<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-21T11:52:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202100116</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:278">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-21T11:46:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:278 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-06-2021 / AUA202100116</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:278:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kinderalimentatie; geen openheid van zaken over zijn werkelijke inkomsten en uitgaven gegeven</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:278:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 8 juni 2021</para>
    <para>behorend bij EJ nr. AUA202100116</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>vertegenwoordigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, te [adres],</para>
      <para>VERWEERDER, hierna: de vader,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam moeder], </emphasis>de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 14 januari 2021,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 23 maart 2021, waar zijn verschenen mr. M. Ras voor de Voogdijraad, de vader en de moeder in persoon. De behandeling is toen aangehouden om de vader in de gelegenheid te stellen alsnog een overzicht in te dienen van zijn inkomen en uitgaven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 11 mei 2021, waar zijn verschenen mr. [raadsonderzoeker] en mevrouw [raadsonderzoeker] voor de Voogdijraad, de vader bij zijn voornoemde gemachtigde, en de moeder in persoon. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder. Zij is erkend door de vader.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt – na wijziging ter zitting – tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage ad Afl. 375,- dan wel van een bedrag dat het gerecht geraden acht, ingaande 1 januari 2021 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet en geacht wordt bij te dragen in de kosten van onderhoud en opvoeding van de minderjarige.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kosten van verzorging en opvoeding </emphasis>
        </para>
        <para>De Voogdijraad heeft de kosten van de 6-jarige minderjarige bepaald op afgerond Afl. 769,- per maand, inclusief de naschoolse opvang ad Afl. 275,-. Ter zitting van 23 mei 2021 heeft de moeder hier nog aan toegevoegd de post van turnles vanaf 1 maart 2021, waarvan de kosten Afl. 65,- per maand bedragen. De vader heeft deze kosten niet weersproken, zodat het gerecht de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zal bepalen op Afl. 834,- per maand. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de moeder </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.4.1</nr>
        <para>Uit de door de moeder overgelegde loonstroken blijkt dat zij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 1.237,73. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2</nr>
        <para>Wat betreft de vaste lasten zal het gerecht rekening houden met de door de moeder opgevoerde kosten voor het eigen levensonderhoud ad afgerond Afl. 500,- en de (onbetwiste) posten “persoonlijke lening” ad Afl. 219,65, en “autolening” ad 372,-. De moeder heeft gen woonlasten opgevoerd, omdat ze met de minderjarige en haar andere kind bij haar ouders in huis woont. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3</nr>
        <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 1.092,-. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.4</nr>
        <para>Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van    Afl. 145,73, waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van haar twee kinderen dient te voldoen. Ter zitting heeft de moeder desgevraagd te kennen gegeven dat zij wat betreft de minderjarige financieel wordt geholpen door haar moeder en de ouders van de vader. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de vader </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.5.1</nr>
        <parablock>
          <para>De vader heeft ter zitting van 23 mei 2021 aangevoerd dat hij vanaf maart/april 2020 in verband met de maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van Covid-19, zijn werk als musicus niet meer kon verrichten. Hij heeft ook geen FASE-uitkering ontvangen. Hij vist en heeft af en toe losse karweitjes op een truck. Ook helpt hij een vriend van hem in diens sportschool en krijgt dan eten en drinken, maar geen loon. Verder woont hij bij een vriend in huis en betaalt maandelijks Afl. 600,- aan huur, welk bedrag hij van de sportschool ontvangt, aldus de vader. </para>
          <para>Ter zitting van 11 mei 2021 heeft de gemachtigde van de vader aangevoerd, dat de vader in de woning van zijn vader is ingetrokken en dat hij daar geen huur betaalt. Verder heeft hij FASE-uitkering ontvangen, volgens de gemachtigde </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.2</nr>
        <para>Nu de vader geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid om zijn stellingen met stukken te onderbouwen en hij evenmin openheid van zaken over zijn werkelijke inkomsten en uitgaven heeft gegeven, overweegt het gerecht dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen of onvoldoende draagkracht heeft om een bijdrage in de kinderalimentatie te betalen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gelet op de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige enerzijds en de draagkracht van de ouders anderzijds, acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 425,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichtingeen maand laterdan verzocht ingaat, omdat de vader geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de bijdrage van [verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [naam minderjarige}, geboren op [geboortedatum] in Aruba, met ingang van 1 februari 2021 op Afl. 425,- per maand, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,</para>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 8 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>