<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:31:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202102818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T13:29:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:319 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-06-2022 / AUA202102818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Schuldvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f5da3605-1cb6-4439-a0fe-dcf1580f08d2" depth="1145" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f2a7e8fa-8f95-4828-87a1-7cc999d68d58" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 15 juni 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA202102818</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PEPIA EST N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Pepia,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ALBOJAPA ENTERPRISES VBA h.o.d.n. ALTAMAR RESTAURANT N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Altamar,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 30 maart 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie zou plaatsvinden op donderdag 28 april 2022. Die comparitie heeft op verzoek van Pepia van 26 maart 2022 (en onder gelijktijdige intrekking van de door haar gevorderde (beweerdelijke) contractuele rente ad 1,5% maandelijks over de hoofdsom) en met instemming van Altamar geen doorgang gevonden, waarna de zaak voor vonnis is verwezen naar de rol.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Na vermindering van eis verzoekt Pepia dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Altamar veroordeelt:</para>
      <para />
      <para>a. om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021, althans vanaf 29 september 2021, en met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
      <para>b. in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Altamar voert verweer. Altamar erkent dat zij het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is aan Pepia, maar stelt dat zij geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is aan Pepia.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Uit het tussenvonnis volgt dat de hiervoor onder a. omschreven vordering zal worden toegewezen als na te melden, behoudens de nevenvordering ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Altamar zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 230,65 =) Afl. 980,65 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt van tarief 6, ad Afl. 1.500,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Altamar om aan Pepia te betalen Afl. 67.293,01, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Altamar in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Pepia, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.480,65;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders door Pepia verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 15 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>