<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:348</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-17T16:08:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800255</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:348">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:348</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-17T16:08:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:348 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-06-2019 / AUA201800255</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:348:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ej. Arbeid. Dringende reden voor ontslag. De werkgever kan in redelijkheid niet gevergd worden het dienstverband van verzoeker langer voort te zetten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:348:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 11 juni 2019</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. AUA201800255</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoeker],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXCELSIOR CASINO N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Excelsior,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. B.M. de Sousa.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 4 september 2018 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-het proces-verbaal van bewijslevering van 27 september 2018;</para>
        <para>-het proces-verbaal van voortzetting bewijslevering van 19 november 2018;</para>
        <para>-de conclusie na bewijslevering van Excelsior;</para>
        <para>-de op 19 maart 2019 door [verzoeker] genomen antwoordconclusie na bewijslevering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenbeschikking neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Krachtens de tussenbeschikking is aan Excelsior opgedragen het volgende te bewijzen:</para>
        <para>I. zijn collega [collega van verzoeker] (hierna: [collega van verzoeker]) op 21 augustus 2017 telefonisch heeft bedreigd in de zin van afdreiging, bestaande uit het eisen van Afl. 5.000,-- van [collega van verzoeker] of dat [collega van verzoeker] met gebruikmaking van haar relatie met de General Manager van Excelsior [general manager] (hierna: [general manager]) die manager moest beïnvloeden om het ontslag van [verzoeker] ongedaan te maken, en dat bij gebreke van dit één of ander [verzoeker] zekere in zijn bezit zijnde tussen [collega van verzoeker] en [general manager] gevoerde Whatsapps zou openbaren op Facebook;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. op 22 augustus 2017 tegen directeur [directeur] heeft gezegd (zakelijk weergegeven): bai den coño; je zult zien wat er gaat gebeuren; ik krijg je nog te pakken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. op 22 augustus 2017 tegen voornoemde General Manager heeft gezegd (zakelijk weergegeven): bai den coño.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter zake van onderdeel II. van het probandum wordt het volgende overwogen. Getuige [collega van verzoeker] verklaart dat zij in het Casino van Excelsior [verzoeker] tegen [directeur] heeft horen zeggen: bai den coño; je zult zien wat er gaat gebeuren; ik krijg je nog te pakken. Getuige [directeur] verklaart dat hij in het Casino [verzoeker] diezelfde woorden tegen hem ([driecteur] dus) heeft horen zeggen. Onderdeel II. van het probandum is met die verklaringen genoegzaam bewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Hetzelfde geldt voor onderdeel III. van het  probandum. [collega van verzoeker] heeft immers [verzoeker] in het Casino tegen de General Manager voornoemd horen zeggen: bai den coño, met betrekking tot welke woorden getuige [directeur] heeft verklaard dat hij ze eveneens heeft gehoord uit de mond van [verzoeker]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit vorenstaande volgt dat het Gerecht niet twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verdere verklaringen van getuige [collega van verzoeker]. De verdere verklaringen van die getuige brengen naar het oordeel van het Gerecht mee dat Excelsior onderdeel I. van het probandum ook  heeft bewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Nu de hiervoor onder I., II, en III. vermelde stellingen vast zijn komen te staan komt onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.6 van het tussenvonnis eveneens vast te staan dat [verzoeker] een dringende reden heeft gegeven aan Excelsior voor ontslag. Van Excelsior kan in het licht van het hiervoor omschreven meermalen ernstig verwijtbaar handelen zijdens [verzoeker] in redelijkheid niet gevergd worden het dienstverband van [verzoeker] langer voort te zetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Vorenstaande brengt mee dat de vorderingen van [verzoeker] zullen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8 [</nr>
      <para>verzoeker] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van Excelsior, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 230,84 aan verschotten (oproepkosten getuige [collega van verzoeker]) en Afl. 4.375,-- aan salaris voor de gemachtigde (3,5 punten, tarief 5).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het door [verzoeker] verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Exelsior, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 230,84 aan verschotten en Afl. 4.375,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 juni 2019.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>