<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T08:05:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903701</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:389">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T08:04:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:389 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 31-08-2020 / AUA201903701</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:389:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Plichtsverzuim, disciplinaire straf van ontslag, subsidiair eervol ontslag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:389:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van: 31 augustus 2020</para>
    <para>Gaza nr. AUA201903701</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bezwaar van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klager],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>KLAGER</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Duijneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelende te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij Landsbesluit van 25 september 2019 no. 2 heeft verweerder besloten om klager primair met toepassing van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder i, van de Landsverordening materiaal ambtenarenrecht (Lma) met onmiddellijke ingang de disciplinaire straf van ontslag op te leggen, subsidiair klager eervol ontslag te verlenen met toepassing van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder f, van de Lma (hierna: de bestreden beslissing). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 oktober 2019 heeft klager hiertegen bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij het gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 5 juni 2020 stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juni 2020. Klager is verschenen bij zijn gemachtigde en verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Tevens waren aanwezig mr. [X], hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (hierna: het hoofd DBSB) en [XX], financieel controleur werkzaam bij de DBSB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Klager is ambtenaar werkzaam bij de DBSB in de functie van financieel medewerker.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Tot de taak en verantwoordelijkheden van de financieel medewerker behoren het exporteren in een Excel-sheet van de op de bankafschriften vermelde bedragen van de stortingen van de dagelijkse kasopbrengsten op de bankrekening, waarna deze gebruikt worden om aansluitingen van de dagelijkse kassaopbrengsten te doen. Klager deed ook weleens stortingen van de dagelijkse kasopbrengsten bij de bank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Gedurende de periode van 1 april 2018 tot 1 oktober 2018 was de functie van financieel controleur, de direct leidinggevende van de financieel medewerker, bij de DBSB vacant. Bij een controle in februari 2019 door de op 1 oktober 2019 aangetreden financieel controleur, zijn onregelmatigheden geconstateerd bij de aansluiting van de dagelijkse kassaopbrengsten met de ontvangen bankafschriften op 4, 8 en 15 januari 2019. Tevens werd geconstateerd dat de bedragen die door klager in de Excel-sheet waren geëxporteerd, niet klopten met de bedragen van de werkelijke bankafschriften. Hierna is nader intern onderzoek verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Uit het nader intern onderzoek is gebleken dat in de periode vanaf april 2018 tot en met januari 2019 op 48 verschillende dagen, totaal ruim Afl. 60.000,- minder bij de bank was gestort dan werkelijk aan dagelijkse kassaopbrengsten was ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Klager is bij brief van 20 februari 2019 met onmiddellijke ingang de toegang tot de dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en - voertuigen ontzegd, in verband met een intern financieel onderzoek met betrekking tot vermissing c.q. diefstal c.q. verduistering (in dienstverband) van kasopbrengsten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Het hoofd DBSB heeft op 26 februari 2019 bij de Landsrecherche van Aruba aangifte tegen klager gedaan, ter zake van verduistering c.q. diefstal c.q. valsheid in geschrifte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 22 februari 2019 gericht aan het hoofd DBSB heeft klager, via zijn toenmalige advocaat, toegegeven dat hij gelden heeft verduisterd en dat hij zich ervan bewust is dat hij niet meer bij de DBSB werkzaam kan zijn. In die brief staat – voor zover hier van belang – het volgende: </para>
        <para>“(…) Cliënt heeft de gepleegde verduistering toegegeven en heeft op diezelfde dag een bedrag van Afl. 1.280,- in contanten betaald ter dekking van de ontbrekende gelden over februari 2019. (…) Cliënt is zich ervan bewust dat gezien het gebeuren hij niet meer bij uw dienst werkzaam kan zijn. Cliënt zal daarom bij apart schrijven zijn ontslag indienen. (…) Cliënt is overgegaan tot het plegen van verduistering in dienstbetrekking vanwege een gokverslaving die hij tot voor kort voor iedereen verborgen heeft gehouden. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij brief van 22 februari 2019 heeft klager ontslag verzocht met ingang van 1 april 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <parablock>
        <para>Bij Landsbesluit van 3 april 2019 heeft verweerder besloten om klager in zijn ambt te schorsen, tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging. </para>
        <para>Bij brief van diezelfde datum is klager in de gelegenheid gesteld zich binnen zeven dagen na ontvangst van de brief jegens verweerder te verantwoorden ter zake van –kort gezegd– verduistering van geldbedragen (in dienstbetrekking) en valsheid in geschrift. Klager heeft zowel het Landsbesluit als de brief op 15 april 2019 ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 25 april 2019 gericht aan het hoofd DBSB heeft klager, via zijn huidige gemachtigde, zijn ontslagverzoek ingetrokken. In die brief staat -voor zover hier van belang- het volgende:</para>
