<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-27T13:47:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nrs. AUA202100322 en AUA202100324 t/m AUA202100331 en AUA202101862</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:343">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-27T13:47:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:343 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-07-2021 / BBZ nrs. AUA202100322 en AUA202100324 t/m AUA202100331 en AUA202101862</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:343:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De RvBB heeft uitspraak gedaan in de zaken van belanghebbende. In geschil is of herziening van de uitspraken mogelijk is en of daarbij recht bestaat op een schadevergoeding. Het Gerecht acht, indien aan de voorwaarden is voldaan, herziening mogelijk ook al is daar wettelijk niet in voorzien (vgl. GHvJ 10 februari 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:64). Belanghebbende heeft echter niet aan de voorwaarden voldaan. Over het recht op een schadevergoeding merkt het Gerecht op dat de belastingrechter onbevoegd is om daar een oordeel over te geven, aangezien in de formele belastingwetgeving geen schadebepalingen zijn opgenomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:343:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 9 juli 2021</para>
    <para>BBZ nrs. AUA202100322 en AUA202100324 t/m AUA202100331 en AUA202101862</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Aruba,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Aruba, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 27 januari 2021 middels e-mail bij het Gerecht een verzoek tot herziening van de uitspraken van 24 oktober 2013 van de Raad van Beroep voor Belastingzaken (hierna: RvBB) betreffende de definitieve aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 1998 tot en met 2001 en premieheffing AOV/AWW en AZV voor de jaren 1999 tot en met 2001 ingediend. Het gaat om de uitspraken met nrs. 2012/58209 tot en met 58211, nrs. 2012/57658 tot en met 57660, nrs. 2012/57655 tot en met 57657. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 25.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 30 maart 2021 bij het Gerecht een nadere motivering op zijn verzoek van 27 januari 2021 ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 31 mei 2021 op het herzieningsverzoek gereageerd en geconcludeerd dat het verzoek van belanghebbende tot herziening van de gewezen uitspraken van de RvBB niet- ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2021 te Oranjestad. De zaken zijn gezamenlijk behandeld met de zaken met de nummers AUA202100332 t/m AUA202100340, betrekking hebbend op [Q] NV. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur zijn verschenen [A] en [B]. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota overhandigd en deze puntsgewijs behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Aan het einde van de zitting heeft het Gerecht het onderzoek gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Op 24 oktober 2013 heeft de RvBB uitspraak gedaan in de zaken van belanghebbende voor de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1998 t/m 2001 en premieheffing over de jaren 1999 t/m 2001. De beslissing van de RvBB luidde als volgt.</para>
        <para>‘(..) </para>
        <para>-verklaart het beroep betreffende de aanslag inkomstenbelasting 1998 ongegrond;</para>
        <para>-verklaart het beroep betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing 1999 gegrond, vernietigt de desbetreffende beschikkingen waarvan beroep, verklaart belanghebbende alsnog ontvankelijk in zijn bezwaren tegen de aanslagen en handhaaft de aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing 1999;</para>
        <para>-verklaart het beroep betreffende de aanslagen inkomstenbelastin en premieheffing 2000 en 2001 gegrond, vernietigt de desbetreffende beschikkingen waarvan beroep, verklaart belanghebbende alsnog ontvankelijk in zijn bezwaren tegen de aanslagen en vernietigt de aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing 2000 en 2001.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is de vraag of het verzoek van belanghebbende kan leiden tot een herziening van de uitspraken van de RvBB van 24 oktober 2013 en of daarbij recht bestaat op een schadevergoeding. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>BEOORDELING VAN HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>In de Arubaanse belastingwetgeving is de mogelijkheid  tot herziening van een uitspraak niet opgenomen. Datzelfde geldt voor de wetgeving in Curaçao. Op 10 februari 2021 oordeelde de belastingkamer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (hierna: het Hof) in een Curaçaose zaak als volgt (ECLI:NL:OGHACMB:2021:64).</para>
        <para>(…)</para>
