<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:08:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201600278</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:215">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:07:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:215 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 14-05-2020 / AUA201600278</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:215:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De bestreden beslissing is gedagtekend 4 november 2015. Volgens appellant heeft hij de beslissing ongeveer 2½ week later ontvangen, derhalve op uiterlijk 22 november 2015. Uitgaande van deze ontvangstdatum geldt dat de beroepstermijn op 13 december 2015 is verstreken. Het beroepschrift is op 26 februari 2016 ingediend. Dit is ruim tien weken na het verstrijken van de beroepstermijn, zodat appellant niet-ontvankelijk in zijn beroep dient te worden verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:215:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c7203682-857e-4493-953f-620bf2f6cc16" depth="1179" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 14 mei 2020</para>
    <para>CVB nr. AUA201600278</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">COLLEGE VAN BEROEP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van </para>
      <para>de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering (LvAOV) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Appellant]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Nederland, te [adres], </para>
      <para>APPELLANT, </para>
      <para>in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de beslissing van 4 november 2015 van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 10 juni 2015 heeft appellant, geboren op 26 april 1947 in Nederland, een aanvraag bij de bank ingediend om toekenning van ouderdomspensioen krachtens de algemene ouderdomsverzekering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 4 november 2015 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten aan appellant met ingang van 1 juli 2014 een ouderdomspensioen toe te kennen van Afl. 47,- per maand, onder toepassing van een korting van 95,56%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Tegen deze beslissing heeft appellant beroep aangetekend, door indiening van een beroepschrift op 26 februari 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De bank heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 14 november 2019 van dit College behandeld, alwaar voor de bank is verschenen mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is ondanks de behoorlijke oproeping, niet verschenen.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2. </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">DE BEOORDELING</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep, en heeft – samengevat – daartoe aangevoerd dat appellant het beroepschrift na verloop van de beroepstermijn heeft ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 38 van de LvAOV staat tegen bepaalde beslissingen van de bank beroep open bij dit College. Het derde lid bepaalt dat het beroep ingevolge het eerste lid geschiedt bij met redenen omkleed beroepschrift binnen drie weken na dagtekening van de beslissing of na de datum waarop de betrokkene kan aantonen de beslissing te hebben ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De bestreden beslissing is gedagtekend 4 november 2015. Volgens appellant heeft hij de beslissing ongeveer 2½ week later ontvangen, derhalve op uiterlijk 22 november 2015. Uitgaande van deze ontvangstdatum geldt dat de beroepstermijn op 13 december 2015 is verstreken. Het beroepschrift is op 26 februari 2016 ingediend. Dit is ruim tien weken na het verstrijken van de beroepstermijn. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, dient appellant niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Ten overvloede overweegt het College het volgende. </para>
        <para>Het College stelt voorop, dat een ieder de wet behoort te kennen. Gelet hierop dient de door appellant gestelde onwetendheid met de LvAOV, voor zijn rekening en risico te komen. </para>
        <para>Ingevolge artikel 11, eerste lid van de LvAOV gaat het ouderdomspensioen in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de belanghebbende aan de voorwaarden voor het recht op ouderdomspensioen voldoet. Het derde lid bepaalt – voor zover hier van belang – dat in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een ouderdomspensioen niet eerder kan ingaan dan een jaar vóór de eerste dag der maand, volgende op die waarin de aanvraag werd ingediend. De bank kan voor bijzondere gevallen van het bepaalde in de eerste volzin afwijken. </para>
        <para>Nu appellant zijn aanvraag om ouderdomspensioen op 10 juni 2015 heeft ingediend en er geen sprake is van een bijzonder geval, is hem terecht met ingang van 1 juli 2014 pensioen toegekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het College:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart het beroep van appellant niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven op 14 mei 2020 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>