<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-06T11:31:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:OGEAA:2022:217</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR AUA202001127</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:127">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:127</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-18T12:40:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:127 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-03-2022 / AR AUA202001127</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:127:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verifieerbare vordering, faillissement.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:127:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a01cc9ba-bca2-4e92-a670-efd0384e3dbe" depth="1145" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="22ce03ac-3546-46bd-b15d-6844bec8621d" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 30 maart 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA202001127	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">Stuart Security Services VBA,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna: SSS,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.A.V. Carlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ESF Gaming International N.V.</emphasis>, h.o.d.n.<emphasis role="bold"> Cool Casino</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>hierna: ESF,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.G. Kock.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, ingekomen op 28 april 2020,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord, </para>
      <para>- de conclusie van repliek,</para>
      <para>- de (mondelinge) conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>SSS vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ESF veroordeelt tot betaling aan SSS van een bedrag van Afl. 13.609,63 vermeerderd met Afl. 2.014,44 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf 17 april 2020, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>SSS legt daaraan ten grondslag dat zij aan ESF beveiligingsdiensten heeft verleend en daarvoor facturen heeft gestuurd, die ESF ondanks aanmaning en sommatie onbetaald heeft gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>ESF voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De stellingen van partijen worden indien nodig hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat het hem ambtshalve bekend is dat ESF bij vonnis van dit gerecht van 8 maart 2020 in staat van faillissement is verklaard. De vordering van SSS is een verifieerbare vordering. Op grond van artikel 25 Faillissementsverordening (Fv) moeten zulke vorderingen in beginsel ter verificatie bij de curator worden ingediend. Artikel 27 Fv zondert daarvan uit verifieerbare vorderingen in lopende procedures waarin al vonnis is gevraagd. Dat is hier het geval. Het faillissement van ESF is uitgesproken (kort) nadat partijen vonnis hadden gevraagd. Dat betekent dat het gerecht vonnis zal wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij conclusie van antwoord heeft ESF de stellingen van SSS betwist en geconcludeerd dat de vorderingen van SSS moeten worden afgewezen, omdat zij thans geen bedrag aan SSS verschuldigd is. Dat is geen onderbouwd verweer. SSS heeft haar vordering vervolgens nader onderbouwd, waarna ESF zich heeft gerefereerd aan het oordeel van het gerecht. Het gerecht leidt daaruit af dat ESF haar verweer prijsgeeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dat leidt tot de slotsom dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals gevorderd, tot de dag van betaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu niet aannemelijk is gemaakt dat deze kosten zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal ESF de proceskosten van SSS moeten vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt ESF tot betaling aan SSS van een bedrag van Afl. 13.609,63 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van betaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt ESF in de proceskosten aan de kant van SSS begroot Afl.  2.968,64 waarvan Afl. 2.000,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 4);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en is uitgesproken door de rolrechter ter openbare terechtzitting van woensdag 30 maart 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>