<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2021:142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-06T16:19:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA20200590</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2021:142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-06T16:19:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2021:142 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-01-2021 / AUA20200590</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2021:142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>betalingsonmacht ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2021:142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5cf88da8-8cf2-4963-b24b-1f87e6304000" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 20 januari 2021</para>
    <para>Behorend bij AUA202000590</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ISLAND FINANCE ARUBA N.V.</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: Island Finance,</para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[GEDAAGDE]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: [Gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift met producties;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek, </para>
    <para>- de aan [gedaagde] verleende akte van niet dienen van de door hem te nemen conclusie van dupliek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 1 september 2014 zijn Island Finance en [gedaagde] een overeenkomst van verbruikleen aangegaan, waarbij zij zijn overeengekomen dat [gedaagde] een bedrag van Afl. 14.971,49 ter leen van Island Finance ontvangt en hij zich verbindt om een bedrag van Afl. 27.564,- in 60 maandelijkse termijnen van Afl. 459,40 aan Island Finance terug te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij brief van 10 februari 2020 heeft Brown advocaten [gedaagde] te kennen gegeven dat per die datum aan haar ter incasso ter hand is gesteld de vordering van Island Finance op hem van Afl. 22.270,-, vermeerderd met de wettelijke rente per jaar sedert 1 september 2019, vermeerderd met 5% boeterente over de onbetaald gebleven termijnen en vermeerderd met 15% buitengerechtelijke incassokosten ter zake aan hem in verbruikleen gegeven gelden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Island Finance vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te veroordelen te betalen de som van Afl. 22.270,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2019 tot de dag der algehele voldoening, en vermeerderd met de overeengekomen en gemaakte buitengerechtelijke incassokosten naar rato van 1½ punt van het liquidatietarief in eerste aanleg ad Afl. 1.500,-, en [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aan deze vordering legt Island Finance ten grondslag dat dat zij aan [gedaagde] gelden in verbruikleen heeft verstrekt, dat [gedaagde] te kort geschoten is in de nakoming van zijn terugbetalingsverplichtingen en dat zij in verband daarmee kosten heeft gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>Gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>Gedaagde] heeft de hiervoor onder 2.1 vermelde overeenkomst niet betwist. Evenmin heeft hij betwist dat hij de gevorderde hoofdsom aan Island Finance verschuldigd is. [Gedaagde] voert aan dat hij wegens zijn persoonlijke omstandigheden niet in staat is geweest om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen en daartoe ook nu niet meer in staat is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Hoe vervelend deze situatie voor [gedaagde] ook is, betalingsonmacht ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting. Betalingsonmacht van de schuldenaar komt voor diens risico en is geen reden om een opeisbare vordering af te wijzen. Vast staat dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen jegens Island Finance, zodat de hoofdsom zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De verschuldigdheid van de wettelijke rente is door [gedaagde] niet betwist en wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en gebleken dat deze daadwerkelijk en in redelijkheid zijn gemaakt. Island Finance heeft niet inzichtelijk gemaakt welke incassowerkzaamheden in deze zaak concreet zijn gedaan, afgezien van het verzenden van een aanmaningsbrief aan [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5 [</nr>
      <para>Gedaagde] dient, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de proceskosten, gevallen aan de zijde van Island Finance. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Island Finance van een bedrag van Afl. 22.270,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2019 tot de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Island Finance worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 220,- aan explootkosten en Afl. 2.000,- (2 punten in tarief 4) aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 januari 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 20 januari 2021</para>
      <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</para>
      <para>Zaaknummer: A.R. AUA20200590</para>
      <para>Inhoudsindicatie: betalingsonmacht ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting;</para>
      <para>Formele relaties (optioneel):</para>
      <para>Rechtsgebieden: Civiel, </para>
      <para>Rechter: mr. M.E.B. de Haseth</para>
      <para>Bijzondere kenmerken:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>