<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:22:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201999268</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:219">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:219</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:21:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:219 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 14-05-2020 / AUA201999268</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:219:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ex- artikel 5, eerste lid, van de LvZv: sprake van eenzelfde ziekteoorzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:219:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 14 mei 2020</para>
    <para>CVB nr. AUA201900268</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">COLLEGE VAN BEROEP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Appellant]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.M. Canwood,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de beslissing van 9 januari 2019 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen de bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij beslissing van 9 januari 2019 (hierna: de bestreden beslissing) heeft de bank besloten dat appellante vanaf 20 juni 2018 geen recht meer heeft op tegemoetkoming in verband met plastische chirurgie als gevolg van gewichtsverlies na een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis>, aangezien twee jaren zijn verstreken sinds de melding van voornoemde ziekte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Tegen de bestreden beslissing heeft appellante op 29 januari 2019 beroep aangetekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 19 maart 2019 heeft de bank een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 14 november 2019 van dit College, met instemming van partijen bestaande uit alleen de voorzitter en het lid namens de werkgeversorganisaties, behandeld. Bij de behandeling waren aanwezig appellante in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en voor de bank mr. B. Every, juridisch adviseur en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat in dit geval geen sprake is van eenzelfde ziekteoorzaak. Ter onderbouwing van haar standpunt, heeft appellante het volgende aangevoerd.</para>
        <para>Zij heeft op 21 juni 2016 een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> operatie ondergaan. Daarvoor heeft zij zich op 20 juni 2016 ziek gemeld bij de bank. </para>
        <para>Op 29 november 2018 heeft zij een medisch geïndiceerde buikwandcorrectie moeten ondergaan, aangezien zij last had van een overhangend buikhuid surplus met smetten en rugpijn. Deze klachten zouden zich ook zonder de <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> hebben voorgedaan, nu zij reeds vóór die operatie het meeste gewicht heeft verloren en toen al kampte met die klachten, aldus appellante. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Aan de bestreden beslissing heeft de bank ten grondslag gelegd, dat appellante zich op 20 juni 2016 voor het eerst ziek meldde wegens verminderde belastbaarheid vanwege een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> en dat zij toen tegemoetkoming heeft ontvangen onder ziektemeldingskaart 666121. Deze kaart is op 19 juni 2018 geëxpireerd. Vanaf 20 juni 2018 heeft appellante geen recht meer op tegemoetkoming wegens deze ziekteoorzaak. Appellante claimt nu tegemoetkoming in verband met plastische chirurgie als gevolg van gewichtsverlies na een <emphasis role="italic">gastric bypass. </emphasis></para>
        <para>In haar verweerschrift heeft de bank haar standpunt als volgt nader uiteengezet. </para>
        <para>Een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> is een behandelmethode om de gevolgen van morbide obesitas te behandelen. In Aruba bestaat het behandeltraject uit preoperatief afvallen, een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis>, en op latere termijn (na 18-24 maanden) correctie van huid surplus. Uit de door appellante overgelegde brief van 21 november 2018 van de behandelend chirurg aan de medisch adviseur van de AZV, blijkt dat appellante preoperatief 14 kilo was afgevallen tot een gewicht van 106 kilo, en dat zij na de <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> nog 29 kilo is afgevallen. Uit deze brief blijkt verder dat appellante klachten had van een fors overhangend buikhuid surplus hetgeen klachten veroorzaakte van smetten van de huid ter plaatse van de onder-buikplooi, een slappe zwakke buikwand die niet verbeterde met sporten, en klachten van rugpijn bij grote inspanning. Hieruit volgt, aldus de bank, dat appellante vanwege de <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> een gewichtsverlies heeft bereikt dat haar zonder die operatie niet was gelukt, en dat zij door dit forse gewichtsverlies overtollig buikhuid en huidplooien kreeg die smetten hebben veroorzaakt. Tussen de <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis> en de buikwandcorrectie vanwege overtollig overhangende buikplooien na gewichtsverlies bestaat een duidelijk causaal verband. Aldus de bank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de LvZv, voor zover thans van belang, heeft de werknemer die als gevolg van ziekte arbeidsongeschikt is, recht op ziekengeld vanaf de vierde dag van de ziekmelding. Het recht op ziekengeld ter zake van eenzelfde ziekteoorzaak vervalt na twee jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In geschil is de vraag of de bank op goede gronden heeft besloten dat in dit geval sprake is van eenzelfde ziekteoorzaak als bedoeld in de tweede volzin van artikel 5, eerste lid, van de LvZv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het college gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.5.1</nr>
        <para>Appellante is vanaf 2001 bekend bij de bank met adipositas. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.2</nr>
        <para>Appellante heeft zich op 20 juni 2016 arbeidsongeschikt gemeld bij de bank wegens een <emphasis role="italic">gastric bypass</emphasis>, een maagverkleiningsoperatie. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.3</nr>
        <para>Appellante werd toen onder ziektemeldingskaart 666121 gecontroleerd. Deze ziektemeldingskaart is op 21 juni 2018 geëxpireerd. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.4</nr>
        <para>Op 29 november 2018 heeft appellante een buikwandcorrectie, een zgn. <emphasis role="italic">tummy tuck</emphasis> operatie, ondergaan.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.5</nr>
        <parablock>
          <para>De behandelend plastisch chirurg heeft in zijn verklaring van 21 november 2018 – voor zover hier van belang – het volgende geschreven: </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“ (…) Status na Gastric Bypass (21 juni 2016, dr Ponson, Aruba). Pte woog maximaal 120 kg, is preoperatief afgevallen tot 106 kg (14 kg). Postoperatief is zij vervolgens nog verder afgevallen tot 77 kg (29 kg).</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Pte heeft nu met name veel last van fors overhangend buikhuid surplus (‘vetschort”), waarvan zij veel mechanische klachten ondervindt. Ook heeft zij veel last van smetten tpv de onderbuik plooi. Buikwand is slap en zwak, sporten en trainen geven echter geen verbetering. Verder geeft zij aan last te hebben van rugpijnen, met name bij grotere inspanning en/of verrichten van zwaardere arbeid. Zij wenst evaluatie en correctie, oftewel een buikwandplastiek. (…)”</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Gelet op genoemde feiten en omstandigheden heeft de bank, naar het oordeel van het College, op goede gronden geconstateerd dat de latere ziekmelding dezelfde ziekteoorzaak, namelijk de <emphasis role="italic">gastric bypass </emphasis>en de gevolgen daarvan, betreft als die in juni 2016. Immers, zonder de <emphasis role="italic">gastric bypass </emphasis>zou er bij appellante geen sprake zijn geweest van een fors gewichtsverlies, dat overhangend buikhuid surplus en verslapping van de buikwand ten gevolge heeft gehad, waardoor een buikwandcorrectie geïndiceerd werd. Hieruit volgt dat de bank op goede gronden heeft besloten dat appellante geen recht meer heeft op tegemoetkoming in verband met deze ziekteoorzaak, aangezien twee jaren zijn verstreken sinds de melding van voornoemde ziekte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3. </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het College:</para>
      <para />
      <para>- verklaart het beroepschrift van appellant ongegrond. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven op 14 mei 2020 door het College van Beroep, bestaande uit mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, en E. de Cuba, lid, in tegenwoordigheid van de secretaris.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>