<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-20T14:16:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201903547</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:734">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-20T14:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:734 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-11-2019 / AUA201903547</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:734:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek ex artikel 54 Lar - afgifte kaart, recht gevende op kosteloze rechtskundige bijstand - De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van de in de bestreden beschikking gegeven motivering niet kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen procedure gericht tegen het ontslag op staande voet redelijkerwijs geen kans van slagen maakt. Daarbij komt dat het te behartigen belang in een dergelijke procedure niet gering is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:734:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 11 november 2019</para>
    <para>Lar nr. AUA201903547</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de directeur van Sociale Zaken</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 3 juli 2019 heeft de directeur van de Directie Sociale Zaken afwijzend beslist op het verzoek van appellante om afgifte van een kaart, recht gevende op kosteloze rechtskundige bijstand.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 8 augustus 2019 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 oktober 2019 heeft verzoeker tevens een verzoek om een voorlopige voorziening bij het gerecht ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 252019. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde, en verweerder bij zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Juridisch kader</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
        <para>			Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening kosteloze rechtskundige bijstand (Lkrb) kan aan een iedere in Aruba werkelijke woonplaats hebbende persoon die on- of minvermogend is en rechtskundige bijstand behoeft, een kaart worden afgegeven, rechtgevende op kosteloze rechtskundige bijstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Artikel 3 Lkrb bepaalt dat indien rechtskundige bijstand verleend wordt, hetzij op grond van het Wetboek van Strafvordering van Aruba, hetzij in een civiele procedure of een voorgenomen civiele procedure, welker aard naar het oordeel van de Directie Sociale Zaken rechtskundige bijstand wettigt, wordt zulks op de in artikel 2 bedoelde kaart aangetekend en wordt daarop, voor zover het geen toevoegingen op grond van het Wetboek van Strafvordering van Aruba betreft, tevens vermeld de naam van de advocaat die zich met de bijstand zal belasten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het verzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe dat verweerder wordt opgedragen aan verzoeker de afgifte van een kaart rechtgevende op kosteloze rechtskundige bijstand af te geven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verzoeker is op 3 januari 2019 op staande voet ontslagen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verzoeker heeft per brief van 9 januari 2019 de nietigheid van zijn ontslag ingeroepen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op 21 maart 2019 heeft verzoeker zich gewend tot Directie Sociale Zaken ter verkrijgen van een kaart rechtgevende op kosteloze rechtskundige bijstand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van partijen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Verweerder heeft in de bestreden beschikking de afgifte van de kaart geweigerd - zakelijk weergegeven - omdat een eventuele procedure geen kans van slagen heeft. Verweerder meent dat het ontslag terecht is gegeven nu verzoeker zich niet op zijn werk heeft gemeld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Verzoeker meent dat het bestreden besluit onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Hij heeft niet verzuimd zich te melden op zijn werk want zijn werkgever heeft hem onverwacht per 31 december 2018 opgeroepen. Verzoeker verkeert in financiële nood nu hij het ten onrechte gegeven ontslag niet met behulp van een advocaat kan aanvechten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Voor zover de toetsing aan het in artikel 54 van de Lar neergelegde criterium meebrengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van het gerecht een voorlopig karakter en is dat niet bindend in de bodemprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder bij de beoordeling van een verzoek om kosteloze rechtskundige bijstand met het belang van de zaak en de kans van slagen rekening kan houden. Een aanvraag voor kosteloze rechtskundige bijstand kan worden geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op een vordering of verweer waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze geen kans van slagen maakt. Echter uit de bestreden beschikking, het verweerschrift en het verhandelde ter zitting is niet duidelijk gemaakt welke criteria verweerder bij de beoordeling van het belang van de zaak en de kans van slagen daarvan worden toegepast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt voorts dat op grond van de in de bestreden beschikking gegeven motivering niet kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen procedure gericht tegen het ontslag op staande voet redelijkerwijs geen kans van slagen maakt. Daarbij komt dat het te behartigen belang in een dergelijke procedure niet gering is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande, heeft verweerder ook met de gegeven motivering dat de te voeren procedure een lage kans van slagen heeft, de afwijzing van het verzoek niet toereikend gemotiveerd. Daartoe wordt overwogen dat het aan verweerder is om criteria vast te stellen voor de beoordeling van het belang van een zaak en de kans van slagen om voor kosteloze rechtsbijstand in aanmerking te kunnen komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het bestreden besluit is derhalve gebrekkig gemotiveerd en zal in bezwaar niet in stand kunnen blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en draagt verweerder op verzoeker een kaart zoals bedoeld in artikel 2 Lkrb af te geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 11 november 2019, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold" />
    </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>