<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:39:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202002819</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2022/30</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2022, afl. 2, p. 72</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:601">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-29T09:53:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:601 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-12-2021 / AUA202002819</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:601:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Rechter in Aruba bevoegd op grond van artikel 5 lid 1 EEX-verdrag. De vordering vindt haar grondslag in de vervoersovereenkomst en de aflevering van de goederen had in Aruba moeten plaatsvinden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:601:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="325527df-ee80-4359-b341-f10cbc1baf78" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="36938525-919f-48ee-beef-a4865e5a2db0" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 8 december 2021.</para>
    <para>Behorend bij AUA202002819 AR.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERSTEKVONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de naamloze vennootschap PRIMA CASA REAL ESTATE N.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Prima Casa,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de besloten vennootschap VRACHTCENTRUM PARTICULIEREN B.V. H.O.D.N. JOS STEEMAN ALKMAAR</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Nederland, Kruisweg 365 A, 1437 CG Rozenburg,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Jos Steeman,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure tot en met 2 juni 2021 blijkt uit het tussenvonnis van die datum (hierna: het tussenvonnis). Op 30 juni 2021 heeft Prima Casa een akte genomen. Uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VORDERING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Prima Casa vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Jos Steeman veroordeelt:</para>
    </parablock>
    <para>- om aan Prima Casa te betalen een bedrag van Afl. 6.596,80, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlands courant, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2020 tot de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- om aan Prima Casa te betalen de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente ingevolge artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na dagtekening van het vonnis en tot de dag der algehele voldoening.</para>
    <bridgehead role="bold underline">3. DE VERDERE BEOORDELING</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De interregionale bevoegdheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In het tussenvonnis is Prima Casa in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten op grond waarvan volgens haar aan de rechter in Aruba rechtsmacht toekomt, nu Jos Steeman gevestigd is in Nederland. Bij akte heeft Prima Casa – naar het gerecht begrijpt - gesteld dat de rechter in Aruba op grond van artikel 5 lid 1 van het EEX-Verdrag rechtsmacht heeft, omdat Prima Cas met Jos Steeman een vervoersovereenkomst is aangegaan die betrekking had op het vanuit Nederland naar Aruba vervoeren van een gebruikte keuken met inbouwapparatuur en een laminaatpakket die niet correct zijn afgeleverd en waardoor ladingschade is ontstaan.  Deze stellingen zijn door Jos Steeman niet betwist, zodat het gerecht van de juistheid daarvan zal uitgaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag kan de gedaagde worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenissen uit overeenkomst zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd. Ten aanzien van vervoersovereenkomsten geldt dat de plaats van bestemming ingevolge artikel 5 lid 1 van het EEX-verdrag de plaats van uitvoering is (HR 12 juni 1989, NJ 1982, 222). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Nu de vordering haar grondslag vindt in de vervoersovereenkomst en de aflevering van de goederen in Aruba had moeten plaatsvinden, is naar het oordeel van het gerecht sprake van een situatie zoals vermeld in artikel 5 lid 1 van het EEX-Verdrag en is de rechter in Aruba bevoegd om kennis te nemen van en te oordelen over de aan hem voorgelegde vorderingen van Prima Casa.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verstek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Jos Steeman is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen en tegen hem wordt om die reden verstek verleend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Prima Casa stelt dat het door haar gevorderde bedrag bestaat uit Afl. 6.300,- aan ladingschade en Afl. 296,80 aan kosten voor het opstellen van het deskundigenrapport. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Prima Casa verwezen naar de factuur van de deskundige en het deskundigenrapport van 13 augustus 2020 van Jonker Claims and Insurance Service (hierna: het deskundigenrapport), waarin staat opgenomen dat de schade het gevolg is van onvoldoende of ondeugdelijk verpakken en/of verkeerd of onzorgvuldig laden, lossen en stuwen en/of vervoeren van de zending en/of overige goederen in hetzelfde transportmiddel.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Jos Steeman heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering. Nu de vordering tot betaling van de hoofdsom van Afl. 6.596,80 noch ongegrond noch onrechtmatig voorkomt, zal deze worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 juni 2020 zal op dezelfde grond worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal Jos Steeman de proceskosten van Prima Casa moeten vergoeden, aan de zijde van Prima Casa begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 200,15 aan oproepingskosten en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde (1 punt van het liquidatietarief 3), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt Jos Steeman tot betaling aan Prima Casa van een bedrag van Afl. 6.596,80, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlands courant, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2020 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt Jos Steeman in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Prima Casa worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 200,15 aan oproepingskosten en Afl. 500,- aan salaris van de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 8 december 2021 in aanwezigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum uitspraak: 8 december 2021</para>
        <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</para>
        <para>Zaaknummer: A.R. nr. AUA202002819</para>
        <para>Inhoudsindicatie: Verstek. Rechter in Aruba bevoegd op grond van artikel 5 lid 1 EEX-verdrag. De vordering vindt haar grondslag in de vervoersovereenkomst en de aflevering van de goederen had in Aruba moeten plaatsvinden.</para>
        <para>Formele relaties (optioneel):</para>
        <para>Rechtsgebieden: Civiel</para>
        <para>Rechter: mr. J.J. Verhoeven</para>
        <para>Bijzondere kenmerken:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>