<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-13T11:34:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903531</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:96">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-13T11:33:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:96 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-03-2020 / AUA201903531</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:96:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, verzoek afgewezen, gezag ouders</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:96:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 3 maart 2020</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. AUA201903531</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Naam verzoekster]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, [adres],</para>
      <para>VERZOEKER, hierna de vader,</para>
      <para>in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Naam verweerster]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, te [adres],</para>
      <para>VERWEERSTER, hierna de moeder,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Naam belanghebbende]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2016 in Aruba,</para>
      <para>de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <parablock>
      <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 26 maart 2019, waarbij de Voogdijraad is verzocht om onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover een rapport uit te brengen, ter beantwoording van de vraag of in dit geval een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen, dan wel of het in het belang van de minderjarige is dat de vader alleen met het gezag wordt belast. </para>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het rapport van de Voogdijraad van 4 november 2019,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling met gesloten deuren ter zitting van 7 januari 2020, waar alleen mevrouw [naam medewerkster] voor de Voogdijraad is verschenen. De ouders zijn vervolgens weer opgeroepen voor:</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling met gesloten deuren ter zitting van 4 februari 2020, waar wederom alleen de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [naam medewerkster] is verschenen. De ouders zijn wederom niet verschenen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In het rapport van 4 november 2019 schrijft de Voogdijraad, dat de minderjarige feitelijk bij de grootmoeder van de vader (geboren in 1944) woont en door haar wordt verzorgd en opgevoed. Volgens die grootmoeder draagt de vader financieel niet bij in de verzorging van de minderjarige en bekommert hij zich amper om de minderjarige. Hij geeft meer aandacht aan zijn motor dan aan zijn kind. De moeder is degene die de minderjarige naar school brengt en hem daarvan ophaalt, die hem naar de dokter en het Wit Gele Kruis brengt, die benodigdheden voor hem koopt en tijd met hem doorbrengt. Aldus de grootmoeder van de vader. </para>
        <para>Partijen hebben beiden te kennen gegeven dat hun onderlinge communicatie heel slecht is en dat zij alleen via de moeder of de grootmoeder van de vader met elkaar communiceren. </para>
        <para>De vader is niet naar het gezamenlijk gesprek gekomen bij de Voogdijraad om de bevindingen van het onderzoek te bespreken, en heeft ook geen contact meer opgenomen met de raadsonderzoeker. </para>
        <para>Naar aanleiding van het onderzoek concludeert de Voogdijraad dat de vader geen, althans onvoldoende inzicht heeft in de behoeftes van de minderjarige, en dat de ouders geen gezamenlijke beslissingen kunnen nemen over schoolkeuzes of levensbeschouwelijke aangelegenheden. De minderjarige dreigt klem en verloren te raken tussen de ouders indien ouders met het gezamenlijk gezag worden belast. </para>
        <para>Geadviseerd wordt het eenhoofdig gezag van de moeder te behouden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gelet hierop, en nu de vader tot twee maal toe geen gehoor heeft gegeven aan oproepingen van dit gerecht om te verschijnen voor de behandeling van zijn verzoek, acht het gerecht het niet reëel te veronderstellen dat partijen in gezamenlijk overleg beslissingen van enig belang over de minderjarige kunnen gaan nemen. Het gerecht is dan ook van oordeel dat onder genoemde omstandigheden er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige bij gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken. Het verzoek van de man zal dan ook worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 3 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>