<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-16T14:20:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA 201801235</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:518">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-16T14:19:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:518 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-06-2019 / AUA 201801235</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:518:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>partijen zijn niet tot een minnelijke regeling gekomen; zekerheidsstelling; verwijzen voor conclusie van antwoord.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:518:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 juni 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. AUA 201801235</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar Venezolaans recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">CONSTRUCTORA AZZURRA C.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Venezuela, </para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van haar gemachtigde te Aruba</para>
      <para>hierna ook te noemen: Azzurra,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. R.C. Samuels en M.A. Ellis-Schipper,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">CITGO ARUBA REFINING N.V. </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Citgo,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. J.A. Saade en W.G.T.M. Kloes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- de conclusie van eis met producties;</para>
    <para>- de akte eiswijziging van de zijde van Azzurra;</para>
    <para>- de incidentele conclusie van Citgo;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord in het incident van Azzurra;</para>
    <para>- het vonnis in het incident tot zekerheidsstelling van 28 november 2018;</para>
    <para>- de akte uitlating zekerheidsstelling van de zijde van Azzurra van 12 december 2018;</para>
    <para>- de akte uitlating zekerheidsstelling van de zijde van Azzurra van 27 februari 2019;</para>
    <para>- de antwoordakte uitlating zekerheidsstelling van de zijde van Citgo.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit de akte uitlating zekerheidsstelling van 12 december 2018 blijkt dat partijen bezig zijn de zaak minnelijk te regelen middels een vaststellingsovereenkomst en dat partijen verzoeken om uitstel van de door het Gerecht bepaalde termijn tot stellen van zekerheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij akte uitlating zekerheidsstelling van 27 februari 2019 heeft Azzurra medegedeeld dat partijen niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen en heeft overgelegd het bewijs van zekerheidsstelling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op bovengenoemde gang van zaken, te weten dat partijen hebben verzocht om uitstel van de termijn waarbinnen zekerheid diende te worden gesteld wegens onderhandelingen over een minnelijke regeling, gelet op het feit dat partijen niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen en Azzurra thans (buiten de termijn) zekerheid heeft gesteld en gelet op het standpunt van Citgo, inhoudende dat zij zich niet verzet tegen verder procederen, ziet het Gerecht geen aanleiding om  Azzurra in de hoofdzaak niet-ontvankelijk te verklaren wegens het buiten de termijn om stellen van zekerheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Het Gerecht zal de zaak daartoe verwijzen naar de rol van woensdag 3 juli 2019 voor dienen conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de zijde van Citgo.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK </title>
    <para>De rechter in dit Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 juli 2019 voor dienen conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de zijde Citgo;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>