<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T10:47:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202002443</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:430">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T10:46:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:430 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 28-10-2020 / AUA202002443</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:430:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 54 Lar) - bevel tot uitzetting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:430:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 28 oktober 2020</para>
    <para>Lar nr. AUA202002443</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoeker],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>van Venezolaanse nationaliteit,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. S.M. Paesch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij bevelschrift van 22 augustus 2020 heeft verweerder de uitzetting van verzoeker bevolen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen heeft verzoeker op 1 oktober 2020 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 oktober 2020 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 oktober 2020 heeft verzoeker nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 14 oktober 2020. Verzoeker is via videoverbinding verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Wettelijk kader</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
        <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kunnen uitgezet worden personen die in strijd met de wettelijke bepalingen nopens toelating en uitzetting het land zijn binnengekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker is op 8 december 2017 Aruba binnengekomen als toerist met een toegestane verblijfsduur van vijf dagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 22 augustus 2018 is aan verzoeker een UNHCR-certificaat uitgereikt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 12 november 2019 is verzoeker door het Korps Politie Aruba (KPA) aangehouden en overgedragen aan de afdeling Vreemdelingentoezicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij onderscheiden bevelschriften van 12 november 2019 heeft verweerder de uitzetting en de bewaring van verzoeker bevolen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 2 december 2019 heeft verzoeker conform de voorgeschreven procedure bij de DIMAS een asielverzoek ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 12 februari 2020 heeft verweerder het onder 2.5 vermelde verzoek afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Verzoeker is op 4 maart 2020 uitgezet naar Venezuela.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Op 21 augustus 2020 is verzoeker clandestien per boot Aruba binnengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Bij onderscheiden bevelschriften van 22 augustus 2020 heeft verweerder de uitzetting en de bewaring van verzoeker bevolen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Op 24 augustus 2020 heeft verzoeker opnieuw een asielverzoek ingediend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verweerder heeft aan het bevel tot uitzetting onder meer ten grondslag gelegd dat verzoeker:</para>
      <para>- op 4 maart 2020 uit Aruba is verwijderd;</para>
      <para>- op 21 augustus 2020 Aruba clandestien per boot is binnengekomen; </para>
      <para>- niet in het bezit is van een geldige verblijfstitel;</para>
      <para>- niet staat ingeschreven in de registers;</para>
      <parablock>
        <para>Bovendien behoeft zijn illegale verblijf op Aruba niet te worden gedoogd. </para>
        <para>Ter zitting heeft verweerder desgevraagd te kennen gegeven dat hij het verbod op non refoulement respecteert.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot schorsing van de beschikking van 22 augustus 2020 totdat op het bezwaar is beslist. Daaraan legt verzoeker ten grondslag dat hij het risico loopt na uitzetting onmenselijk behandeld te worden in Venezuela. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat het asielverzoek van verzoeker van 2 december 2019 voorafgaand aan het geven van de beschikking van 22 augustus 2020 was afgewezen (zie 2.6). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Nu verzoeker in strijd met de wettelijke bepalingen nopens toelating en uitzetting het land is binnengekomen en ten tijde van het geven van het bevel tot uitzetting geen asielverzoek had ingediend, is verweerder op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ltu bevoegd verzoeker uit te zetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 24 augustus 2020 alsnog volgens de voorgeschreven procedure bij DIMAS een asielverzoek ingediend (zie 2.10). Uit het vluchtelingenrechtelijke verbod op refoulement, dat inhoudt dat een persoon niet teruggezonden mag worden naar een land waar hij of zij vervolging vreest, volgt dat de asielzoeker niet mag worden teruggestuurd naar zijn land van herkomst tot op zijn verzoek is beslist. Dit moet gezien worden als een tijdelijke uitzettingsbelemmering. Indien het asielverzoek is afgewezen, kan het bevel tot uitzetting alsnog worden uitgevoerd. De indiening van het asielverzoek door verzoeker 24 augustus 2020 leidt dan ook op zichzelf niet tot onrechtmatigheid van het bevel tot uitzetting en vormt daarom geen reden tot schorsing van dat bevel. Overigens heeft verweerder ter zitting te kennen gegeven dat de procedure in een vergevorderd stadium is en hij op korte termijn een beschikking op het asielverzoek van verzoeker zal geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor schorsing van het bestreden bevelschrift. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>