<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:71</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T16:17:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201801661</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:71">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:71</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T16:17:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:71 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-02-2019 / AUA201801661</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:71:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel-arbeid-ontslag op staande voet-bewijsopdracht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:71:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 12 februari 2019</para>
    <para>Behorend bij  AUA201801661</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Naam eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>verzoeker in conventie, verweerder in reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [naam eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[NAAM VERWEERSTER] N.V.</emphasis>
        <emphasis role="underline">,</emphasis> h.o.d.n. [naam verweerster],</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>verweerster in conventie, verzoekster in reconventie,</para>
      <para>hierna ook te nomen: [naam verweerster],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Saade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 13 juni 2018;</para>
      <para>- het verweerschrift met producties, overgelegd op de rolzitting van 25 september 2018;</para>
      <para>- producties zijdens [naam verweerster], ingediend op 1 november 2018;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 11 december  2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Aan partijen is medegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>naam eiser] is op 21 februari 2011 als automonteur in loondienst getreden van [naam verweerster] tegen een brutoloon van Afl. 2.144,83 per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2	[</nr>
      <para>naam eiser] heeft op 15 januari 2018 voor het laatst gewerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij schrijven van 24 januari 2018 is [naam eiser] aangemaand om op 26 januari 2018 op het werk te verschijnen. [naam eiser] is niet op het werk verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING </title>
    <bridgehead role="italic">in conventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,:</para>
      <para>- 	[ naam eiser] toe te staan om kosteloos te procederen;</para>
      <para>- te verklaren dat het aan [naam eiser] verleende ontslag kennelijk onredelijk, alsmede onregelmatig is;</para>
      <para>-	[ naam verweerster] te veroordelen om aan [naam eiser] te betalen het bedrag van Afl. 16.333,65;</para>
      <para>-	[ naam verweerster] te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aan dit verzoek heeft [naam eiser] ten grondslag gelegd dat hij op staande voet is ontslagen, terwijl er geen sprake was van een daartoe vereiste dringende reden. [naam eiser] stelt thans in het ontslag te berusten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3  [</nr>
      <para>naam verweerster] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [naam eiser] in de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4	[</nr>
      <para>naam verweerster] verzoekt dat het gerecht bij beschikking:</para>
      <para>- voor recht verklaart dat [naam eiser] de arbeidsovereenkomst zonder geldige reden met onmiddellijke ingang heeft beëindigd;</para>
      <para>-	[ naam eiser] veroordeelt om aan [naam verweerster] te betalen het bedrag ad Afl. 1.482,18, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 1 maart 2018, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Aan dit verzoek heeft [naam verweerster] ten grondslag gelegd dat [naam eiser] ontslag op staande voet heeft genomen, terwijl er geen sprake was van een dringende reden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1	[</nr>
      <para>naam eiser] stelt in zijn verzoek dat hij op 15 januari 2018 door de directeur van [naam verweerster] (de heer X, hierna: [X]) lichamelijk is mishandeld en uitgescholden en dat hij daarna op staande voet is ontslagen. Volgens [naam eiser] heeft [X] hem, na een woordenwisseling over de aan hem opgedragen werkzaamheden, hardhandig aangepakt en uit  de garage verwijderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2 [</nr>
      <para>naam verweerster] heeft de door [naam eiser] geschetste gang van zaken weersproken. Zo heeft zij gesteld dat het allemaal anders is gelopen dan [naam eiser] doet voorkomen. Zij stelt dat [naam eiser] zelf, zonder geldige reden, ontslag op staande voet heeft genomen. Volgens [naam verweerster] is [naam eiser], nadat hij door [X] op zijn functioneren is gewezen, in woede uitgebarsten. [naam eiser] zou tegen [X] hebben gezegd om hem maar te ontslaan, indien hij niet tevreden is met de aan hem opgedragen werkzaamheden. [X] heeft [naam eiser] toen de deur gewezen. [naam verweerster] stelt dat [naam eiser] op dat moment zelf de werkplek heeft verlaten en dat hij, zelfs na drie oproepingen, niet terug is gekomen. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [naam verweerster] een drietal verklaringen van haar personeel in de procedure gebracht. Uit die verklaringen kan worden afgeleid dat hetgeen [naam verweerster] heeft gesteld, door het personeel wordt bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening over de situatie die tot het einde van de arbeidsovereenkomst heeft geleid. Het gerecht kan op grond van de omstandigheden, zoals die door partijen naar voren zijn gebracht, niet  opmaken wat er zich precies op 15 januari 2018 heeft afgespeeld. Voor de beantwoording van de vraag of [naam verweerster] [naam eiser] op staande voet heeft ontslagen, zoals [naam eiser] dat heeft gesteld of dat [naam eiser] zelf ontslag op staande voet heeft genomen, zoals Marlons’s garage betoogt, is van belang dat duidelijkheid wordt verschaft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ter zitting wordt door [naam eiser] aangevoerd dat [naam verweerster] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu haar vordering is verjaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Anders dan [naam eiser], is het gerecht van oordeel dat de vordering van [naam verweerster] niet is verjaard, nu deze niet onder het bereik van artikel 7A:1615u van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) valt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Partijen zullen daarom in de gelegenheid worden gesteld, overeenkomstig hun aanbod, bewijs te leveren van hun stellingen. [naam eiser] zal van zijn stelling dat hij door [X] op 15 januari 2018 op de werkplek is mishandeld en dat hij daarna op staande voet is ontslagen, worden toegelaten tot bewijs en [naam verweerster] zal van haar stelling dat [naam eiser], nadat hij door [X] op zijn functioneren is gewezen, woedend is geworden en daarom ontslag op staande voet heeft genomen, in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>De zaak wordt naar de rol verwezen voor een akte zodat partijen zich kunnen uitlaten over de vraag hoe zij bewijs willen leveren..</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Verdere beslissingen worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het gerecht,:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [naam eiser] in de gelegenheid te bewijzen dat [X] hem op 15 januari 2018 op de werkplek heeft mishandeld en dat hij daarna op staande voet is ontslagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [naam verweerster] in de gelegenheid te bewijzen dat [naam eiser] op 15 januari 2018, nadat hij door [X] op zijn functioneren is gewezen, woedend is geworden en daarom ontslag op staande voet heeft genomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 maart 2019 voor akte uitlating bewijs zijdens partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 12 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>