<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:21:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR AUA201800950</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2019/311</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-13T16:24:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:574 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-09-2019 / AR AUA201800950</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling verdeling nalatenschap. Eiser niet-ontvankelijk. niet alle gerechtigden tot de nalatenschap in deze procedure zijn betrokken bij de door eiser verzochte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 4 september 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA201800950</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISERES],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [EISERES],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [Gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: voorheen de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen, thans mr. C.S. Edwards.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek, tevens houdende een akte tot vermeerdering of wijziging van eis;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek, met één productie;</para>
        <para>-de mondelinge uitlating productie van [EISERES] ter rolzitting van 12 juni 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>EISERES] verzoekt dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de verdeling beveelt en vaststelt van de nalatenschap van wijlen [WIJLEN] zoals door [EISERES] omschreven, kosten rechtens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Gedaagde] voert verweer en concludeert tot verdeling van bedoelde nalatenschap zoals door hem omschreven, kosten rechtens althans compensatie van die kosten tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Vast staat <emphasis role="underline">tussen partijen</emphasis> het volgende.[WIJLEN], geboren op Aruba op [geboortedatum] 1971, is op [datum] 2015 in Aruba overleden (hierna: de erflaatster). De erflaatster is in de gemeenschap van goederen gehuwd geweest met [Gedaagde], welk huwelijk is geëindigd door echtscheiding op [datum 2] 2014. Ten tijde van het overlijden van de erflaatster was de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap  van voornoemd voormalig echtpaar (hierna: de gemeenschap) nog onverdeeld. De erflaatster heeft niet bij uiterste wilsbeschikking over haar nalatenschap beschikt. [EISERES], haar broer [broer]  en haar zus [zus] zijn kinderen van de erflaatster, en zijn als zodanig gerechtigd tot de nalatenschap van de erflaatster, die bestaat uit de helft van de gemeenschap (hierna: de nalatenschap).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Uit vorenstaande volgt dat niet alle gerechtigden tot de nalatenschap in deze procedure betrokken zijn bij de door [EISERES] verzochte verdeling daarvan. Ingevolge het eerste  lid van artikel 3:195 BW is een dergelijke verdeling nietig, tenzij die is geschied bij een notariële akte, in welk geval de verdeling kan worden vernietigd op vordering van degene(n) die niet aan de verdeling heeft of hebben deelgenomen. Nu een verdeling bij notariële akte thans niet aan de orde is valt zonder nadere uitleg - die ontbreekt - niet in te zien welk belang [EISERES] heeft bij de door haar verzochte verdeling. [EISERES] zal ter zake van haar vordering op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het niet betrokken zijn van alle gerechtigden tot de nalatenschap in deze procedure brengt verder mee dat [EISERES] evenmin kan worden ontvangen in haar verzoek tot het geven van een bevel tot verdeling daarvan. Niet valt immers en bijvoorbeeld uit te sluiten dat de niet in deze procedure betrokken overige gerechtigden tot de nalatenschap of één van hen een beroep doen of doet op het bepaalde in het derde en/of het vijfde lid van artikel 3:178 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De slotsom luidt dat [EISERES] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het door haar verzochte, en als zodanig zal zij in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [...] worden veroordeeld. Tot aan deze uitspraak worden die kosten begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Ter overvloede wordt nog het volgende overwogen. [EISERES] stelt dat zij samen met haar broer en zus ieder voor 1/3 deel gerechtigd is tot de nalatenschap. Daarin volgt het Gerecht [EISERES] niet, omdat het voorshands van oordeel is dat ook [Gedaagde] op de voet van artikel 4:879a BW daartoe gerechtigd is ter grootte van een kindsdeel. Gesteld noch is gebleken in dit verband dat [Gedaagde] afstand heeft gedaan van dat aan hem toekomende deel. Aldus zijn [EISERES], haar broer, haar zus en […] naar het voorlopig oordeel van het Gerecht ieder voor 1/8 deel gerechtigd tot de nalatenschap, die - zoals hiervoor reeds gezegd - bestaat uit de helft van de gemeenschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para>-verklaart [EISERES] niet-ontvankelijk in het door haar verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [EISERES] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>