<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-04T16:03:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201902830</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:502">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-04T16:03:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:502 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 25-11-2020 / AUA201902830</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:502:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, vordering, medisch behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:502:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f07e42ab-d130-406b-aba0-2460e0b2f09e" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 25 november 2020</para>
    <para>Behorend bij AR nr. AUA201902830</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>EISERES, </para>
      <para>hierna te noemen: SZA,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[GEDAAGDE 1], </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">2. [GEDAAGDE 2] </emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonend te Aruba, [Adres],</para>
      <para>GEDAAGDEN, hierna ook gezamenlijk te noemen: [Gedaagden],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres heeft in de periode van 23 tot en met 26 september 2015 medische behandelingen verricht ten behoeve van [gedaagde 1]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>SZA heeft een bedrag van Afl. 9.554,- in rekening gebracht ter zake van voormelde medische behandelingen. [Gedaagden] hebben in totaal een bedrag van Afl. 3.144,44 (2x Afl. 400,-, Afl. 405,33, Afl. 400,02, Afl. 1.238,19 en Afl. 300,90) betaald, zodat een bedrag van Afl. 6.409,56 resteert.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3	[</nr>
      <para>Gedaagde 2] heeft een schuldbekentenis ondertekend, waarin hij zich als borg stelt voor voormelde schuld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij brief van 4 juli 2017 heeft SZA [gedaagden] gesommeerd tot betaling van een bedrag van Afl. 6.710,46 vermeerderd met de wettelijke rente en 15% buitengerechtelijke incassokosten. [Gedaagden] hebben aan deze sommatie geen gevolg gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>SZA vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van Afl. 6.409,56 te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 750,- en met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van het geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>SZA grondt de vordering erop dat zij op [gedaagden] een opeisbare vordering heeft ter zake door SZA aan [gedaagde 1] geleverde diensten waarvoor [gedaagde 2] zich als borg heeft gesteld. Ondanks aanmaningen zijn [gedaagden] tekortgeschoten in de nakoming van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende betalingsverplichtingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3	[</nr>
      <para>Gedaagden] voeren verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1	[</nr>
      <para>Gedaagden] erkennen de gevorderde hoofdsom van Afl. 6.409,56, maar stellen dat zij wegens hun persoonlijke omstandigheden niet in staat zijn geweest om hun aflossingsverplichting na te komen. Voorts voeren zij aan dat zij bereid zijn om opnieuw te beginnen met af te lossen, conform de eerder tussen partijen afgesproken betalingsregeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Hoe vervelend deze situatie voor [gedaagden] ook is, betalingsonmacht ontslaat hen niet van hun betalingsverplichting. Betalingsonmacht van de schuldenaar komt voor diens risico en is geen reden om een opeisbare vordering af te wijzen. Een aanbod om in termijnen af te betalen is dat evenmin. Vast staat dat [gedaagden] tekort zijn geschoten in de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens SZA, zodat de hoofdsom zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De verschuldigdheid van de wettelijke rente is door [gedaagden] niet betwist en wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen conform het procesreglement 2018 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6	[</nr>
      <para>Gedaagden] zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van SZA tot op heden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 418,90 aan verschotten en Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 3).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit Gerecht, recht doende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan SZA van een bedrag van Afl. 6.409,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2015 tot de dag der algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan SZA van een bedrag van Afl. 750,- aan buitengerechtelijke incassokosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden aan de zijde van SZA worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht en Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum uitspraak: 25 november 2020</para>
        <para>Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba	</para>
        <para>Zaaknummer: AR. nr. AUA201902830</para>
        <para>Inhoudsindicatie: civiel, vordering, medisch behandeling.</para>
        <para>Formele relaties (optioneel):</para>
        <para>Rechtsgebieden: Civiel</para>
        <para>Rechter: mr. M.E.B. de Haseth</para>
        <para>Bijzondere kenmerken: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>