<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:35</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-18T15:41:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201802194</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:35">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:35</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-18T15:41:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:35 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-01-2019 / AUA201802194</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:35:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, nakoming overeenkomst, betalingsonmacht ontslaat niet van betalingsverplichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:35:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 16 januari 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. AUA201802194</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>EISERES, hierna ook te noemen: eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[GEDAAGDE 1], </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold underline">[GEDAAGDE 2]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDEN, hierna ook gezamenlijk te noemen: gedaagden, respectievelijk gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 7 november 2018;</para>
    <para>- de producties van eiseres, ingediend op 22 november 2018;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie na antwoord op 27 november 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres heeft in de periode van 24 februari 2016 tot en met 1 maart 2016 en in de periode van 30 april 2016 tot en met 6 mei 2016 medische behandelingen verricht ten behoeve van de dochter van gedaagden, [naam minderjarige]. Tevens heeft eiseres in de periode van 24 februari 2016 tot en met 25 februari 2016 medische behandelingen verricht ten behoeve van gedaagde sub 1. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Eiseres heeft in totaal een bedrag van Afl. 23.401,- in rekening gebracht ter zake van voornoemde medische behandelingen. Gedaagden hebben destijds een bedrag van Afl. 350,- (1x Afl. 100,- en 1x Afl. 250,-) betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gedaagde sub 2 heeft een schuldbekentenis ondertekend, waarin hij zich als borg stelt voor de voornoemde schuld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij brief van 4 juli 2017 heeft eiseres gedaagde sub 1 gesommeerd tot betaling van een bedrag van Afl. 23.051,-, vermeerderd met de wettelijke rente en 15% buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde sub 1 heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseres vordert - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van gedaagden tot betaling van Afl. 23.051,- te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,- en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiseres grondt de vordering erop dat zij op gedaagden een opeisbare vordering heeft ter zake door eiseres aan [naam minderjarige] en gedaagde sub 1 geleverde diensten waarvoor gedaagde sub 2 zich als borg heeft gesteld. Ondanks aanmaningen zijn gedaagden tekort geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gedaagde sub 1 heeft de gevorderde hoofdsom niet weersproken. Voorts voert zij aan dat zij niet mag werken, omdat zij pas een operatie heeft gehad en is nu nog aan het herstellen. Gedaagde sub 2 heeft eveneens de gevorderde hoofdsom niet weersproken. Gedaagde sub 2 heeft voorts aangevoerd dat hij ongeveer Afl. 2.200,- per maand verdient en is hij om die reden niet in staat om aan zijn financiële verplichtingen jegens eiseres te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Hoe vervelend deze situatie voor gedaagden ook is, betalingsonmacht ontslaat hen niet van hun betalingsverplichting. Vast staat dat gedaagden tekort zijn geschoten in de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens eiseres en dat de hoofdsom zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De verschuldigdheid van de wettelijke rente is door gedaagden niet betwist en wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen conform het procesreglement 2018 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 750,- griffierecht, Afl. 627,52 aan verschotten en Afl. 2.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 4).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagden tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 23.051, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 627,52 aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>