<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:842</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-15T12:50:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201904391</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:842">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:842</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-15T12:49:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:842 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-07-2019 / AUA201904391</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:842:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Huurrecht. Opzegging huurovereenkomst in verband met eigen gebruik daarvan. Overschrijding beroepstermijn verschoonbaar. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:842:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 7 juli 2019</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. AUA201904391</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, Citroenstraat 1,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [appellante],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, [woonadres],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geïntimeerde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met producties, ingediend op 17 december 2019;</para>
      <para>- het verweerschrift, ingediend op 2 maart 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 juni 2020. Partijen zijn in persoon ter terechtzitting verschenen. [appellante] heeft gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift. [geïntimeerde] heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op voormelde reactie van [appellante].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3 [</nr>
      <para>appellante] was met een kennis van haar ter zitting verschenen, die verklaarde dat zij door [appellante] gemachtigd was om haar in het onderhavige geschil te vertegenwoordigen. Het is het Gerecht echter gebleken dat de kennis van [appellante] voornoemd een adviesbureau heeft en beroeps- of bedrijfsmatig als vertegenwoordiger van [appellante] wilde optreden, hetgeen – zoals ter zitting is medegedeeld – bij vast en bestendig beleid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van onder meer Aruba (en daarom ook dit Gerecht) niet is toegelaten. Alleen door voormeld Hof toegelaten zaakwaarnemers en advocaten kunnen en mogen als beroeps- of bedrijfsmatige vertegenwoordigers voor hun clientèle optreden in rechtszaken. Om die reden werd ter zitting aan [appellante] medegedeeld dat alleen zij het beroepschrift mag toelichten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beschikking van de huurcommissie van 7 november 2019, met kenmerk DHC/HOP/193/19 (hierna: de beschikking), is toegewezen het verzoek van [geïntimeerde] tot toestemming om de tussen haar en [appellante] gesloten huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot het in Aruba aan de [adres] gelegen woning (hierna: de woning) op te zeggen in verband met eigen gebruik daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>appellante] heeft op 17 december 2019 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [appellante] verzoekt dat het Gerecht (naar het Gerecht begrijpt) de beschikking vernietigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>geïntimeerde] voert verweer, en concludeert (naar het Gerecht begrijpt) tot bevestiging van de beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan, staat zowel voor [appellante] als huurder als voor [geïntimeerde] als verhuurder gedurende veertien dagen na de dagtekening van de mededeling van de beschikking beroep open bij de rechter in eerste aanleg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>appellante] heeft onbestreden gesteld dat zij het beroepschrift op vrijdag 14 december 2019 is komen indienen bij de balie van het Gerecht, zijnde de laatste dag van de beroepstermijn, maar dat de griffie geweigerd heeft het beroepschrift in ontvangst te nemen. Reden daarvan was volgens [appellante] omdat het uittreksel van het Bevolkingsregister van [geïntimeerde] bij het beroepschrift ontbrak. Volgens [appellante] is de termijnoverschrijding verschoonbaar, omdat zij in persoon procedeert en aan haar geen uittreksel van het Bevolkingsregister van [geïntimeerde] wordt gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het Gerecht stelt voorop dat een beroepschrift niet volledig hoeft te zijn om in te kunnen dienen. De behandelende rechter heeft navraag gedaan bij de balie van het Gerecht en gebleken is dat [appellante] op vrijdag 14 december 2019 haar beroepschrift wilde indienen bij de balie van het Gerecht, dat de in ontvangstneming daarvan geweigerd is omdat een uittreksel van het Bevolkingsregister van [geïntimeerde] ontbrak en dat het beroepschrift vervolgens op maandag 17 december 2019 door de balie van het Gerecht in ontvangst is genomen. De balie van het Gerecht had de in ontvangstneming van het beroepschrift niet mogen weigeren en had het beroepschrift in ontvangst moeten nemen. [appellante] had achteraf haar beroep kunnen aanvullen met stukken. Gelet op het voorgaande is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en is [appellante] ontvankelijk in haar beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>appellante] heeft de in het verweerschrift neergelegde stellingen van [geïntimeerde] ter zake van noodzakelijke eigen gebruik van het gehuurde niet nader bestreden. Vast komt daarom te staan dat het gehuurde voor eigen gebruik van [geïntimeerde] zal dienen en dat [geïntimeerde] daarom een rechtmatig belang heeft bij de beëindiging van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, zoals terecht geoordeeld door de Huurcommissie. Dat [appellante] mogelijk een vordering heeft op [geïntimeerde] voor de beweerdelijke door haar gedane investeringen in het gehuurde, doet aan het voorgaande niet af. [appellante] kan alsnog een procedure starten om de door haar gestelde investering terug te vorderen van [geïntimeerde]. Eén en ander brengt met zich dat het beroep van [appellante] ongegrond zal worden verklaard onder bevestiging van de beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>appellante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [geïntimeerde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">4. DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para />
      <para>- verklaart het beroep van [appellante] ongegrond;</para>
      <para />
      <para>- bevestigt de beschikking van de huurcommissie van 7 november 2019;</para>
      <para />
      <para>- veroordeelt [appellante] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 7 juli 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>