<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-10T11:52:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201803716</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:31">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-10T11:52:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:31 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-01-2020 / AUA201803716</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:31:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Kwaad opposant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:31:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 22 januari 2020</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA201803716</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[OPPOSANT],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposant],</para>
      <para>gemachtigde tot 17 augustus 2019: de advocaat mr. G.W. Rep,</para>
      <para>vanaf 17 augustus 2019 procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEOPPOSEERDE],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geopposeerde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 26 april 2018 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgesproken vonnis van dit Gerecht van 22 augustus 2018 onder zaaknummer A.R. AUA201801164 (hierna: het vonnis waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 23.779,46 te vermeerderen met wettelijke rente gerekend, alsmede tot betaling aan [opposant] van Afl. 1.957,-- aan proceskosten;</para>
      <para>- de op 16 november 2019 ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposant], met producties;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in oppositie van [geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- de tegen [opposant] verleende akte van niet dienen van repliek in oppositie.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>Opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hem goed opposant verklaart, het vonnis waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] afwijst, kosten rechtens.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Geopposeerde] voert verweer en concludeert tot – zo het Gerecht begrijpt –bevestiging van het vonnis waarvan verzet onder aftrek van de borg ad Afl. 1.600,--, kosten rechtens. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de stukken blijkt dat het vonnis waarvan verzet niet eerder kenbaar was voor [opposant] dan op 6 november 2018 en dat [opposant] zijn verzetschrift op 16 november 2018 heeft ingediend bij de griffie van dit Gerecht. Dat betekent dat [opposant] binnen de daartoe geldende wettelijke termijn van 14 dagen verzet heeft ingesteld, en daarom daarin ontvankelijk is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>Opposant] heeft de juistheid van de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen van [geopposeerde] niet (nader) bestreden. Gevolg daarvan is dat de in het verzetschrift neergelegde stellingen van [opposant], waarvan hij geen bewijslevering heeft aangeboden, niet vast komen te staan. Dat leidt tot de slotsom dat het verzet van [opposant] ongegrond is, het vonnis waarvan verzet zal worden bevestigd onder aftrek van Af. 1.600,-- en dat [opposant] in de kosten van deze procedure zal worden veroordeeld. Die kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-- aan gemachtigdensalaris (1 punt, tarief 4).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposant] tot kwaad opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bevestigt het vonnis waarvan verzet, onder aftrek van Afl. 1.600,-- in hoofdsom; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [opposant] in de proceskosten van [geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 22 januari 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>