<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T18:54:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202100088</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T18:51:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:265 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-02-2021 / AUA202100088</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 54 van de Lar) - Bevel tot ophouding - Nu de bestreden beschikking is vervallen, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekster geen spoedeisend belang meer heeft bij het onderhavige verzoek.  Ten aanzien van het betoog van verzoekster dat de bestreden beschikking evident onjuist was, en dat om die reden niettemin grond bestaat voor het treffen van de verzochte voorziening, overweegt het gerecht dat – daargelaten het oordeel over de gestelde evidente onjuistheid daarvan – die beschikking inmiddels zijn werking heeft verloren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 10 februari 2021</para>
    <para>Lar nr. AUA202100088</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoekster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>van Venezolaanse nationaliteit,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 10 januari 2021 (de bestreden beschikking) heeft verweerder de ophouding van verzoekster bevolen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking heeft verzoekster op 12 januari 2021 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 januari 2021 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 3 februari 2021. Verzoekster is (via videoverbinding) verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Wettelijk kader</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
        <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kunnen uitgezet worden personen die tot tijdelijk verblijf werden toegelaten, wanneer zij in het land worden aangetroffen, nadat de geldigheidsduur van hun tijdelijke verblijfsvergunning is verstreken of nadat de geldigheid van de vergunning door enige andere oorzaak is vervallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 20, eerste lid en onder h, van de Ltu kunnen nadere regels worden gesteld die verder in het belang van een richtige uitvoering van de Ltu noodzakelijk worden geacht. </para>
        <para>Ingevolge het tweede lid kunnen bij Landsbesluit, houdende algemene maatregelen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van een verzoek om toekenning van een bijzondere status of bescherming, bedoeld in voor Aruba geldende verdragen dan wel voor Aruba verbindende besluiten van een volkenrechtelijke organisatie en de daarbij te volgen procedures.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 19d, eerste lid, van het Toelatingsbesluit 2009, kan de toelatingsplichtige die om toekenning van het recht op een bijzondere status of bescherming heeft verzocht, worden verplicht zich op te houden in een door de Minister aangewezen ruimte of plaats, die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. </para>
        <para>	Ingevolge artikel 19f zijn de artikelen 19, 19a tot en met 19e van overeenkomstige toepassing op en verzoek als bedoeld in artikel 19, eerste lid, ingediend door een toelatingsplichtige die zich reeds bevindt in Aruba.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekster is op 3 februari 2018 Aruba binnengekomen met een toegestane verblijfsduur van zes dagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 14 mei 2018 heeft verzoekster een asielaanvraag ingediend. Aan verzoekster is een meldplicht opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 10 januari 2021 is verzoekster tijdens een controle aangehouden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij bestreden beschikking van 10 januari 2021 heeft verweerder besloten om verzoekster op te houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Tegen de bestreden beschikking heeft verzoekster op 12 januari 2021 bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 23 januari 2021 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>Bij bevelschrift van 23 januari 2021 heeft verweerder de uitzetting van verzoekster bevolen. Bij bevelschrift van 23 januari 2021 heeft verweerder de inbewaringstelling van verzoekster bevolen. In dat bevelschrift staat onder meer:</para>
        <para>“(…)</para>
        <para>6. dat beschikking tot ophouding van 10 januari 2021 komt te vervallen en bevel inbewaring en uitzetting data 23 januari 2021 komt van kracht;</para>
        <para>(…)”.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de bestreden beschikking heeft verweerder ten grondslag gelegd dat verzoekster tijdens een controle staande werd gehouden en dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde. Verweerder stelt zich op ter zitting op het standpunt dat verzoekster geen spoedeisend belang meer heeft bij de verzochte voorziening omdat de bestreden beschikking is vervallen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het - ter zitting gewijzigd - verzoek strekt tot de onmiddellijke invrijheidstelling van verzoekster. Verzoekster betoogt dat grond bestaat voor het treffen van deze voorziening, omdat de bestreden beschikking evident onjuist is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Bij beschikking van 23 januari 2021 heeft verweerder negatief op het asielverzoek van verzoeker beslist. Bij bevelschrift tot inbewaringstelling van 23 januari 2021 heeft verweerder de bestreden beschikking vervallen verklaard (zie 2.7) en de inbewaringstelling van verzoekster bevolen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Nu de bestreden beschikking van 10 januari 2021 is vervallen, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekster geen spoedeisend belang meer heeft bij het onderhavige verzoek.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het betoog van verzoekster dat de bestreden beschikking evident onjuist was, en dat om die reden niettemin grond bestaat voor het treffen van de verzochte voorziening, overweegt het gerecht dat – daargelaten het oordeel over de gestelde evidente onjuistheid daarvan – die beschikking inmiddels zijn werking heeft verloren. </para>
        <para>De vrijheidsontneming van verzoekster is thans gegrond op het bevel tot bewaring van 23 januari 2021. Dat brengt met zich dat hetgeen verzoekster verzoekt zodanig verstrekkend is, dat dit het kader van deze voorlopige voorziening te buiten gaat. Het bevel tot bewaring maakt geen deel uit van dit geding en is bovendien niet vatbaar voor bezwaar of beroep. Artikel 16, derde lid, van de Ltu biedt de mogelijkheid te allen tijde de rechtercommissaris te verzoeken de bewaring op te heffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. Gelet op het vorenstaande is er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>