        <para>“(…) Hieruit kan rechtens worden opgemaakt dat het ontslag niet is geaccepteerd. Wat hier ook van mogen zijn het aangeboden ontslag wordt hierbij ingetrokken. </para>
        <para>De reden hiervoor is dat de handelingen van cliënt werden ingegeven door een gokverslaving. Wanneer sprake is van een verslaving dient de werknemer <emphasis role="italic">[sic]</emphasis> in ieder geval te trachten te helpen en hem de gelegenheid te geven hiervan af te komen en hem zo een nieuwe kans te bieden. (…) Deze gelegenheid is cliënt nimmer gegeven. Cliënt zelf heeft na het incident in februari 2019 (…) hulp gezocht en staat thans onder behandeling. (…)”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bestreden beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>2. Bij de bestreden beslissing is klager primair disciplinair ontslagen en voor zover dat ontslag geen stand zal houden, eervol ontslagen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de functie. Daartoe heeft verweerder onder meer het volgende overwogen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) dat gedurende de periode van 14 februari 2019 tot en met 19 februari 2019 de (nieuwe) Financiële controleur bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister onregelmatigheden constateerde tijdens het verrichten van de reguliere financiële controle;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat geconstateerd werd dat de bedragen die door betrokkene in een Excel sheet geëxporteerd waren, niet klopten met de bedragen van de werkelijke bankafschriften;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) dat uiteindelijk duidelijk werd dat betrokkene, die als financiële medewerker belast was met het exporteren van de bedragen van de ontvangen bakafschriften in een Excel sheet om de aansluiting met de kassaopbrengsten te doen, met de cijfers in de Excel sheet had geknoeid;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat uit intern onderzoek is gebleken dat de onregelmatigheden bestonden uit verschillen tussen de werkelijke kassaopbrengsten en de feitelijke stortingen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat in februari 2019 betrokkene werd opgeroepen voor een gesprek in het belang van het onderzoek;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat, nadat betrokkene met de feiten werd geconfronteerd, hij verklaarde dat hij zich het geld inderdaad had toegeëigend;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene tevens te kennen gaf eerder ook kassaopbrengsten te hebben weggenomen in december 2018 en op 1 februari 2019;(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene een totaalbedrag van Afl. 61.165,00 heeft verduisterd ten tijde dat er geen financieel controleur in dienst was bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene (…) ter verantwoording is geroepen ter zake het hem verweten gedrag;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat hetgeen waar betrokkene zich aan schuldig heeft gemaakt een zeer ernstig vergrijp is mede gelet op de aard van de functie van betrokkene, de uit deze functie voortvloeiende verantwoordelijkheden en het vertrouwen dat het Land, en in het bijzonder de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolking, in hem moet kunnen stellen; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat het handelen van betrokkene de kern van zijn functie en verantwoordelijkheden raakt; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene aangeeft dat zijn handelingen werden ingegeven door een gokverslaving (…);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat in de regel geldt dat indien er sprake kan zijn van een zodanige verslaving dat iemands denken, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, deze betrokkene zijn handelen niet of in verminderde mate kan worden toegerekend, omdat zijn stoornis dat handelen in overwegende mate beheerst;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat daarvoor echter wel is vereist dat de verslaving gepaard gaat met of voortvloeit uit (andere) psychische defecten, waardoor betrokkene niet meer of in mindere mate in staat wordt geacht zijn wil (in casu ten aanzien van het gokken) in vrijheid te bepalen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene echter geen medische verklaringen heeft overgelegd waaruit genoegzaam blijkt dat bij hem sprake is van een ernstige vorm van gokverslaving als gevolg van een psychisch defect waardoor betrokkene niet in staat was om zijn wil met betrekking tot het gokken en meer specifiek, het wederrechtelijk toe-eigenen van de een [sic] aanzienlijk geldbedrag aan kassaopbrengsten, in vrijheid te bepalen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat zijn handelen betrokkene derhalve niet in verminderde mate wordt toegerekend; (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat door het handelen van betrokkene, het vertrouwen in betrokkene echter dusdanig is geschaad, dat het niet wenselijk wordt geacht om het dienstverband met betrokkene langer te handhaven;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat betrokkene zich (…) schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim (…);</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat bij betrokkene de eigenschappen, mentaliteit en instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie van financiële medewerker ontbreken (…).” