<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-20T14:42:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903416</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-20T14:42:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:735 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-10-2019 / AUA201903416</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekster maakt bezwaar tegen brief van verweerder waarin gelegenheid wordt geboden tot het indienen van een formeel asielverzoek. Nu verzoekster nog steeds geen formeel asielverzoek heeft ingediend, mag ervan worden uitgegaan dat bij verzoekster de asielwens niet langer bestaat en dat zij de asielprocedure niet in gang wenst te zetten. De brief kan niet worden aangemerkt als een beschikking, zodat het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk wordt verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 30 oktober 2019</para>
    <para>Lar nr. AUA201903416</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[verzoekster],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>van Venezolaanse nationaliteit,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: J.M. Harewood(DIMAS).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Namens verzoekster is op 17 september 2019 een asielwens geuit. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 25 september 2019 heeft verweerder verzoekster erop gewezen dat zij bij DIMAS  een formeel asielverzoek kan indienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen de brief van 25 september 2019 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 oktober 2019 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 16 oktober 2019. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder bij zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
      <para>Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekster is op 1 september 2017 Aruba binnengekomen als toerist met een toegestane verblijfsduur van twee dagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 16 september 2019 is verzoekster werkend aangetroffen als verkoopster bij Agree Fashion. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij bevelschrift van 16 september 2019 heeft verweerder de uitzetting van verzoekster bevolen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gemachtigde heeft op 17 september 2019 per fax namens verzoekster verzocht om asiel. In dit faxbericht zijn behalve de naam en geboortedatum van verzoekster geen andere (contact)gegevens vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 25 september 2019 heeft de minister op dit verzoek geantwoord dat een toereikende machtiging bij de asielwens van 17 september 2019 ontbreekt. Verder wordt verzoekster erop gewezen dat zij door middel van een registratieformulier een formeel asielverzoek bij DIMAS kan indienen en dat een afspraak moet worden gemaakt voor het persoonlijk horen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Verzoekster heeft tegen de brief van 25 september 2019 bezwaar gemaakt. Op 4 oktober 2019 heeft verzoekster een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Bij uitspraak van 2 oktober 2019 heeft de voorzieningenrechter van het gerecht geoordeeld dat geen grond bestaat voor schorsing van het bevelschrift tot uitzetting van 16 september 2019. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Het verzoek strekt tot schorsing van de bestreden beschikking totdat op het bezwaar is beslist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Asielwens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. In het faxbericht van 17 september 2019 heeft de gemachtigde namens verzoekster verzocht om asiel. In deze brief zijn behalve de naam en geboortedatum van verzoekster geen andere (contact)gegevens vermeld. </para>
      <para />
      <para>6. Voornoemd faxbericht betreft geen asielaanvraag conform de voorgeschreven procedure. Met deze brief is namens verzoekster slechts een asielwens geuit. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gelegenheid tot asielverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. Op grond van artikel 19f in samenhang met artikel 19 Toelatingsbesluit 2009 moet de vreemdeling die in Aruba ten opzichte van een migratieambtenaar zijn wens tot asiel heeft geuit, in de gelegenheid worden gesteld een asielverzoek in te dienen. Het verzoek wordt gedaan op een daartoe bestemd formulier. Deze bepalingen uit het Toelatingsbesluit 2009 zijn in werking getreden per 4 juli 2019 (AB 2019, no. 40). </para>
      <para />
      <para>8. in de brief van 25 september 2019  heeft verweerder verzoekster erop gewezen dat zij door middel van een registratieformulier een formeel asielverzoek bij DIMAS kan indienen en dat een afspraak moet worden gemaakt voor het persoonlijk horen. Met deze brief heeft verweerder verzoekster dus in de gelegenheid gesteld een asielverzoek in te dienen. Verweerder heeft daarmee gehandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, lid 1 Toelatingsbesluit 2009. Nu verzoekster nog steeds geen formeel asielverzoek heeft ingediend, mag ervan worden uitgegaan dat bij verzoekster de asielwens niet langer bestaat en dat zij de asielprocedure niet in gang wenst te zetten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. Met de brief van 25 september 2019 heeft verweerder verzoekster in de gelegenheid gesteld een asielverzoek in te dienen. De uitlatingen in deze brief zijn niet gericht op enig rechtsgevolg. Dit betekent dat deze brief niet kan worden aangemerkt als een beschikking in de zin van artikel 2, lid 1, Lar. Het bezwaar tegen deze brief zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening is eveneens niet-ontvankelijk. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>