<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T16:07:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201802932</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:302">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:302</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T16:07:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:302 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 21-05-2019 / AUA201802932</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:302:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ, Arbeid, ontslag nietig, (door)betaling loon, mondeling gesloten arbeidsovereenkomst, bewijslevering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:302:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 21 mei 2019</para>
    <para>Behorend bij E.J. AUA201802932</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoekster],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DERCOL CONSTRUCTION &amp; SERVICES N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>verweerster, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Dercol,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, met producties;</para>
      <para>- het verweerschrift;</para>
      <para>- de (nadere) beslissing van dit Gerecht dat de behandeling van de zaak zal 	plaatsvinden ter zitting van dinsdag 9 april 2019 om 08:30 uur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Partijen zijn ter zitting verschenen bij hun respectieve gemachtigden. [verzoekster] heeft gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van repliek te reageren op het verweerschrift van Dercol. Dercol heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om bij wijze van dupliek te reageren op die reactie van [verzoekster].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Naast verlof tot kosteloos procederen verzoekt [verzoekster] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:</para>
      <para />
      <para>a. het door Dercol aan [verzoekster] op 2 december 2017 gegeven ontslag nietig verklaart;</para>
      <para />
      <para>b. Dercol veroordeelt tot (door)betaling aan [verzoekster] van haar loon totdat haar dienstverband bij Dercol rechtsgeldig is geëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging;</para>
      <para />
      <para>c. Dercol beveelt [verzoekster] binnen tien dagen na de uitspraak van deze beschikking weer te werk te stellen in haar reguliere functie;</para>
      <para />
      <para>d. bepaalt dat Dercol ten behoeve van [verzoekster] een dwangsom verbeurt van Afl. 75,-- voor iedere dag of deel daarvan dat Dercol voormeld bevel niet opvolgt;</para>
      <para />
      <para>d. Dercol veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Dercol voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [verzoekster] verzochte, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk verstrekt bewijs van onvermogen blijkt dat [verzoekster] niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan [verzoekster] zal daarom verlof worden verleend tot kosteloos procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>verzoekster] stelt dat zij op 13 november 2017 krachtens een daartoe tussen partijen mondeling gesloten arbeidsovereenkomst in loondienst is getreden van Dercol. Dercol heeft die stelling gemotiveerd bestreden, waardoor die niet vast staat. Nu [verzoekster] bewijslevering heeft aangeboden, zal zij in de gelegenheid worden gesteld haar stelling door middel van het doen horen van getuigen te bewijzen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde terechtzitting, tijdens welke zitting maximaal drie getuigen kunnen worden gehoord. [verzoekster] dient uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door haar voor te brengen getuige(n) schriftelijk kenbaar te maken aan het Gerecht en aan [verzoekster].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>In afwachting van bewijslevering en de daarna door partijen te nemen conclusies na bewijslevering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verleent aan [verzoekster] verlof tot kosteloos procederen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-stelt [verzoekster] in de gelegenheid om door middel van het doen horen van getuigen te bewijzen hetgeen zij ingevolge rechtsoverweging 3.2 dient te bewijzen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de zaak daartoe (in verband met vakantie van ondergetekende en het daarop aansluitende reces) naar de terechtzitting van <emphasis role="bold">maandag 19 augustus 2019 om 14:30 uur</emphasis> te houden in de enquêtezaal van het in Aruba te J.G. Emanstraat 51 gelegen gerechtsgebouw, tijdens welke zitting [verzoekster] maximaal drie getuigen kan doen horen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat [verzoekster] uiterlijk drie dagen voor voormelde zitting de personalia van de door haar voor te brengen getuige(n) schriftelijk kenbaar moet maken aan het Gerecht en aan Dercol;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt in afwachting van bewijslevering en de daarna door partijen te nemen conclusies na bewijslevering iedere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is  in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>