de ingangsdatum van die rente de datum van indiening van het verzoekschrift in aanmerking zal worden genomen nu [eiseres] geen andere ingangsdatum van die rente heeft gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Arince zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 192,14 =) Afl. 942,14 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5 ad Afl. 1.250,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para>-verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst per 11 november 2020 buitengerechtelijk door [eiseres] is ontbonden op grond van wanprestatie zijdens Arince;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Arince om aan [eiseres] terug te betalen Afl. 26.439,40, zijnde het door [eiseres] krachtens voormelde koopovereenkomst aan Arince betaalde bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Arince in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 942,14 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders door [eiseres] verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>