<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-22T11:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201904115</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:552">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-22T10:59:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:552 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-12-2020 / AUA201904115</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:552:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AR - Civiel – incident ex artikel 141 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:552:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4b1c7044-98ba-44ac-af08-6c7e0cf1a899" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7955f372-39a1-4958-b9e5-c2cef51b0265" depth="1116" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 9 december 2020</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA201904115</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">POLLO TROPICAL ARUBA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Pollo,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz en M.R.M. Reinkemeyer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SARITA’S GEMS INTERNATIONAL N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. <emphasis role="bold">Gems Stones International,</emphasis></para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Gems,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in het incident ex artikel 141 Rv van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SARITA’S GEMS INTERNATIONAL N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. <emphasis role="bold">GEMS STONES INTERNATIONAL,</emphasis></para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Gems,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">POLLO TROPICAL ARUBA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Pollo,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz en M.R.M. Reinkemeyer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 141 Rv</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift in de hoofdzaak, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;</para>
        <para>-de incidentele conclusie ex artikel 141 Rv van Gems, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord in het incident.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Pollo vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Gems veroordeelt om aan Pollo te betalen Afl. 327.195,72, “<emphasis role="italic">rente en kosten rechtens</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gems voert verweer en concludeert dat Pollo niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gems vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Pollo veroordeelt om tegen behoorlijke kwijting aan Gems te betalen Afl. 33.884,56, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 3 juni 2020 tot en met de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Pollo heeft nog geen reconventioneel verweer gevoerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident ex artikel 141 Rv</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gems vordert dat het Gerecht bij vonnis kosten rechtens Pollo beveelt om de navolgende schriftelijke stukken ten behoeve van de hoofdzaak te overleggen:</para>
      <para />
      <para>a. afschriften van alle door Pollo vanaf 2006 met Gems overeengekomen huurovereenkomsten met betrekking tot het door Gems van Pollo gehuurde gebouw gelegen in Aruba te Weststraat 13;</para>
      <para />
      <para>b. afschriften uit de boeken en/of financiële administratie van Pollo waaronder begrepen alle handgeschreven kwitanties ter zake van door Gems betaalde huur die zien op huurbetalingen voor de maanden juni tot en met oktober gedurende de jaren 2015 tot en met 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Gems voert verweer en concludeert dat Pollo niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar incidentele verzoek, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">in het incident ex artikel 141 Rv</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat Gems niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar incidentele vorderingen. Het incidentele ontvankelijkheidsverweer van Pollo wordt daarom verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het eerste lid van artikel 141 luidt als volgt: “<emphasis role="italic">De rechter kan in de loop van een geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan een van hen de overlegging bevelen van onder hen berustende boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of voorwerpen.</emphasis>”. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat partijen dit kunnen weigeren indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Uit voormelde bepalingen in onderlinge samenhang gelezen en beschouwd volgt dat overlegging door Pollo van de door Gems beoogde bescheiden is geïndiceerd als redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zonder overlegging daarvan een behoorlijke rechtsbedeling in de hoofdzaak niet is gewaarborgd. Daarvan is naar het oordeel van het Gerecht geen sprake.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De vordering van Pollo in de hoofdzaak in conventie komt kort gezegd neer op nakoming van beweerdelijke betalingsverplichtingen van een tussen partijen op 11 oktober 2016 gesloten huurovereenkomst voor bepaalde tijd, en ook de vorderingen van Gems in de hoofdzaak in reconventie zien op die overeenkomst en beweerdelijke nadere betalingsafspraken onder die overeenkomst. Zonder nadere doch ontbrekende uitleg valt in dat licht niet in te zien dat redelijkerwijze kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling in de hoofdzaak niet is gewaarborgd zonder overlegging door Pollo van eerdere tussen partijen gesloten huurovereenkomsten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Wat betreft de beoogde overlegging van stukken zoals vermeld in de hiervoor onder b. omschreven vordering van Gems wordt het volgende overwogen. Pollo erkent dat zij over de maanden juni tot en met oktober 2018 en juni tot en met augustus 2019 met Gems een lagere huur heeft afgesproken zoals door Gems gesteld. De enkele betalingen van minder dan bij de huurovereenkomst overeengekomen huur over andere dan die periodes zoals gesteld door Gems leveren echter nog geen bewijs op voor de stelling dat dit zo is afgesproken tussen partijen. In dat verband valt zonder nadere doch ontbrekende uitleg evenmin in te zien dat redelijkerwijze kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling in de hoofdzaak niet is gewaarborgd zonder overlegging door Pollo van (afschriften van) voormelde stukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Al het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de incidentele vorderingen van Gems zullen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De beslissing ten aanzien van de incidentele proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>De hoofdzaak zal voor het nemen van een conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie zijdens Pollo worden verwezen naar de hieronder vermelde rolzitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in het incident ex artikel 141 Rv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst de vorderingen van Gems af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt aan de beslissing ter zake van de incidentele proceskosten tot het eindvonnis in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de hoofdzaak voor het nemen van een conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie zijdens Pollo naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 20 januari 2021</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt aan iedere (verdere) beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 9 december 2020</para>
      <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</para>
      <para>Zaaknummer: A.R. nr. AUA201904115</para>
      <para>Inhoudsindicatie: AR - Civiel – incident ex artikel 141 Rv.</para>
      <para>Formele relaties (optioneel):</para>
      <para>Rechtsgebieden: Civiel </para>
      <para>Rechter: mr. A.H.M. van de Leur</para>
      <para>Bijzondere kenmerken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>