<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T17:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202001980</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:123">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T17:04:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:123 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-04-2022 / AUA202001980</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:123:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:123:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 6 april 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA202001980	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te Aruba, </para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.J. Hart,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam gedaagde], </emphasis>
      </para>
      <para>wonend te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>hierna: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, ingekomen op 17 augustus 2020,</para>
      <para>- het schriftelijk antwoord, </para>
      <para>- de conclusie van repliek,</para>
      <para>- het schriftelijk antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1. [</nr>
      <para>eiser] vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van Afl. 340.024,83 vermeerderd met de overeengekomen rente van 6% per jaar, de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 4.500,-- en de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2. [</nr>
      <para>eiser] voert daartoe -samengevat- aan dat hij aan [gedaagde] een geldlening heeft verstrekt en advocaatkosten voor hem heeft voorgeschoten. Ondanks aanmaning blijft [gedaagde] in gebreke met de terugbetaling van de geldlening en de voorgeschoten advocaatkosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3. [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De stellingen van partijen worden hierna, indien nodig, besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5. [</nr>
      <para>gedaagde] erkent dat [eiser] hem een geldlening heeft verstrekt tegen een rente van 6% per jaar en dat hij met de terugbetaling daarvan in gebreke is. Hij erkent de vordering van [eiser] op grond van de geldlening tot een bedrag van Afl.329.524,--per 1 juli 2020. Dat bedrag komt overeen met het overzicht dat [eiser] als productie 2 in het geding heeft gebracht. De vordering van [eiser] is tot dit bedrag toewijsbaar. De gevorderde overeengekomen rente zal het gerecht toewijzen vanaf 1 juli 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6. [</nr>
      <para>gedaagde] betwist dat hij [eiser] geld is verschuldigd in verband met voorgeschoten advocaatkosten. Hij stelt dat [eiser] op eigen beweging en zonder overleg een advocaat heeft ingeschakeld in een juridische kwestie die [gedaagde] had met een andere partij. [eiser] heeft in reactie daarop niet meer gesteld dan dat [gedaagde] een rechtszaak wilde beginnen, maar daar geen geld voor had, waarna [eiser] de advocaatkosten heeft voorgeschoten. [eiser] heeft niet gesteld dat hij met [gedaagde] een afspraak heeft gemaakt over het voorschieten van advocaatkosten en de terugbetaling daarvan door [gedaagde]. In dit verband valt op dat de rekening van de desbetreffende advocaat aan [eiser] is gericht. Kennelijk was hij de opdrachtgever. Nu [eiser] ten aanzien van de feitelijke grondslag van deze vordering onvoldoende heeft gesteld, is voor bewijslevering geen ruimte en zal de vordering worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen nu niet voldoende is gesteld of gebleken dat dergelijke kosten (anders dan kosten waarvoor de proceskosten een vergoeding insluiten) daadwerkelijk zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De overige stellingen van partijen kunnen onbesproken blijven nu die niet tot een ander oordeel leiden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] de proceskosten en de beslagkosten van [eiser] moeten vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 329.524,83 vermeerderd met de overeengekomen rente van 6% per jaar vanaf 1 juli 2020 tot de dag van betaling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen, aan de kant van [eiser] begroot op Afl. 9.768.,-- waarvan Afl. 6.000,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 8);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, ter openbare terechtzitting van woensdag 6 april 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>