<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-03T10:56:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA20200888</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-03T10:56:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:229 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-05-2020 / AUA20200888</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (ex artikel 54 van de Lar) - Nu verzoekster sinds 2014 in Aruba verblijft zonder een geldige verblijfstitel, zodat de afgewezen aanvraag heeft te gelden als een eerste aanvraag, kan de afwijzing mede op het zogenoemde uitlandigheidsvereiste worden gegrond, aldus verweerder. Dat is door verzoekster niet gemotiveerd bestreden. Onder deze omstandigheden is in hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht geen grond te vinden voor het oordeel dat de afwijzing niet in stand zal blijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 27 mei 2020</para>
    <para>Lar nr. AUA20200888</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[verzoekster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 28 februari 2020 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om haar te verlenen een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode werkzaam te zijn, afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoekster op 10 maart 2020 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 maart 2020 heeft verzoekster het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft het verzoek via videoverbinding ter zitting behandeld 13 mei 2020. Verzoekster is verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <parablock>
      <para>1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
      <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de aanvraag onvolledig was, omdat een verificatie van de Consul van de Dominicaanse Republiek van de verklaring omtrent het gedrag van verzoekster ontbreekt, en dat verzoekster niet heeft kunnen aantonen dat aan de gestelde vereisten is voldaan, omdat, ondanks herhaalde pogingen tot contact, geen huiscontrole heeft kunnen plaatsvinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot schorsing van de beschikking van 28 februari 2020 en het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat verzoekster totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist, in Aruba mag verblijven. Daartoe voert verzoekster aan dat verweerder haar niet in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag aan te vullen en dat aan haar eerder een vergunning is verleend, gebaseerd op een eerdere huiscontrole, zodat zij erop mocht vertrouwen ook in zoverre te hebben aangetoond aan de vereisten voor vergunningverlening te voldoen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De bij de beschikking van 28 februari 2020 afgewezen aanvraag strekt ertoe om als inwonend huishoudelijk personeelslid werkzaam te zijn ter verzorging van een hulpbehoevende oudere. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat hij het beleid voert dat een vreemdeling de beslissing op een eerste aanvraag om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf in het buitenland moet afwachten. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt voor huishoudelijk personeel indien een medische noodzaak daartoe wordt aangetoond. Vereist is evenwel dat de desbetreffende vreemdeling de aanvraag gedurende de periode van toeristisch verblijf heeft ingediend. Nu verzoekster sinds 30 april 2014 in Aruba verblijft zonder een geldige verblijfstitel, zodat de afgewezen aanvraag heeft te gelden als een eerste aanvraag, kan de afwijzing mede op het zogenoemde uitlandigheidsvereiste worden gegrond, aldus verweerder. Dat is door verzoekster niet gemotiveerd bestreden. Onder deze omstandigheden is in hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht geen grond te vinden voor het oordeel dat de afwijzing niet in stand zal blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande is er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>