<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-25T10:34:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. nr. AUA202000585</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:458">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-25T10:33:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:458 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 18-11-2020 / A.R. nr. AUA202000585</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:458:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zal de vordering van Setar in hoofdsom worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:458:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 18 november 2020</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA202000585</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Setar,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.J.E. Paesch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, te [Adres],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [Gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 24 juni 2020 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op donderdag 23 juli 2020. Setar is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, samen met [naam Manager] (Manager Departement Debiteuren bij Setar). [Gedaagde] is in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN  PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Setar vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <para />
      <para>a. om aan Setar te betalen Afl. 4.980,23, te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 19 december 2019, althans vanaf een door het Gerecht te bepalen andere datum, en (2) Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
      <para>b. in de kosten en nakosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Setar.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zal de vordering van Setar in hoofdsom worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Setar heeft met stukken onderbouwd gesteld dat zij kosten heeft gemaakt ter zake van verkrijging van voldoening buiten rechte, welke stelling [gedaagde] niet heeft bestreden. De door Setar gevorderde vergoeding daarvoor zal worden toegewezen, nu die overeenstemt met het Procesreglement. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De over de hoofdsom door Setar gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten en nakosten van deze procedure gevallen en nog te vallen aan de zijde van Setar, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten (griffiegeld) en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 2), te vermeerderen met nakosten zonder betekening van dit vonnis begroot op Afl. 250,-- en met betekening van dit vonnis begroot op Afl. 400,-- indien en voorzover die betekening heeft plaatsgevonden nadat [gedaagde] na aanschrijving door of vanwege Setar 14 dagen tijd heeft gehad om dit vonnis na te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan Setar te betalen Afl. 4.980,23, te vermeerderen (1) met wettelijke rente gerekend vanaf 19 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en (2) met Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] in de kosten en nakosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Setar, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met nakosten zonder betekening van dit vonnis begroot op Afl. 250,-- en met betekening van dit vonnis begroot op Afl. 400,-- indien en voorzover die betekening heeft plaatsgevonden nadat [gedaagde] na aanschrijving door of vanwege Setar 14 dagen tijd heeft gehad om dit vonnis na te komen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>