<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-18T10:25:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201900765</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:663">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-18T10:22:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:663 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-10-2019 / AUA201900765</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:663:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verzet. Kwaad opposant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:663:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 9 oktober 2019</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA201900765</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Opposante],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>opposante,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposante],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Geopposeerde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [Geopposeerde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 22 oktober 2018 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [Geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 6 februari 2019 onder zaaknummer B.B. AUA201803344 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposante] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [Geopposeerde] van Afl. 7.073,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018 en met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling aan [opposante] van Afl. 550,-- aan proceskosten;</para>
      <para>- de op 7 maart 2019 per fax en op 8 maart 2019 fysiek ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposante], met één productie;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in oppositie van [Geopposeerde];</para>
      <para>- de tegen [opposante] verleende akte van niet dienen van een conclusie van repliek in oppositie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>opposante] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [Geopposeerde] afwijst, kosten rechtens.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Geopposeerde] voert verweer en concludeert - zo het Gerecht begrijpt - tot afwijzing van het door [opposante] verzochte en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de stukken blijkt dat het betalingsbevel waarvan verzet is betekend aan [opposante] op 21 februari 2019 en dat [opposante] haar verzetschrift op 7 maart 2019 per fax heeft ingediend bij de griffie van dit Gerecht. Dat betekent dat [opposante] binnen de daartoe geldende wettelijke termijn van 14 dagen verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in dat verzet. Het (impliciete) ontvankelijkheidsverweer van [Geopposeerde] wordt verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>opposante] heeft de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde met producties onderbouwde stellingen van [Geopposeerde] niet (nader) bestreden. Dat brengt mee dat vast komt te staan dat [opposante] in hoofdsom Afl. 7.073,-- verschuldigd is aan [Geopposeerde] aan achterstallige huur met betrekking tot de woning gelegen in Aruba te [adres], te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018. Evenmin heeft [opposante] de door [Geopposeerde] in haar als bijlage 1 overgelegde productie bij haar conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen ter zake van buitengerechtelijke incassokosten bestreden. Vast komt daarom verder te staan dat [opposante] te dezen het forfaitair vast te stellen bedrag ad Afl. 750,-- (1,5 punt, tarief 3, ad Afl. 500,-- per punt) verschuldigd is aan [Geopposeerde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Vorenstaande brengt met zich dat [opposante] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>opposante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [Geopposeerde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposante] tot kwaad opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [opposante] in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 9 oktober 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>