<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-22T10:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202101785</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-22T10:30:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:482 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-10-2021 / AUA202101785</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gerechtelijke vaststelling vaderschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 12 oktober 2021</para>
    <para>behorend bij EJ nr. AUA202101785</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoekster]</emphasis>,	</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, ingediend op 30 juni 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het advies van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, overgelegd op 3 augustus 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 31 augustus 2021, waar zijn verschenen verzoekster in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en de ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij mevrouw mr. [Z].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij vonnis van 20 november 1974 behorend bij A.R. no. 698 van 1973 van dit gerecht is na het afleggen van een bloedtest, door het gerecht bewezen geacht dat [X] (hierna te noemen: [X]) verwekker is van verzoekster.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>X] is op [overlijdensdatum] 2010 overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verzoekster heeft eerder een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap bij dit gerecht ingediend, welk verzoek bij beschikking van 8 mei 2012 behorend bij EJ nr. 2075 van 2011 is afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Deze beschikking is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bij uitspraak van 26 maart 2013 bevestigd. Het Hof heeft – kort gezegd – de aanvaarding van een niet in de wet voorziene gerechtelijke vaststelling van het vaderschap buiten zijn rechtsvormende taak geacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 23 oktober 2018, heeft het Hof een advies gegeven op grond van artikel 208 (oud) van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (WBA), met registratienummer HAR 58/17, met betrekking tot het verzoek ter zake van het gestelde vaderschap van [X]. Dit advies strekt tot afwijzing van het verzoek tot verlening van brieven van vaderschap als bedoeld in artikel 207 (oud) van het BWA. Wel wordt in dit advies aan verzoekster in overweging gegeven wederom een verzoek tot gerechtelijke vaststelling te doen, aangezien het Hof het niet langer buiten de gerechtelijke taak van de rechter in Aruba acht om een dergelijke vaststelling uit te spreken, waarbij de mogelijkheid tot naamskeuze moet worden geboden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en te bepalen dat de geslachtsnaam van verzoekster [achternaam X] zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Daartoe wordt aangevoerd dat het gerecht bij vonnis van 20 november 1974  bewezen heeft geacht dat [X] verwekker van verzoekster is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:207 lid 1 sub b van het BWA, zoals dat luidt met ingang van 1 september 2021, kan het vaderschap van een man, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechter in eerste aanleg worden vastgesteld op verzoek van het kind. Deze vaststelling kan niet geschieden indien er sprake is van één van de situaties als bedoeld in het tweede lid, onder sub a en b, van dit artikel. Het vierde lid bepaald dat de vaststelling van het vaderschap, mits de beschikking daartoe in kracht van gewijsde is gegaan, terug werkt tot het moment van de geboorte van het kind. Te goeder trouw door derden verkregen rechten worden hierdoor nochtans niet geschaad. Voorts ontstaat geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen, voor zover degene die hen heeft genoten ten tijde van het doen van het verzoek daardoor niet was gebaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:5 van het BWA, zoals dat luidt met ingang van 1 september 2021, kan bij de keuze van de geslachtsnaam van een kind, hierna aan te duiden als de naamskeuze, worden gekozen voor de geslachtsnaam van de vader of de moeder.</para>
        <para>Ingevolge artikel 1:5d van het BWA – voor zover hier van belang – kan, indien een kind op het tijdstip van ontstaan van de familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaren of ouder is, het kind zelf de naamskeuze doen, ingeval van gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, ten overstaan van de rechter. Van de verklaring van naamskeuze wordt melding gemaakt in de rechterlijke uitspraak inzake gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Deze bepalingen hebben – voor zover hier van belang – vanaf hun inwerkingtreding directe werking en zijn daarmee ook van toepassing op het onderhavige, vóór die inwerkingtreding ingediende, verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Bij vonnis van 20 november 1974 is bepaald dat [X] de verwekker is van verzoekster. Het gerecht ziet geen reden om in het kader van het onderhavige verzoek anders te oordelen. Tevens blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting niet dat zich één van de situaties als bedoeld in artikel 1:207 lid 2, onder sub a en b, van het BWA voordoet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Uit bovenstaande volgt dat het verzoek tot vaststelling van het vaderschap voor toewijzing in aanmerking komt. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Verzoekster heeft tevens de wens geuit dat haar geslachtsnaam [achternaam X] zal zijn. Haar daartoe strekkende verklaring zal overeenkomstig artikel 1:5d in het dictum van deze uitspraak worden vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat [X], geboren op [geboortedatum] 1930 in Aruba, de vader is van [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1973 in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>maakt er melding van dat verzoekster ten overstaan van het gerecht heeft verklaard de kiezen voor de geslachtsnaam van haar vader, te weten [achternaam X];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van het gerecht, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Aruba, opdat deze een latere vermelding toevoegt aan de betrokken aktes van de burgerlijke stand .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 12 oktober 2021  in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>