<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-14T15:01:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201902975</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:179">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-14T15:01:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:179 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 28-04-2022 / AUA201902975</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:179:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De bank heeft op goede gronden besloten dat appellante vanaf 1 augustus 2019 geen recht meer heeft op tegemoetkoming wegens granulosacel tumor nu zij wegens dezelfde ziekteoorzaak reeds (meer dan) twee jaar tegemoetkoming heeft ontvangen. Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:179:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 28 april 2022</para>
    <para>CVB nr. AUA201902975</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">COLLEGE VAN BEROEP</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de Landsverordening Ziekteverzekering (LZv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Belanghebbende],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de beslissing van 13 augustus 2019 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen de bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>HET PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beslissing van 13 augustus 2019, door appellante ontvangen op 19 augustus 2019, heeft de bank besloten dat appellante vanaf 1 augustus 2019 geen recht meer heeft op toekenning van ziekengeld in verband met een toename van het recidief van een granulosaceltumor, omdat twee jaren zijn verstreken sinds de melding van voornoemde ziekte. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing heeft appellante op 2 september 2019 schriftelijk beroep aangetekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 november 2019 heeft de bank een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 27 mei 2021 van dit college behandeld, waar zijn verschenen appellante in persoon en voor de bank [A], juridisch adviseur, en [B], verzekeringsarts, bijgestaan door de advocaat voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Standpunten van partijen</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar geen ziekengeld meer toe te kennen en stelt zich op het standpunt dat de beslissing heroverwogen moet worden, omdat het om een potentieel levensbedreigende oncologische ziekte gaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Aan de bestreden beschikking heeft de bank ten grondslag gelegd dat appellante vanaf 29 april 2018 geen recht meer heeft op tegemoetkoming wegens granulosaceltumor, omdat de ziektemeldingskaart nummer [nummer], waaronder zij werd gecontroleerd, op dat moment expireerde. Thans is sprake van eenzelfde ziekteoorzaak zodat appellante geen recht meer heeft op tegemoetkoming. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>2. In geschil is de vraag of de bank op goede gronden heeft besloten dat in dit geval sprake is van eenzelfde ziekteoorzaak als bedoeld in de tweede volzin van artikel 5, eerste lid, van de LvZv.</para>
      <para>Het College neemt bij de beoordeling het volgende in aanmerking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, voor zover thans van belang, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op ziekengeld vanaf de vierde dag van de ziekmelding. Het recht op ziekengeld ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt na twee jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Appellante heeft zich op 13 januari 2014 voor het eerst bij de bank arbeidsongeschikt gemeld wegens granulosaceltumor aan de eierstok. Zij werd toen onder ziektemeldingskaart [nummer] gecontroleerd en ontving van 13 mei 2014 tot en met 7 september 2014 tegemoetkoming.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Appellante heeft zich vervolgens op 29 april 2016 bij de bank arbeidsongeschikt gemeld wegens buikpijnklachten. Omdat de diagnose nog niet was gesteld is appellante toen onder ziektemeldingskaart [nummer] gecontroleerd. Appellante werd in Nederland geopereerd en keerde op 8 april 2017 terug naar Aruba. Uit de ontvangen medische informatie bleek dat appellante was geopereerd vanwege een recidief granulosacel tumor en dat er geen kans is op definitieve curatie. Deze ziektemeldingskaart expireerde op 29 april 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Appellante heeft zich op 13 mei 2019 arbeidsongeschikt gemeld bij de bank en werd op 15 mei 2019 gecontroleerd. Appellante was door haar arts verwezen naar een nefroloog. Zij kreeg onder ziektemeldingskaart [nummer] tegemoetkoming.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Op 31 juli 2019 ontving de bank informatie uit de curatieve sector. Daaruit bleek dat de ziekte van appellante door een toename van de tumormassa van de granulosacel tumor wordt veroorzaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Bij de bestreden beslissing heeft de bank geconcludeerd dat appellante wegens granulosaceltumor reeds twee jaar ziekengeld heeft genoten en dat zij ter zake deze ziekteoorzaak geen aanspraak meer heeft op ziekengeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Niet in geschil is dat appellante vanaf 29 april 2016 onder ziektemeldingskaart [nummer] aanspraak had op ziekengeld wegens een (recidive) granulosacel tumor. Derhalve had zij vanaf 29 april 2018 geen aanspraak meer op ziekengeld ter zake van die ziekteoorzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Zoals door het College eerder is geoordeeld, en conform de geldende jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba<footnote-ref linkend="_4d2b8184-d34a-4b9a-8992-b26985b9fc16" />, is de tekst van de wet duidelijk en biedt deze geen ruimte voor een andere uitleg, dan dat de termijn van twee jaren – waarmee twee kalenderjaren worden bedoeld – aanvangt op de eerste dag van ziekmelding. De wettelijke termijn van twee jaren geldt dan ook ongeacht de vraag of binnen die termijn sprake is geweest van periodes van arbeidsgeschiktheid. Voor een verlenging van de aanspraak op ziekengeld ter zake van dezelfde ziekteoorzaak, zoals door appellante verzocht, biedt de wet geen mogelijkheid. Het College ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen aanleiding om op deze uitleg terug te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Uit het bovenstaande volgt dat de bank op goede gronden heeft besloten dat appellante vanaf 1 augustus 2019 geen recht meer heeft op tegemoetkoming wegens granulosacel tumor nu zij wegens dezelfde ziekteoorzaak reeds (meer dan) twee jaar tegemoetkoming heeft ontvangen. Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>Het college:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven op 28 april 2022 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, H. Dirksz, en E.E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4d2b8184-d34a-4b9a-8992-b26985b9fc16" label="1">
    <para> Vgl. Hof uitspraak van 9 oktober 2015, <emphasis role="italic">LJN </emphasis>ECLI:NL:OGHACMB:2015:14</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>