<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-06T12:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202001470</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:272">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:272</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-06T11:59:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:272 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 29-06-2020 / AUA202001470</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:272:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek voorlopige voorziening (ex artikel 54 Lar) - aankondiging referendum</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:272:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 29 juni 2020</para>
    <para>Lar nr. AUA202001470</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">1. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">Eagle Aruba Casino Operating Corporation N.V.</emphasis>
      <emphasis role="bold">,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">Eagle Aruba Resort Operating Corporation VBA</emphasis>
      <emphasis role="bold">,</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">Abura Development Corporation VBA</emphasis>
      <emphasis role="bold">,</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKERS, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.M. de Cuba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Landsbemiddelaar van Aruba,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelende in Aruba,</para>
      <para>LANDSBEMIDDELAAR,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derde-belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">vakvereniging Federacion di Trahadornan di Aruba (FTA)</emphasis>,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 15 juni 2020 heeft de Landsbemiddelaar een referendum als bedoeld in artikel 3 van het Arbeidsvredebesluit III aangekondigd onder de werknemers van verzoekers.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking (hierna: de bestreden beschikking) hebben verzoekers op 18 juni 2020 bij de Landsbemiddelaar bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben zich voorts op 18 juni 2020 tot het gerecht gewend met een verzoek op grond van artikel 54 LAR tot schorsing van de bestreden beschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft het verzoek ter zitting van 29 juni 2020 behandeld. Verzoekers zijn verschenen bij hun gemachtigde. Tevens waren aanwezig R. Roy (General Manager van verzoekers) en A. de Cuba (hoofd Human Resources). De Landsbemiddelaar is in de persoon van A. Pontilius verschenen, en is bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Namens de derde-belanghebbende zijn verschenen H. Dirksz (vakbondsvertegen-woordiger) en de gemachtigde voornoemd. Laatstgenoemde heeft desgevraagd het woord gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Bevoegdheid LAR-rechter</bridgehead>
    <para>1. De beslissing van de Landsbemiddelaar tot het houden van een referendum is gericht op (publiekrechtelijk) rechtsgevolg nu zij voor de verzoekers de wettelijke verplichting meebrengt om aan het referendum mee te werken en hun werknemers de gelegenheid te bieden om met behoud van loon hun stem uit te brengen. Een zodanige beslissing is daarmee een beschikking in de zin van artikel 2 LAR (vgl. GEA Aruba 8 februari 2013, ECLI:NL:OGEAA:2013:17). Dit betekent dat tegen de beschikking van de Landsbemiddelaar van 15 juni 2020 de rechtsmiddelen op grond van de LAR kunnen worden aangewend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Ingevolge artikel 54, lid 1 LAR kan hangende bezwaar of beroep, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking te schorsen op de grond dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
    <para />
    <para>3. Voor honorering van een dergelijk verzoek is onder meer vereist dat een aanmerkelijke kans bestaat dat de bestreden beschikking in bezwaar niet in stand zal blijven. Voor zover de toetsing aan het in artikel 54, lid 1 LAR neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van het gerecht een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>4. Het spoedeisend belang aan de zijde van verzoekers is voldoende aannemelijk gemaakt. Indien de uitslag van het referendum zal zijn dat de deelnemende vakvereniging de meerderheid van de werknemers vertegenwoordigt, zullen verzoekers immers kunnen worden gedwongen om op korte termijn met deze vakvereniging te onderhandelen over een collectieve arbeidsovereenkomst (cao).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Referendum</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Ingevolge artikel 14a, lid 1 Arbeidsgeschillenverordening kan de Landsbemiddelaar op verzoek van de werkgever of van het bestuur van een vakvereniging van werknemers een referendum onder één of meerdere door hem te bepalen categorieën van werknemers in een bedrijf houden ten einde vast te stellen welke vakvereniging door de meerderheid van die werknemers wordt aangewezen om hen bij de behartiging van hun arbeidsaangelegenheden te vertegenwoordigen. </para>
    <para />
    <para>6. De FTA heeft aan de Landsbemiddelaar verzocht een referendum te houden onder de werknemers van verzoekers. In dat verband hebben nadien besprekingen plaatsgevonden tussen verzoekers en de Landsbemiddelaar. </para>
    <para />
    <para>7. Bij bestreden beschikking van 15 juni 2020 heeft de Landsbemiddelaar een referendum als bedoeld in artikel 3 van het Arbeidsvredebesluit III aangekondigd onder de werknemers van verzoekers.</para>
    <para />
    <para>8. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat de Landsbemiddelaar bij het vaststellen van de beschikking de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vertrouwensbeginsel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan slechts slagen, indien het bestuursorgaan een concrete, ondubbelzinnige toezegging heeft gedaan waaraan een rechtens te honoreren verwachting kan worden ontleend (vgl. ABRvS 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1946, r.o. 6.1). </para>
    <para />
    <para>10. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat de Landsbemiddelaar een dergelijke toezegging heeft gedaan waaraan verzoekers de verwachting konden ontlenen dat de Landsbemiddelaar geen gebruik zou maken van de mogelijkheid van een referendum. Dat de Landsbemiddelaar tijdens de besprekingen met verzoekers met name de mogelijkheid heeft afgetast voor eventuele bemiddeling tussen verzoekers en werknemers, kan niet een dergelijk vertrouwen wekken. Van een bewuste standpuntbepaling omtrent het niet houden van een referendum is dan immers geen sprake. Naar het voorlopige oordeel van het gerecht kan het beroep op het vertrouwensbeginsel dus niet slagen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgvuldigheidsbeginsel / détournement de pouvoir</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. Ook het beroep op het zorgvuldheidsbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir kan niet slagen. De Landsbemiddelaar heeft een verzoek als bedoeld in artikel 1, lid 1 Arbeidsvredebesluit III ontvangen. De Landsbemiddelaar heeft dit verzoek conform de regelgeving afgehandeld. Gelet daarop kan niet worden gezegd dat de Landsbemiddelaar onzorgvuldig heeft gehandeld of zijn bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. </para>
    <para />
    <para>12. Verzoekers hebben betoogd dat gelet op de Corona-crisis en de daaruit voortvloeiende onzekere (financiële) toekomst, eventuele cao-onderhandelingen tot weinig resultaat zullen leiden, zodat om die reden een referendum achterwege kan blijven. In het kader van de beoordeling van de bestreden beschikking is dit betoog echter niet steekhoudend. In de bestreden beschikking wordt immers uitsluitend beslist op het verzoek om een referendum te houden teneinde vast te stellen welke vakvereniging is aangewezen om de belangen van de werknemers te behartigen met betrekking tot arbeidsaangelegenheden. Een mogelijke uitkomst van eventuele cao-onderhandelingen is voor die beslissing niet relevant. </para>
    <para />
    <para>13. Ook in hetgeen verzoekers overigens hebben aangevoerd, ziet het gerecht geen aanleiding om te oordelen dat de Landsbemiddelaar bij het vaststellen van de bestreden beschikking enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur heeft geschonden.</para>
    <para />
    <para>14. Het vorenstaande leidt tot de voorlopige conclusie dat de Landsbemiddelaar in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het houden van een referendum. Het gerecht ziet geen aanleiding de beschikking tot het houden van een referendum op 30 juni 2020 te schorsen. Het verzoek dient te worden afgewezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 29 juni 2020 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>