<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-30T11:57:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201801391</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:554">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:554</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-30T11:54:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:554 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-08-2019 / AUA201801391</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:554:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Gerecht onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:554:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 20 augustus 2019</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. AUA201801391.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoeker]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, hierna: de vader,</para>
      <para>gemachtigde: aanvankelijk de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff, thans de advocaat mr. D.G. De Sousa Croes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verweerster]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Argentinië, </para>
      <para>VERWEERSTER, hierna: de moeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba, </para>
      <para>de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 23 mei 2018,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlating zijdens verzoeker, ingediend op 5 maart 2019,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte zijdens verweerster, ingediend op 16 april 2019. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De minderjarige is geboren uit een affectieve relatie tussen partijen en is door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De moeder en de minderjarige zijn op 27 september 2017 uitgeschreven van het bevolkingsregister van Aruba met als bestemming Buenos Aires, Argentinië. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANTPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast, en tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige. </para>
        <para>Bij zijn akte van 5 maart 2019 heeft de vader een door partijen ondertekende <emphasis role="italic">“Plan Parental” </emphasis>overgelegd en verzocht deze in een proces-verbaal op te nemen, waarna de procedure kan worden geroyeerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De moeder heeft zich in haar antwoordakte ten exceptieve op het standpunt gesteld dat dit gerecht ex artikel 429 ba Rv niet bevoegd is, nu de minderjarige niet in Aruba woont maar in Argentinië. Ten principale heeft de moeder zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomst, zoals door de vader is overgelegd, is aangegaan onder een verkeerde voorstelling van zaken, en dat de geldigheid daarvan in een lopende gerechtelijke procedure in Argentinië aan de orde zal worden gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Gelet op de omstandigheid dat de minderjarige inmiddels – en nog voordat onderhavig verzoek is ingediend – niet meer in Aruba woont, is allereerst aan de orde de vraag of het gerecht rechtsmacht heeft in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 429ba van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba (Rv) komt aan de rechter geen rechtsmacht toe, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende minderjarige kinderen moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van de minderjarigen, zijnde het uitgangspunt in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (en ook in de opvolger daarvan, het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996). Ligt de gewone verblijfplaats van het kind, zoals in dit geval, buiten Aruba, dan komt de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>In dit geval is gebleken dat de minderjarige vanaf september 2017 in Argentinië woont, zodat onderhavig verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Dit leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 20 augustus 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>