<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-08T13:27:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201901731</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-08T13:27:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:170 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-03-2020 / AUA201901731</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek ex artikel 53 van de Lar (tenuitvoerlegging van een uitspraak) - Met het verlenen aan verzoekster van een vergunning tot verblijf voor onbepaalde duur, heeft verweerder beslist op het bezwaar van verzoekster. Hiermee is dan ook voldaan aan de uitspraak van dit gerecht. Het verzoek van verzoekster wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 2 maart 2020</para>
    <para>Lar nr. AUA201901731</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek ex artikel 53 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoekster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij uitspraak van dit gerecht van 12 november 2018 (AUA201800025) is de fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van verzoekster van 21 september 2017 vernietigd en is verweerder opgedragen om binnen een termijn van drie maanden na die uitspraak een reële beslissing te nemen op voornoemd bezwaarschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar naar aanleiding van bovenbedoelde uitspraak heeft verzoekster bij dit gerecht op 24 mei 2019 een verzoekschrift in de zin van artikel 53 Lar ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 5 juli 2019 een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 januari 2020, alwaar is verschenen verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. Verzoekster is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">OVERWEGINGEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>1. Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 12 november 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verweerder heeft in zijn verweerschrift aangevoerd dat de afwijzende beschikking van 15 september 2017, waartegen verzoekster bezwaar op 21 september 2017 heeft ingediend, is herzien. Op 4 mei 2018 is als gevolg van de herziening van de vergunning, zijnde een vergunning tot verblijf voor onbepaalde duur, zonder beperking voor wat betreft werken, aan verzoekster uitgereikt. Een kopie van de verleende vergunning is bij het verweerschrift overgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>3. Met het verlenen aan verzoekster van een vergunning tot verblijf voor onbepaalde duur, heeft verweerder beslist op het bezwaar van verzoekster van 21 september 2017. Hiermee is dan ook voldaan aan voornoemde uitspraak van dit gerecht van 12 november 2018. Het verzoek van verzoekster zal dan ook worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 2 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>