<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2020:122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:29:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903513</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5482</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2020:122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-22T12:22:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2020:122 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-04-2020 / AUA201903513</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2020:122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>erkenning van een uitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2020:122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 7 april 2020</para>
    <para>behorend bij EJ. nr. AUA201903513</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Naam verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna: de voogdes,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Naam moeder], </emphasis>hierna de moeder, wonende te Haïti, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Naam vader], </emphasis>hierna de vader, wonende in Haïti,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,</emphasis> hierna: de abs, gemachtigde: [naam gemachtigde de ambtenaar van de burgerlijke stand]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 9 oktober 2019, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het advies van de abs, ingediend op 13 januari 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 14 januari 2020, waar zijn verschenen verzoekster bijgestaan door mr. C. Edwards, occuperende voor de gemachtigde voornoemd, en de abs bij de gemachtigde voornoemd. De ouders zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit de affectieve relatie tussen de moeder en de vader is de thans nog minderjarige, [Naam minderjarige], op [geboortedatum] 2009 in Haïti geboren. De moeder oefende van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij vonnis van<emphasis role="italic"> “Le Tribunal de Première Instance de la Croix-des-Bouquets”</emphasis> in Haïti van 12 augustus 2019, heeft de Haïtiaanse rechter op verzoek van de moeder aan verzoekster de voogdij over de minderjarige toevertrouwd (“<emphasis role="italic">confie la garde</emphasis>”). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De minderjarige woont nog in Haïti.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt tot erkenning van voornoemd vonnis van 12 augustus 2019. Daartoe is - samengevat – het volgende aangevoerd. Erkenning van het vonnis is noodzakelijk, zodat de minderjarige naar Aruba kan emigreren om zodoende de woonplaats van haar voogdes te volgen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij gebreke van een daartoe strekkende wettelijke bepaling of verdrag voor de erkenning van beslissingen van rechters in de republiek Haïti omtrent het gezag over minderjarigen, dient de vraag of voornoemd Haïtiaans vonnis van 12 augustus 2019 in Aruba kan worden erkend te worden beoordeeld aan de hand van de commune internationaal privaatrechtrechtelijke regels. </para>
        <para>Bij de beantwoording van de vraag of een buitenlandse beslissing als de onderhavige voor erkenning in aanmerking komt geldt als uitgangspunt dat die beslissing voor erkenning in aanmerking komt indien is voldaan aan de volgende drie cumulatief geldende voorwaarden, te weten:</para>
      </parablock>
      <para>1. de buitenlandse rechter was op een internationaal aanvaarde grond bevoegd om kennis te nemen van de zaak;</para>
      <para>2. het vonnis is tot stand gekomen na een behoorlijke rechtspleging, en</para>
      <para>3. erkenning van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het gerecht overweegt allereerst dat niet is gebleken dat voornoemd vonnis valselijk is opgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voorts is naar het oordeel van het gerecht aan voornoemde drie eisen voldaan.</para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>Waar het betreft de eerste eis is gebleken dat de betreffende rechter van “<emphasis role="italic">Le Tribunal de Première Instance de la Croix-des-Bouquets</emphasis>” in Haïti de rechter van de woonplaats van de minderjarige was, hetgeen ook naar internationale maatstaven een grond voor de rechterlijke bevoegdheid vormt. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>Ten aanzien van de procesgang overweegt het gerecht dat sprake is van een gemotiveerd vonnis na gedegen onderzoek van voornoemd gerecht. Naar het oordeel van het gerecht was aldus sprake van een behoorlijke procesgang. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>Tot slot is de voogdijvoorziening zoals in voornoemd vonnis is gegeven, niet strijdig met de Arubaanse openbare orde. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het verzoek in zoverre zal worden toegewezen. Voor een uitvoerbaar bij voorraad verklaring ziet het gerecht, gelet op de aard van het verzoek, geen aanleiding. </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5. </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerecht:</para>
      <para />
      <para>- erkent de rechtsgeldigheid in Aruba van de uitspraak van “<emphasis role="italic">Le Tribunal de Première Instance de la Croix-des-Bouquets</emphasis>” in Haïti van 12 augustus 2019, voor zover daarbij mevrouw [naam verzoekster] is belast met de voogdij over de minderjarige [Naam minderjarige], geboren op geboortedatum 2009 in Haïti,  </para>
      <para />
      <para>- wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en wordt geacht in het openbaar te zijn uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 7 april 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>