<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-04T16:10:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201904462</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:507">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-04T16:09:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:507 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 25-11-2020 / AUA201904462</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:507:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, vordering, geleverde dienten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:507:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="00b6447d-3dc5-4299-a6d1-50adb289c1a7" depth="1145" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="badb6b39-aa9f-4482-a8bb-848f4d761c85" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 25 november 2020</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA201904462</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende en gevestigd in Aruba,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende en gevestigd in Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-het verweerschrift;</para>
        <para>-de tegen [eiser] verleende akte van niet dienen van repliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiser] vordert dat het Gerecht bij vonnis [gedaagde] beveelt om aan [eiser] te betalen Afl. 9.457,-- uit hoofde van aan [gedaagde] verleende diensten, te vermeerderen met wettelijke rente, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiser] stelt als grondslag voor zijn vordering dat hij voor het in hoofdsom gevorderde bedrag diensten heeft geleverd aan [gedaagde] ter zake van het bestrijden van ongedierte, het leveren en verrichten van “<emphasis role="italic">landscaping-services</emphasis>” en de constructie van een badkamer. In het licht daarvan stelt [gedaagde] dat partijen waren overeengekomen dat [eiser] toiletten zou bouwen in de achtertuin van [gedaagde] voor in totaal Afl. 6.875,--, en dat [gedaagde] naast een aanbetaling van de helft van dat bedrag reeds meerdere betalingen heeft verricht. Verder stelt [gedaagde] dat [eiser] de overeengekomen werkzaamheden niet heeft afgemaakt, en dat hij een andere aannemer heeft moeten inschakelen om die werkzaamheden af te maken. Daardoor heeft [gedaagde] schade geleden, aldus telkens [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In het licht van zijn hiervoor omschreven niet door [eiser] bestreden stellingen en zijn impliciete niet bestreden beroep op verrekening van schade stelt [gedaagde] wederom impliciet dat hij niets verschuldigd is aan [eiser]. In het licht van dat verweer staat voormelde door [eiser] aan zijn vordering ten gronde gelegde stelling niet vast. Die stelling komt in deze procedure ook niet vast te staan, omdat [eiser] om voor hem moverende redenen geen levering van bewijs heeft aangeboden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Vorenstaande brengt mee dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 3).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het door [eiser] verzochte; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 500,-- an salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 25 november 2020</para>
      <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba	</para>
      <para>Zaaknummer: ARBB. nr. AUA201904462</para>
      <para>Inhoudsindicatie: civiel, vordering, geleverde dienten.</para>
      <para>Formele relaties (optioneel):</para>
      <para>Rechtsgebieden: Civiel</para>
      <para>Rechter: mr. A.H.M. van de Leur</para>
      <para>Bijzondere kenmerken:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>