<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T15:33:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. AUA201802970</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:66">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T15:32:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:66 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-01-2019 / A.R. AUA201802970</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:66:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gedaagde moet meewerken aan het verlijden van de notariële leveringsakte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:66:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 30 januari 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. AUA201802970</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: eiser,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 12 december 2018;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 8 januari 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 26 maart 2008 zijn partijen van elkaar gescheiden. De gemeenschap van goederen is ontbonden, waarbij in een echtscheidingsconvenant is vastgelegd hoe de gemeenschappelijke zaken moeten worden verdeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen zijn gezamenlijk eigenaren van de voormalige echtelijke woning. Partijen hebben afgesproken dat eiser de woning toebedeeld krijgt. Deze afspraak is vastgelegd in het echtsscheidingsconvenant.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Eiser heeft gesteld dat hij medewerking van gedaagde nodig heeft om de woning te kunnen overnemen. Gedaagde weigert echter haar aandeel in de woning aan eiser over te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In het onderhavig geschil vordert eiser - naar het gerecht begrijpt - dat gedaagde meewerkt aan het verlijden van de notariële leveringsakte waarmee haar aandeel in de woning aan eiser wordt geleverd, althans dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de te verlenen medewerking, alsmede gedaagde te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Eiser wil dat gedaagde wordt gedwongen om mee te werken aan de overdracht van haar aandeel in de woning aan eiser. Deze vordering komt het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, nu het belangrijk is dat uitvoering wordt gegeven aan de afspraken die in het echtscheidingsconvenant zijn opgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Tevens heeft eiser gevorderd dat dit vonnis in de plaats zal treden van de door gedaagde te verlenen medewerking. Dat de aard van de te verrichten rechtshandeling zich daartegen verzet is niet gebleken. Gedaagde heeft bovendien geen verweer gevoerd tegen het verzoekschrift. De vordering betreft de situatie die is omschreven in artikel 3:300 lid 1 BW. Deze vordering zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gezien de relatie tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat gedaagde moet meewerken aan het verlijden van de notariële leveringsakte waarbij het aandeel van gedaagde in de woning aan eiser wordt geleverd zoals afgesproken in het echtscheidingsconvenant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat in het geval gedaagde niet meewerkt aan het verlijden van de notariële leveringsakte waarbij het aandeel van gedaagde in de woning aan eiser wordt geleverd zoals afgesproken in het echtscheidingsconvenant, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor die rechtshandelingen noodzakelijke instemmende wilsverklaring(en) van gedaagde als bedoeld in artikel 3:300 lid 1 BW,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder partij de eigen kosten draagt.;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>