<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-11T16:14:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202002857</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-11T16:13:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:525 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-10-2021 / AUA202002857</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, buitengerechtelijke incassokosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a7b0a7dc-270b-411a-946b-93bc5af4d7f2" depth="1145" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4c272d6d-7095-4e58-82ff-22b374fcd1e9" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 6 oktober 2021</para>
    <para>Behorend bij A.R.B.B. nr. AUA202002857</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap WING YE ARUBA B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>EISERES, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Wing Ye,</para>
      <para>gemachtigde: de heer B.R. Roos,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, te [adres],</para>
      <para>GEDAAGDE,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 17 februari 2021 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2021. Wing Ye is ter zitting verschenen bij de advocaat mr. G. Scheper, occuperende voor haar gemachtigde, samen met de heer [directeur] (directeur van Win Ye). [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN NA VERMINDERING VAN EIS</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Wing Ye vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (zo het begrijpt) [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-om aan Wing Ye te betalen Afl. 1.750,-- aan achterstallige huur over de maanden april, mei en juni 2018, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 27 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening alsmede te vermeerderen met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer dat in het licht van een algeheel beroep op verrekening strekt tot afwijzing van het door Wing Ye verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna (verder) besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt bij zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ingevolge rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis staat vast tussen partijen dat [gedaagde] het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd is aan Wing Ye uit hoofde van onbetaald gelaten huur berekend tot en met juni 2018. Ter zitting heeft Wing Ye gereageerd op het algehele beroep op verrekking van [gedaagde] van door hem beweerdelijke gemaakte kosten voor reparaties en het verven van het door hem van Wing Ye gehuurde appartement. Wing Ye stelt zich op het standpunt dat het beroep van [gedaagde] op verrekening slaagt voor een bedrag van Afl. 158,40, en Wing Ye betwist gemotiveerd dat zij meer dan dat bedrag verschuldigd is aan [gedaagde]. Dat betekent dat de gegrondheid van het beroep van [gedaagde] op verrekening voor het meerdere dan het door Wing Ye erkende bedrag niet eenvoudig valt vast te stellen, en daarom op de voet van artikel 6:136 BW in zoverre niet aan toewijzing van de vordering van Wing Ye in de weg kan staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Vorenstaande brengt met zich dat [gedaagde] (1.750,-- minus 158,40 =) Afl. 1.591,60 verschuldigd is aan Wing Ye uit hoofde van achterstallige huur over de maanden april tot en met juni 2018. In zoverre zal de vordering in hoofdsom van Wing Ye worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente zoals onbestreden gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De niet door [gedaagde] bestreden vordering van Wing Ye ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, nu is gebleken dat Wing Ye te dezen meer werkzaamheden heeft verricht dat die waarop artikel 63a Rv ziet. Daarbij heeft te gelden dat Wing Ye die werkzaamheden in redelijkheid mocht verrichten en het toe te wijzen bedrag ad Afl. 238,74 (zijnde 15% over het toe te wijzen bedrag) ook redelijk is nu dat bedrag het krachtens het Procesreglement toegelaten forfaitaire bedrag ad Afl. 375,-- aan vergoeding (1,5 punten van tarief 2, ad Afl. 250,-- per punt) niet overstijgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Wing Ye, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten (griffiegeld) en Afl. 500,-- aan gemachtigdensalaris (2 punten, tarief 2).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan Wing Ye te betalen Afl. 1.591,60 aan achterstallige huur over de maanden april tot en met juni 2018, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 27 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening almede te vermeerderen met Afl. 238,74 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Wing Ye, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 600,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders door Wing Ye verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 oktober 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 oktober 2021</para>
      <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</para>
      <para>Zaaknummer: AUA202002857</para>
      <para>Inhoudsindicatie: Civiel, buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para>Formele relaties (optioneel):</para>
      <para>Rechtsgebieden: Civiel</para>
      <para>Rechter: A.H.M. van de Leur</para>
      <para>Bijzondere kenmerken:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>