<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-30T10:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. nr. AUA201904137</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2020-0895</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:462">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:462</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-25T10:49:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:462 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 18-11-2020 / A.R. nr. AUA201904137</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:462:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Nagico voert op goede grond regres op [gedaagde] ter zake van het bedrag ad Afl. 14.744,06 dat zij op grond van de wet aan schadevergoeding heeft moeten uitkeren aan de eigenaar van de door [gedaagde] aangereden auto. Dat betekent dat de vordering van Nagico in hoofdsom zal worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:462:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 18 november 2020</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA201904137</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NAGICO ARUBA N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>EISERES, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Nagico,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. Ellen A.T. Kuster en Allan F. Kuster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, te Palisiaweg 15,</para>
      <para>GEDAAGDE,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 26 februari 2020 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op vrijdag 14 juli 2020. Nagico is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde mr. A.F Kuster voornoemd. [gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, Nagico mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Nagico vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt om aan Nagico te betalen Afl. 14.774,06, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 21 juni 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door Nagico verzochte.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Onder verwijzing naar rechtsoverwegingen 2.6 en 2.7 van het tussenvonnis wordt het volgende verder overwogen. Het verweer van [gedaagde], dat Nagico zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij wegens het onder invloed verkeren van alcohol ten tijde van het ongeval geen verzekeringsdekking geniet omdat (1) bij hem geen alcoholtest is afgenomen ter vaststelling van het alcoholpromillage in zijn bloed, (2) hij niet dronken was en (3) dat zijn reactievermogen als gevolg van het alcoholgebruik niet belemmerd of beïnvloed was, kan hem niet baten. Dienaangaande wordt het volgend overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Artikel 12 aanhef sub s. van de tussen partijen van toepassing zijnde polis waaronder de auto was verzekerd luidt: “<emphasis role="italic">This insurance policy shall not cover liability if the driver was under the influence of alcohol, drugs and/or (any other type of) intoxicant that enhances the risk of an accident.</emphasis>”. Als onbestreden gesteld door Nagico staat vast dat [gedaagde] ten tijde van het ongeval onder invloed verkeerde van alcohol. Die omstandigheid brengt reeds mee dat [gedaagde] op grond van voormeld artikel 12, zijnde een dekkingsuitsluitingsclausule, geen dekking geniet onder de polis. Het antwoord op de vraag of [gedaagde] ten tijde van het ongeval al dan niet dronken was of dat zijn reactievermogen als gevolg van het alcoholgebruik al dan niet belemmerd of beïnvloed was doet niet ter zake; het enkele onder invloed zijn van alcohol zoals in dit geval is ingevolge voormelde tussen partijen van toepassing zijnde uitsluitingsclausule voldoende voor uitsluiting van verzekeringsdekking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Vorenstaande brengt mee dat Nagico op goede grond regres voert op [gedaagde] ter zake van het bedrag ad Afl. 14.744,06 dat zij op grond van de wet aan schadevergoeding heeft moeten uitkeren aan de eigenaar van de door [gedaagde] aangereden auto. Dat betekent dat de vordering van Nagico in hoofdsom zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De door Nagico over die hoofdsom gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan zullen, als zijnde onbestreden, worden toegewezen als na te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6 [</nr>
      <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 212,25 =) Afl. 962,25 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 4).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan Nagico tegen bewijs van kwijting te betalen Afl. 14.774,06, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 21 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 962,25 aan verschotten en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>