<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-06T09:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">149 van 2020</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-06T09:16:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:314 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-07-2020 / 149 van 2020</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vader veroordeeld tot het ondergaan van ontuchtige handelingen met haar twaalfjarige dochter waarbij hij ook deze seksuele handelingen met zijn telefoon opnam. Dochter wordt door familieleden herkend op de beelden. Straf: Gevangenisstraf van zes jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Parketnummer: P-2020/00106	</para>
    <para>Zaaknummer: 	149 van 2020</para>
    <para>Uitspraak:	10 juli 2020		Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards, advocaat in Aruba. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is –na een ter terechtzitting toegewezen wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. dat hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum] 2016 tot en met 31 oktober 2019, althans op 2 en 5 april 2019 in Aruba, </para>
    <parablock>
      <para>meermalen, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [het slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2004 in Venezuela,</para>
      <para>buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit,</para>
      <para>het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk</para>
    </parablock>
    <para>- het meermalen brengen van zijn penis in de vagina van die [het slachtoffer];</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:200 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. dat hij in op of omstreeks de periode van 2 april 2019 tot en met 22 december 2019, althans op 2 en 5 april 2019 in Aruba, meermalen, althans eenmaal,</para>
    <parablock>
      <para>telkens een of meer afbeeldingen, te weten digitale filmbestanden, heeft vervaardigd en/of op een gegevensdrager,</para>
      <para>in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,</para>
      <para>terwijl op die afbeeldingen meer seksuele gedragingen zichtbaar waren,</para>
      <para>waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken,</para>
      <para>welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:</para>
      <para>het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:196 lid 1 van het wetboek van Strafrecht van Aruba)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Formele voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. dat hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 4 juni 2016 tot en met 31 oktober 2019, <emphasis role="strike-through">althans op 2 en 5 april 2019</emphasis> in Aruba, </para>
    <parablock>
      <para>meermalen, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [het slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2004 in Venezuela,</para>
      <para>buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit,</para>
      <para>het meermalen seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk</para>
    </parablock>
    <para>- het meermalen brengen van zijn penis in de vagina van die [het slachtoffer];</para>
    <para />
    <para>2. dat hij <emphasis role="strike-through">in op of omstreeks de periode van 2 april 2019 tot en met 22 december 2019, althans</emphasis> op 2 en 5 april 2019 in Aruba, meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>telkens <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> afbeeldingen, te weten digitale filmbestanden, heeft vervaardigd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> op een gegevensdrager,</para>
      <para>in bezit heeft gehad en<emphasis role="strike-through">/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of</emphasis> met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,</para>
      <para>terwijl op die afbeeldingen meer seksuele gedragingen zichtbaar waren,</para>
      <para>waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken,</para>
      <para>welke voornoemde seksuele gedragingen -zakelijk weergegeven- bestonden uit:</para>
      <para>het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [het slachtoffer], de minderjarige dochter van verdachte, wisselend zijn en dat de verklaringen van de getuigen ongeloofwaardig zijn. Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de vrouw die op de videobeelden wordt waargenomen de minderjarige [het slachtoffer] betreft omdat het vrouwelijke onderlijf op deze beelden geen tatoeages en navelpiercing heeft en [het slachtoffer] dat wel heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft verklaard dat hij de man is die op de videobeelden van 2 en 5 april 2019 is te zien terwijl hij vleselijk gemeenschap heeft met een vrouw. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren met wie hij daar seks had. De verdachte heeft naar voren gebracht dat hij de laatste jaren geen goede band heeft met de familie [achternaam moeder slachtoffer] (moeder van [het slachtoffer]) nadat hij het eenhoofdig gezag van [het slachtoffer] had verzocht en om deze reden kan er volgens de verdachte geen geloof worden gehecht aan de verklaringen van de moeder van [het slachtoffer] en de tante van [het slachtoffer].  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit een onderzoek<footnote-ref linkend="_526b5126-a738-4034-a358-92352672cf29" /> naar de bedoelde videobeelden van 2 en 5 april 2019, waarop is waar te nemen dat de verdachte vleselijk gemeenschap heeft met een vrouw, kan worden vastgesteld dat naast het vrouwelijke geslachtsdeel ook andere kenmerken van de vrouw zijn waar te nemen. Zo is op video 1 te zien dat de vrouw is gekleed in een wit met roze en lichtblauwe pyjama. Op video 2 is naast de beelden ook te horen dat de vrouw verschillende zinnen uitspreekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder van [het slachtoffer]<footnote-ref linkend="_9cc5a84e-0772-4f09-93bd-172f19d52c52" /> heeft verklaard dat zij op deze twee video’s haar dochter herkent aan haar lichaam, de pyjama die zij op dat moment aanheeft, en aan haar stem. Ook de zus van [het slachtoffer], [getuige 1]<footnote-ref linkend="_a77da2cc-6292-4ac6-a050-04af2cd324fb" />, en het broertje van [het slachtoffer], [getuige 2]<footnote-ref linkend="_0f982a70-f1d5-4775-9fff-3b6b12407ec9" />, herkennen [het slachtoffer] aan haar stem en aan haar pyjama. