<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T23:55:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2020/52</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:29">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-10T11:47:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:29 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-01-2020 / AUA201800165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:29:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verkoop en levering perceel. Verdeling deelgerechtigden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:29:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 22 januari 2020 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA201800165</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER 1],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER 2],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER 3],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER 4],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISER 5],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISERES 6],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISERES 7],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>allen wonende in Aruba,</para>
      <para>eisers, </para>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Houston (Verenigde Staten van Amerika), </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek, met producties;</para>
        <para>-de op 18 september 2019 genomen akte uitlating producties.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>Eisers] verzoeken dat het Gerecht bij vonnis [gedaagde] beveelt mee te werken aan de verdeling c.q. de levering van het in Aruba te [adres] gelegen perceel eigendomsgrond, groot 489 m2, kadastraal bekend als [kadastraal nummers], met het daarop gebouwde (hierna: het perceel) en voor het geval [gedaagde] die medewerking niet verleend een onzijdig persoon benoemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Niet in geschil is tussen partijen dat (ook) zij deelgerechtigd zijn tot de (tot heden in elk geval op dit onderdeel onverdeeld gebleven) nalatenschappen van de bij partijen genoegzaam bekende erflaters behorende perceel. Uit artikel 3:178 BW vloeit voort dat niemand is gehouden om in zo’n onverdeeldheid te blijven, en te allen tijde de verdeling daarvan kan vorderen, behoudens de in dat artikel vermelde uitzonderingen. Dat te dezen sprake is van zo’n uitzondering is gesteld noch gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>Eisers] wensen tot verdeling van het perceel over te gaan, in die zin dat het perceel wordt verkocht teneinde de netto-verkoopopbrengst daarvan te verdelen onder de deelgerechtigden tot het perceel. In het licht daarvan hebben [eisers] een taxatierapport overgelegd, waarin staat vermeld dat de vrije marktwaarde van het perceel inclusief het daarop gebouwde per eind januari 2015 Afl. 180.000,-- bedraagt en de executiewaarde Afl. 144.000,--. Naar het oordeel van het Gerecht heeft [gedaagde] de betrouwbaarheid van (de inhoud van) dat rapport niet of onvoldoende gemotiveerd bestreden. Dit temeer omdat uit de door [eisers] overgelegde verklaring van de Inspecteur der Belastingen blijkt dat het perceel per 17 februari 2017 een leggerwaarde heeft van Afl. 146.050,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>In het licht van vorenstaande stellen [eisers] dat er een koper is die tot koop van het perceel wenst over te gaan voor een bedrag van Afl. 150.000,--. [Gedaagde] heeft in dat verband niet gesteld, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld, dat die koopprijs onaanvaardbaar laag is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Vorenstaande en het bepaalde in artikel 3:181 BW brengen mee dat de vordering van [eisers] zal worden toegewezen als na te melden. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een ander oordeel kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>In de aard van dit geschil ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para>-beveelt [gedaagde] om mee te werken aan de verkoop en levering van het perceel teneinde de netto-verkoopopbrengst daarvan te verdelen tussen de deelgerechtigden tot dat perceel onder de voorwaarde dat de koopprijs (kosten koper) daarvan minimaal Afl. 150.000,-- bedraagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-benoemt voormalig gerechtsdeurwaarder [naam voormalig gerechtsdeurwaarder] tot onzijdig persoon om [gedaagde] voornoemd te vertegenwoordigen indien zij weigerachtig is en blijft om onverwijld haar medewerking in de hiervoor omschreven zin te verlenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 januari 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>