<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:548</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-17T11:06:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202102582</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:548">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:548</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-17T11:05:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:548 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-10-2021 / AUA202102582</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:548:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 54 van de Lar - verblijfsvergunning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:548:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b3489d82-0edf-4d49-b717-5ff0af797f1b" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="809c2081-a386-4bcc-b2ca-a9e38da4ebfe" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 6 oktober 2021</para>
    <para>Lar nr. AUA202102582</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Appellante]</emphasis>, in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van<emphasis role="bold"> [de minderjarige] </emphasis>(hierna de minderjarige),</para>
      <para>verblijvend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Paula (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking 27 augustus 2021 (de bestreden beschikking) heeft verweerder de aanvraag van de minderjarige om verlening van een verblijfsvergunning tot tijdelijk verblijf met verblijfsdoel bijzondere band met Aruba, afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoekster op 1 september 2021 bezwaar gemaakt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 september 2021 heeft verzoekster zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 22 september 2021. Verzoekster is verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De minderjarige is geboren op [datum] 2005 in Haïti en heeft de Haïtiaanse nationaliteit. De minderjarige is thans zestien jaar oud.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 19 februari 2014 is de minderjarige Aruba binnengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Tussen 2014 tot heden heeft de minderjarige zonder geldige verblijfstitel in Aruba verbleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning tot tijdelijk verblijf met verblijfsdoel bijzondere band met Aruba voor de minderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij bestreden beschikking van 27 augustus 2021 is het onder 1.4 genoemd verzoek afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
        <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu), kan een verzoek om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf door of namens de minister, belast met vreemdelingenzaken, worden geweigerd in verband met de openbare orde of het algemeen belang, waartoe ook de bescherming van de volksgezondheid en de arbeidsmarkt wordt gerekend te behoren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de beschikking van 27 augustus 2021 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de minderjarige niet aan de gestelde toelatingseisen voor de verzochte verblijfsvergunning voldoet, daar uit bewijsstukken niet is gebleken dat de minderjarige een voldoende langdurig hoofdverblijf heeft gehad op Aruba. Ter zitting heeft verweerder betoogd dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij onderhavige procedure omdat de minderjarige niet met uitzetting gedreigd wordt en dat het verzoek reeds daarom moet worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verzoekster betoogt dat de afwijzing in bezwaar geen stand zal houden, nu de minderjarige sinds 2014 op Aruba verblijft. Geconstateerd kan worden dat de minderjarige inmiddels een hoofdverblijf van meer dan vijf jaar op Aruba heeft gehad, aldus verzoekster. Het verzoek strekt tot schorsing van de bestreden beschikking en het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat de minderjarige wordt behandeld als ware zij in het bezit van een vergunning tot tijdelijk verblijf, totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>4. Niet is gebleken dat verzoekster een (voldoende) spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De door verzoekster aangevoerde omstandigheid dat de minderjarige hier niet rechtsgeldig in Aruba verblijft, met alle gevolgen die dat voor haar meebrengt, acht de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende om enig spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorzieningen aan te nemen. Niet is gebleken dat de minderjarige op dit moment met uitzetting wordt bedreigd, of dat anderszins sprake is van een nijpende situatie. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoekster verklaard dat de minderjarige thans naar school gaat en dat zij psychologische druk heeft wegens haar onzekere situatie. Deze omstandigheid levert echter geen voldoende spoedeisend belang op om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. De onderhavige procedure is ook niet bedoeld om de besluitvorming van verweerder te bespoedigen. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>