<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:172</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-08T13:31:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201904149</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:172">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:172</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-08T13:31:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:172 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-03-2020 / AUA201904149</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:172:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek ex artikel 54 van de Lar (voorlopige voorziening) - De brief is een besluit van algemene strekking, althans is het een stuk van informatieve aard. Tegen een dergelijk besluit kan geen bezwaar worden ingediend op grond van artikel 9 lid 1 Lar. Verzoekster is om die reden in dat bezwaar niet-ontvankelijk. Om die reden zal het gerecht het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:172:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 2 maart 2020</para>
    <para>Lar nr. AUA201904149</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">WESTSTREET LIQUOR COMPANY N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE DIRECTEUR DEPARTAMENTO DI ADUANA</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.P. Jansen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij brief van 2 oktober 2019 heeft verweerder verzoekster bericht dat vanuit Curaçao geïmporteerde bulkflessen gedestilleerd per 1 januari 2020 niet meer onder preferentiële accijnspercentages zullen vallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft tegen de brief op 8 november 2019 bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 26 november heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (hierna: Lar) ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Het verzoek is, gezamenlijk met kort geding nummer AUA201904040, behandeld ter zitting van 6 december 2019. Partijen zijn bij hun gemachtigde verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoekster vervaardigt in haar fabriek in Aruba gedestilleerde drank met grondstoffen geïmporteerd uit Curaçao. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij brief van 2 oktober 2019 heeft verweerder verzoekster bericht dat geïmporteerde bulkflessen gedestilleerde alcohol per 1 januari 2020 niet meer onder preferentiële accijnspercentages zullen vallen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot schorsing van de bestreden besluit totdat op het bezwaar is beslist en verweerder te verbieden om de sterktepercentages en/of accijnzen en/of heffingen zoals aangekondigd te verhogen, op straffe van een dwangsom van Afl. 5.000,- per dag of dag-gedeelte dat verweerder hiermee in gebreke blijft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>In de brief van 2 oktober 2019 wordt verzoekster geïnformeerd dat het Departamento di Aduana vanaf 1 januari 2020 bij de vaststelling van accijnzen op uit Curaçao geïmporteerde bulkflessen gedestilleerde alcohol niet langer de preferentiële accijnspercentages zal hanteren zoals die zijn vastgesteld in het Inter-Bureau Memo van maart 1988. Deze brief is niet alleen aan verzoekster verzonden, maar ook aan tientallen derden die gedestilleerde alcohol importeren. Gezien het voorgaande is de brief van 2 oktober 2019 een besluit van algemene strekking zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 sub b Lar, althans is het een stuk van informatieve aard. Tegen een dergelijk besluit kan geen bezwaar worden ingediend op grond van artikel 9 lid 1 Lar. Verzoekster is om die reden in dat bezwaar niet-ontvankelijk, zoals zij ook zelf ter zitting heeft betoogd. Om die reden zal het gerecht het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>