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de bestreden beslissing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, dat het handelen van klager de kern van zijn functie en verantwoordelijkheden raakt, en dat het plichtsverzuim hem volledig kan worden toegerekend. Het vertrouwen in klager is dusdanig geschaad en er zijn ernstige twijfels gerezen ten aanzien van zijn integriteit, dat van verweerder niet kan worden verlangd dat hij klager langer in dienst gehouden. De aard en ernst van het plichtsverzuim rechtvaardigen de opgelegde disciplinaire straf van ontslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Klager heeft niet bestreden dat hij plichtsverzuim heeft gepleegd, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat dit plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend, zodat een voornemen tot ontslag meer op zijn plaats zou zijn geweest. Klager leed immers aan een zodanige gokverslaving waardoor hij niet meer in staat was zijn wil in vrijheid te bepalen. Klager heeft uiteindelijk hulp gezocht voor zijn gokverslaving en is nu in behandeling bij een psychologe. Klager was van 25 februari 2019 tot en met 10 april 2019 in behandeling bij een spiritueel psycholoog, en is vanaf oktober 2019 in behandeling bij een psycholoog van <emphasis role="italic">Fundacion Salud Mental Aruba </emphasis>(FSMA) Respaldo. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 82 van de Lma kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft. Ingevolge het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen en nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Het derde lid bepaalt dat een strafvervolging wegens een feit dat mede een plichtsverzuim inhoudt, een disciplinaire procedure wegens datzelfde feit niet uitsluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 83, eerste lid, onder i, van de Lma is de disciplinaire straf, welke kan worden toegepast, ontslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ingevolge artikel 98, lid 1 aanhef en onder sub f, kan een ambtenaar worden ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Plichtsverzuim</emphasis>
        </para>
        <para>5. Het gerecht stelt vast dat klager de aan hem verweten gedragingen erkent. De gedragingen, zijnde -kort gezegd- het wederrechtelijk wegnemen van overheidsgelden en het knoeien in de financiële administratie ter verdoezeling van dat wegnemen, zijn gelet op de aard en de ernst ervan te kwalificeren als ernstig plichtsverzuim. Vast staat dan ook dat klager ernstig plichtsverzuim heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toerekenbaarheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het gerecht ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het gepleegde plichtsverzuim aan klager kan worden toegerekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>De vraag of plichtsverzuim is aan te merken als toerekenbaar plichtsverzuim is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2014, ECLI:NL:CRVB: 2014:4155) een vraag naar de juridische kwalificatie van het betrokken feitencomplex. Voor de toerekenbaarheid is niet van doorslaggevende betekenis of het gedrag psychopathologisch verklaarbaar is, maar of de betrokkene de ontoelaatbaarheid van dat gedrag heeft kunnen inzien en overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Het ligt op de weg van de ambtenaar aannemelijk te maken dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend.</para>
        <para>Volgens vaste rechtspraak is een verslaving op zichzelf geen verontschuldigde factor bij de beoordeling van onder invloed van die verslaving gepleegd plichtsverzuim. Dit zou slechts anders zijn (uitspraak van 21 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014: 2813) indien die verslaving moet worden toegeschreven aan een zodanig, niet door die verslaving veroorzaakt, psychisch defect dat appellant niet meer in staat moet worden geacht om zijn wil ten aanzien van zijn gedrag in vrijheid te bepalen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat klager in een periode van acht maanden toen er geen financieel controleur werkzaam was, op 48 verschillende gelegenheden zich kassaopbrengsten of een deel daarvan heeft toegeëigend. In diezelfde periode heeft hij met de cijfers in de financiële administratie geknoeid, om te verdoezelen dat hij geld had weggenomen. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij gedurende al die maanden ieder besef van de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag, vanwege een niet door zijn gokverslaving veroorzaakt psychisch defect, niet heeft kunnen inzien en dienovereenkomstig heeft kunnen handelen. Naar het oordeel van het gerecht heeft verweerder terecht geconcludeerd dat er geen reden is om klager zijn handelen niet of verminderd toe te rekenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>Verweerder was gelet op het voorgaande bevoegd tot het opleggen van een disciplinaire straf.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. Met betrekking tot de vraag of de opgelegde straf evenredig is aan het vastgestelde plichtsverzuim overweegt het gerecht dat verweerder er, gezien de voorbeeldfunctie van ambtenaren en de hoge eisen van integriteit en betrouwbaarheid die aan hen gesteld mogen worden, erop moet kunnen vertrouwen dat zij hun verplichtingen nauwgezet naleven. Het handelen van klager raakt de kern van zijn functie en verantwoordelijkheden, en strookt niet met zijn verplichtingen. Klager heeft het in hem gestelde vertrouwen in ernstige mate geschaad. Het gerecht is daarom van oordeel dat verweerder aan het geconstateerde plichtsverzuim, gelet op de aard en ernst ervan, de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag heeft mogen verbinden. Van onevenredigheid tussen de opgelegde straf en het gepleegde plichtsverzuim is geen sprake.</para>
      <para />
      <para>8. Het bezwaar is ongegrond. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaar ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 augustus 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:</para>
      <para>De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken</para>
      <para>J.G. Emanstraat 51</para>
      <para>Oranjestad</para>
      <para>Aruba</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de datum van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>