<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-13T09:53:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202001986</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-13T09:52:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:2 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-01-2021 / AUA202001986</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid van het bezwaarschrift - Appellant heeft het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. Als met vertraging is kennisgenomen van een beschikking, geldt dat het bezwaar zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Appellant heeft op 16 juni 2020 bezwaar gemaakt tegen de beschikking waarmee zij pas op 8 mei 2020 bekend is geworden. Dit is buiten de termijn van twee weken, zodat de bezwaartermijn is overschreden. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 11 januari 2021</para>
    <para>Lar nr. AUA202001986 </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[appellant],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>allen wondend in Aruba,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER</para>
      <para>gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij beschikking van 17 april 2020 heeft verweerder de asielaanvraag van appellant afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 juni 2020 heeft appellant daartegen bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij bericht van 1 juli 2020 heeft verweerder aan appellant bericht dat zijn e-mail van 16 juni 2020 niet als een bezwaar wordt aangemerkt omdat het daadwerkelijk bezwaarschrift niet als bijlage is bijgevoegd, en dat zijn mail als afgedaan wordt beschouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Tegen dit bericht heeft appellant op 11 augustus 2020 beroep ingesteld bij dit gerecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 november 2020. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen en ondanks bericht aan hem dat zijn uitstelverzoek wordt afgewezen, niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Ontvankelijkheid beroep</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Met het bericht van 1 juli 2020 van verweerder is een einde gekomen aan de bezwaarfase, zodat dit bericht heeft te gelden als een beslissing op bezwaar waartegen beroep mogelijk is. Het beroep is daarom ontvankelijk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Motivering bezwaarschrift</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 juni 2020 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beslissing op de asielaanvraag. Bevat het bezwaarschrift geen motivering, dan dient de indiener in de gelegenheid te worden gesteld dit verzuim te herstellen. Verweerder heeft mitsdien ten onrechte het bezwaar vanwege een motiveringsgebrek als afgedaan beschouwd. Reeds daarom dient de beslissing op bezwaar te worden vernietigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid bezwaar</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en gaat deze termijn in op de dag na die waarop de beschikking is gedagtekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De bestreden beschikking is gedagtekend 17 april 2020. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is geëindigd op 29 mei 2020. Appellant heeft het bezwaarschrift op 16 juni 2020, derhalve niet binnen de daarvoor gestelde termijn, ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Appellant betoogt dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat hij de beschikking van 17 april 2020 pas op 8 mei 2020 heeft ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Als met vertraging is kennisgenomen van een beschikking, geldt dat het bezwaar zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Behoudens bijzondere omstandigheden merkt het Gerecht een termijn van ten minste twee weken aan als ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk’. Appellant heeft op 16 juni 2020 bezwaar gemaakt tegen de beschikking waarmee zij pas op 8 mei 2020 bekend is geworden. Dit is buiten de termijn van twee weken, zodat de bezwaartermijn is overschreden. Het bezwaar is daarom niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskostenvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De proceskostenvergoeding kan worden berekend op Afl. 175 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt Afl. 700, wegingsfactor 0,25 (ambtshalve gegrond beroep)). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing op bezwaar van 1 juli 2020,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het door appellant tegen de beschikking van 17 april 2020 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verweerder tot betaling van de door appellant voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175, en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast dat het door appellant gestorte griffierecht van Afl. 25 aan hem wordt terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 11 januari 2020, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). </para>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de dag van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>