<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T11:41:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202000477</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-16T11:38:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:103 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-04-2022 / AUA202000477</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verrekeningsverweer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5fac587c-f692-4e38-8e57-497999af1c4a" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 20 april 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA20002481	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISERES],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna: [Eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.R. Zeppenfeldt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE], </emphasis>
      </para>
      <para>wonend te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>hierna: [Gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 24 februari 2021;</para>
      <para>- de brief van 26 augustus 2021 van [gedaagde] met producties;</para>
      <para>- de comparitie van partijen gehouden op 15 maart 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1. [</nr>
      <para>Eiseres] vordert dat het gerecht [gedaagde] veroordeelt om aan haar een bedrag van Afl. 25.000,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf juli 2019 en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2. [</nr>
      <para>Eiseres] legt daaraan -samengevat- het volgende ten grondslag. Zij heeft in 2019  haar spaargeld van in totaal een bedrag van Afl. 27.000,-- aan [gedaagde] gegeven en met hem afgesproken dat hij dit bedrag zou overmaken op een bankrekening in China. [Gedaagde] heeft zich niet aan de afspraak gehouden en heeft een bedrag van Afl. 25.000,-- zelf gebruikt. [Gedaagde] weigert het bedrag van Afl. 25.000,-- aan haar terug te betalen en handelt daarmee onrechtmatig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3. [</nr>
      <para>Gedaagde] voert verweer dat samengevat hier op neer komt. Hij erkent dat [eiseres] hem een bedrag van Afl. 25.000,-- heeft gegeven met het verzoek om dit bedrag over te maken op een bankrekening in China. Hij heeft daarvan Afl. 8.200,-- overgemaakt op een bankrekening in China. Het restant van Afl. 16.800,-- heeft hij ingehouden in verband met achterstallige huur. [Eiseres] huurde van hem een appartement voor Afl. 350,-- inclusief water en elektra per maand. In een periode van vier jaar heeft zij nooit huur betaald, omdat ze schulden had. Toen [eiseres] in november 2019 aan hem vertelde dat zij naar China zou vertrekken, heeft hij de achterstallige huur ingehouden op het bedrag dat hij van haar had ontvangen. Hij is niets meer aan [eiseres] verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Tijdens de comparitie van partijen heeft [eiseres] toegelicht dat zij inderdaad een bedrag van Afl. 25.000,-- aan [gedaagde] heeft gegeven en zij heeft erkend dat [gedaagde] daarvan een bedrag van Afl. 8.200,-- heeft overgemaakt naar een bankrekening in China. Het restantbedrag van Afl. 16.800,-- dient [gedaagde] aan haar terug te betalen. [Eiseres] betwist dat zij van [gedaagde] een appartement huurde en daarvoor Afl. 350,-- per maand moest betalen. Zij werkte voor [gedaagde] en kreeg daarvoor kost en inwoning en een loon van Afl. 600,-- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vast staat dat [eiseres] een bedrag van Afl. 25.000,-- aan [gedaagde] heeft gegeven en dat [eiseres] dat zou overmaken op een bankrekening in China. Het gerecht leidt uit de stellingen van partijen af dat het een ‘vriendendienst’ betrof. Vast staat ook dat [gedaagde] slechts  Afl. 8.200,-- heeft overgemaakt en het restant niet heeft overgemaakt, maar heeft achtergehouden en niet aan [eiseres] wil terugbetalen. Daarmee handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres]. Voor de schade van [eiseres], die kan worden gesteld op het bedrag van Afl. 16.800,--, dat [gedaagde] niet op een bankrekening in China heeft gestort, maar heeft achtergehouden, is [gedaagde] aansprakelijk. De vordering van [eiseres] is in beginsel tot dit bedrag toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] komt in feite neer op een verrekeningsverweer. Hij verrekent immers zijn schuld aan [eiseres] met zijn vordering op [eiseres] met betrekking tot achterstallige huur. Op grond van artikel 6:136 BW kan de rechter een vordering ondanks een beroep op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dat verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Dat doet zich in deze zaak voor. [Eiseres] heeft gemotiveerd betwist dat zij met [gedaagde] een huurovereenkomst had en op grond daarvan nog achterstallige huur verschuldigd is. De gegrondheid van het verrekeningsverweer is niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Daarvoor is nader feitenonderzoek nodig. Het gerecht gaat daarom aan het verweer van [gedaagde] voorbij en zal de door [eiseres] gevorderde schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van Afl. 16.800,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Tegen de gevorderde wettelijke rente heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd. Die zal worden toegewezen als in de beslissing bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] de proceskosten van [eiseres] moeten vergoeden. Bij de waardering van het belang van de zaak neemt het gerecht de toe te wijzen hoofdsom in aanmerking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">DE BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gerecht:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 16.800,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2019 tot de dag van betaling;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de kant van [eiseres] begroot op Afl. 2.924,15 waarvan Afl. 2.000,-- aan salaris gemachtigde (2 punten, tarief 4).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, rechter, en is ter openbare terechtzitting van woensdag 20 april 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>