<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:17:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201900904</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2019/152</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-14T11:47:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:264 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-05-2019 / AUA201900904</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Nietigverklaring en verzoek om een verklaring voor recht zijn in kort geding niet mogelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 8 mei 2019</para>
    <para>Behorend bij K.G. AUA201900904</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde] in zijn hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van [overledene] </emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde] q.q.,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-het verzoekschrift met producties;</para>
        <para>-de beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal worden gehouden op de terechtzitting van vrijdag 5 april 2019 om 10:30 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2 [</nr>
      <para>eiser] en [gedaagde] q.q. zijn in persoon ter terechtzitting verschenen. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, [gedaagde] q.q. mede aan de hand van toegelaten producties en overgelegde pleitaantekeningen, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-het bij partijen genoegzaam bekende verzoek van [gedaagde] q.q. om voorschot (hierna: het verzoek) af wijst en nietig verklaart;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-voor recht verklaart dat [gedaagde] q.q. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en dat [gedaagde] q.q. aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg daarvan geleden schade.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] q.q. voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiser] heeft gesteld dat hij spoedeisend belang heeft bij de door hem verzochte voorzieningen. Die stelling heeft [gedaagde] q.q. niet bestreden, en wordt daarom aangenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De door [eiser] verzochte nietigverklaring moet - wat van de inhoud van dat verzoek ook zij - worden afgewezen, nu in het algemeen geldt dat nietigverklaring in kort geding niet mogelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De door [eiser] verzochte afwijzing van het verzoek zal eveneens worden afgewezen, nu dat verzoek reeds rechterlijk is toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De door [eiser] verzochte verklaring voor recht moet ook worden afgewezen, nu in het algemeen geldt dat in kort geding geen verklaring voor recht gegeven kan worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [gedaagde] q.q., tot aan deze uitspraak begroot op nihil nu [gedaagde] q.q. in deze procedure niet werd bijgestaan door een advocaat. Hierbij heeft te gelden dat [gedaagde] q.q. de door hem aan deze zaak bestede uren ten laste mag brengen van het bij partijen genoegzaam bekende dossier waarin hij is benoemd als executeur-testamentair, in welk licht [gedaagde] q.q. onbetwist heeft gesteld dat hij inclusief de mondelinge behandeling daarvan vijf uren heeft besteed aan deze zaak. Het Gerecht zal in dit verband verstaan als na te melden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het door [eiser] verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde] q.q., tot aan deze uitspraak begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verstaat dat [gedaagde] q.q. de door hem aan deze zaak bestede vijf uren ten laste mag brengen van de nalatenschap van [overledene] overeenkomstig het bepaalde door dit Gerecht bij beschikking van 24 april 2018 in de zaak met als zaaknummer AUA201800078.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M van de Leur rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>