<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-09T14:03:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:OGAACMB:2019:121</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903684</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:774">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-09T13:55:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:774 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-11-2019 / AUA201903684</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:774:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vergunning tot tijdelijk verblijf heeft meerdere weigeringsgronden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:774:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 20 november 2019</para>
    <para>Lar nr. AUA201903684</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[Verzoeker],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 15 oktober 2019 heeft verweerder het verzoek van verzoeker om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als verblijfsdoel huishoudelijk personeel afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoeker op 22 oktober 2019 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 oktober 2019 heeft verzoeker het gerecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 november 2019, waar partijen, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <parablock>
      <para>1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
      <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft de Haïtiaanse nationaliteit. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Aan verzoeker zijn opvolgende vergunningen tot tijdelijk verblijf verleend om als huisknecht bij een derde werkzaam te zijn met een geldigheidsduur tot 2 april 2017. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 11 juli 2019 heeft verzoeker verweerder (opnieuw) verzocht om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen om als inwonend huishoudelijk personeel bij [X] werkzaam te zijn. Op dat verzoek is voormelde beschikking van 15 oktober 2019 gegeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de afwijzing van 15 oktober 2019 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de garantsteller niet voldoet aan de gestelde solvabiliteitseisen en dat uit een huiscontrole is gebleken dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot schorsing van de bestreden beschikking en het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat verzoeker totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist voor de toepassing van de Landsverordening toelating en uitzetting wordt behandeld als ware hij in het bezit van een verblijfsvergunning om als huishoudelijk personeel bij [X] werkzaam te zijn. Daaraan legt verzoeker ten grondslag dat verweerder zich bij het afgewezen verzoek ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de garantsteller niet voldoet aan de gestelde solvabiliteitsvereisten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het bij de beschikking van 15 oktober 2019 afgewezen verzoek strekt ertoe om als inwonend huishoudelijk personeelslid in de woning van [X] werkzaam te zijn. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat uit onderzoek in de bevolkingsregisters is gebleken dat behalve verzoeker, het gezin van [X] en een ander inwonend huishoudelijk personeelslid, aan wie daarvoor een verblijfsvergunning is verleend, meerdere derden op het desbetreffende adres staan ingeschreven. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft verweerder op 21 oktober 2019 ter plaatse een huiscontrole verricht. Uit die controle is verweerder gebleken dat niet aan de gestelde vereisten voor vergunningverlening wordt voldaan, aldus verweerder. Dat is door verzoeker niet gemotiveerd bestreden. Onder deze omstandigheden is in hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht geen grond te vinden voor het oordeel dat de afwijzing niet in stand zal blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Gezien het voorgaande is er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>