        <para>‘4.3. Alvorens op het herzieningsverzoek in te gaan, zal het Hof eerst oordelen over de vraag of belanghebbende zich tot de belastingrechter kan wenden met een verzoek tot herziening.</para>
        <para>In het belastingprocesrecht van Curaçao is niet voorzien in de mogelijkheid tot herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak van het Gerecht of het Hof. In het algemene bestuursrecht van Curaçao bestaat die mogelijkheid wel. In artikel 96 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) is de mogelijkheid nadrukkelijk opengesteld om te verzoeken tot herziening van een onherroepelijke uitspraak van het Gerecht en het Hof. Eveneens is in de artikelen 135 tot en met 137 van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 het bijzondere rechtsmiddel van herziening opengesteld. Naar het oordeel van het Hof laat het zich niet goed denken dat de wetgever bedoeld heeft het belastingprocesrecht uit te zonderen van het de mogelijkheid tot herziening. Om die reden zal het Hof de herzieningsregels, zoals opgenomen in artikel 96 van de Lar analoog voor het belastingprocesrecht toepassen.’</para>
        <para>(…).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat het Hof de mogelijkheid van herziening, ondanks het ontbreken van een wettelijke bepaling, toestaat op grond van de omstandigheid dat in het algemene bestuursrecht die mogelijkheid wel in de wet is opgenomen.  Op Aruba is de mogelijkheid van herziening opgenomen in de artikelen 135 tot en met 137 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak. Gelet op bovenstaande uitspraak van het Hof zal het Gerecht die herzieningsregels analoog toepassen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>In artikel 135, tweede lid van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak is bepaald dat herziening van een onherroepelijke uitspraak van het gerecht op verzoek van partijen kan plaatsvinden op grond dat gebleken is van enige omstandigheid die bij de behandeling van het bezwaar en/of het beroep aan het gerecht en/of de raad niet bekend was, en die op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doet ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van het gerecht en/of de raad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft gesteld dat pas vele jaren na de uitspraken van de RvBB duidelijkheid is gekomen ten aanzien van de onrechtmatigheid van de daden van het Land Aruba tegen belanghebbende. De onrechtmatigheid zou hebben bestaan uit het opleggen van veel te hoge belastingaanslagen over onder meer de onderhavige jaren, hetgeen is gebleken uit de uitspraken van de RvBB van 24 oktober 2013. Door het gestelde onrechtmatige handelen heeft hij naar eigen zeggen minimaal Afl. 60 miljoen per jaar aan bedrijfsomzet misgelopen. Die omstandigheid vormt volgens belanghebbende een rechtvaardiging voor herziening van de uitspraken van de RvBB. Het Gerecht verwerpt dit standpunt.  De RvBB heeft in de uitspraken van 24 oktober 2013 de belastingaanslagen verminderd dan wel vernietigd en was dus bekend met de omstandigheid dat de belastingaanslagen tot te hoge bedragen waren opgelegd. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het onrechtmatige handelen en het door belanghebbende gestelde mislopen van de omzet  van invloed zijn op de hoogte van de uiteindelijk door de RvBB vastgestelde dan wel vernietigde belastingaanslagen. Het verzoek om herziening  van de uitspraken van de RvBB  van 24 oktober 2013 wordt dan ook afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tenslotte om een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad verzocht. Het Gerecht merkt op dat de belastingrechter onbevoegd is om daar een oordeel over te geven, aangezien in de formele belastingwetgeving (de Algemene Landsverordening Belastingen) geen schadebepalingen zijn opgenomen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Gelet op het voorgaande ziet het Gerecht geen aanleiding voor het vergoeden van het griffierecht aan belanghebbende dan wel voor een veroordeling van de Inspecteur in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het verzoek tot herziening heeft moeten maken.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot herziening af;</para>
    <para>- verklaart zich onbevoegd met betrekking tot het verzoek om toekenning van een schadevergoeding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en is uitgesproken op 9 juli 2021, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,							De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">J.G. Emanstraat 51</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oranjestad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aruba</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffieAUA@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	Afl. 75 </para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	Afl. 300 </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>