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft [het slachtoffer] tegenover de sociaal-maatschappelijk werkster op school verteld, terwijl zij huilde, dat zij vanaf haar twaalfde door haar vader seksueel wordt misbruikt. Dit heeft [het slachtoffer] ook verklaard tegenover de psycholoog dr. Van Densingen, die ook zag dat [het slachtoffer] verdrietig was. Eveneens heeft [het slachtoffer] tegenover de sociaal-maatschappelijk werkster verklaard dat zij het meisje is dat te zien is op de bedoelde sexvideo’s van 2 en 5 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht bieden de verklaringen van de zus en het broertje van [het slachtoffer], de eigen verklaring van [het slachtoffer] en de daarbij waargenomen emotionele toestand door de sociale maatschappelijk werkster en de psycholoog op school, voldoende steun voor de verklaring/aangifte van de moeder van [het slachtoffer] dat haar minderjarige dochter door de verdachte seksueel is misbruikt en dat hij hiervan video’s heeft gemaakt met zijn mobiele telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is naar het oordeel van het Gerecht geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van de moeder, de zus en het broertje van [het slachtoffer] alsmede van de verklaring van [het slachtoffer], die zij tegenover de sociale maatschappelijk werkster en de psycholoog heeft afgelegd. De moeder, de zus en het broertje van [het slachtoffer], zijnde personen in de directe omgeving van [het slachtoffer], verklaren [het slachtoffer] op de video’s te herkennen aan specifieke kenmerken, zoals haar stem, haar lichaam (verklaring moeder) en de pyjama en [het slachtoffer] heeft eveneens verklaard dat zij degene is die is te zien op de video’s. De verdachte weerspreekt dit op zich niet, maar verklaart dat hij niet herinnert met wie hij seks had op genoemde video’s. Dat [het slachtoffer] heeft gekozen om het seksueel misbruik bij de politie te ontkennen en alleen haar verhaal aan de sociale maatschappelijk werkster en psycholoog te vertellen is, gezien haar traumatische ervaring, niet bijzonder en maakt niet dat haar verhaal ongeloofwaardig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft [het slachtoffer] op 31 december 2019 tegenover de politie verklaard dat zij, een anderhalve week geleden, haar vader weer had gezien nadat zij van zijn huis was vertrokken (ergens in oktober 2019) en bij haar moeder was gaan wonen. Zij heeft verder verklaard dat de verdachte haar toen midden in de nacht kwam ophalen en dat hij boos op haar was omdat zij een piercing en tatoeage had laten plaatsen<footnote-ref linkend="_cd123294-b0b3-4a7d-b35d-4b00a4884bde" />. Het betoog van de verdediging dat het meisje op de video’s niet [het slachtoffer] kan zijn, omdat er geen navelpiercing en tatoeage is waar te nemen op de video’s, wordt derhalve verworpen, nu vaststaat dat [het slachtoffer] eind 2019, derhalve nadat de verdachte genoemde video’s had opgenomen, een navelpiercing en tatoeage heeft laten plaatsen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande, acht het Gerecht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter en haar heeft gebruikt voor kinderpornografie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para>1. Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 2:200, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.</para>
    <para />
    <para>2. Hij die een gegevensdrager, bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, opzettelijk in bezit heeft en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft, meermalen gepleegd,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 2:196, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oplegging van straf </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. De verdachte heeft zijn minderjarige dochter vanaf haar twaalfde levensjaar, gedurende een lange periode, seksueel misbruikt. Het seksueel misbruik bestond er mede uit dat de verdachte met zijn penis de vagina van zijn kind penetreerde waarbij hij ook de seksuele handelingen met zijn mobiele telefoon opnam. De verdachte heeft door op deze uiterst laakbare wijze te handelen het vertrouwen dat zijn dochter in hem als vader stelde en ook mochten stellen, ernstig beschaamd. Des te meer nu de verdachte wist dat zijn dochter een paar jaar eerder in Venezuela was verkracht door een ander familielid. Uit zowel de verklaring van de moeder als de verklaring van de vriendin van [het slachtoffer] blijkt dat [het slachtoffer] nog veel last heeft van deze zeer traumatische gebeurtenissen. De verdachte heeft zijn dochter ernstig beschadigd in plaats van haar de veiligheid te bieden die een opgroeiend kind in een gezin mag verwachten. Zij bevond zich, gelet op haar leeftijd, in een zeer kwetsbare positie en de verdachte heeft misbruik gemaakt van het overwicht dat hij als volwassene en als vader op haar had. Hiermee heeft hij ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en de ontwikkeling van haar seksualiteit verstoord. De verdachte heeft slechts het oog gehad op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, waarbij hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de schade die hij daarmee bij zijn dochter aanrichtte. Het Gerecht rekent dit de verdachte zwaar aan. De ervaring leert dat jeugdige slachtoffers, als zij op die leeftijd worden onderworpen aan dergelijke seksuele handelingen, grote psychische, lichamelijk en emotionele schade kunnen oplopen. Zij kunnen ook nog op latere leeftijd problemen ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming. Deze delicten behoren voorts tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust in de samenleving teweeg brengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht houdt verder rekening bij zijn strafmaat dat de verdachte, zoals blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op het artikel 1:62 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidde ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van<emphasis role="bold"> zes [6] jaren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S. Verheijen, bijgestaan door mw. L.H. Hoogenbergen, (zittingsgriffier), en op 10 juli 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_526b5126-a738-4034-a358-92352672cf29" label="1">
    <para> Proces-verbaal van bevinding, video en foto’s van 6 januari 2020, bijlage 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9cc5a84e-0772-4f09-93bd-172f19d52c52" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte aangeefster [aangeefster] van 3 januari 2020, bijlage 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a77da2cc-6292-4ac6-a050-04af2cd324fb" label="3">
    <para> Proces-verbaal van getuige verhoor [getuige] van 26 december 2019, bijlage 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0f982a70-f1d5-4775-9fff-3b6b12407ec9" label="4">
    <para> Proces-verbaal van getuige verhoor [getuige 2] van 19 februari 2019, losse pv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd123294-b0b3-4a7d-b35d-4b00a4884bde" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verklaring getuige/benadeelde [het slachtoffer]van 31 december 2019, bijlage 7.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>