<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-08T16:58:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2378 van 2017/AUA201703093</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:245">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-08T16:58:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:245 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-04-2019 / 2378 van 2017/AUA201703093</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:245:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Wijziging gezag. Hoofdverblijfplaats. Omgang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:245:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 30 april 2019</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 2378 van 2017/AUA201703093</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van: </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[vader], hierna: de vader,</title>
    <para>wonende in de Verenigde Staten van Amerika,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">[grootvader vaderszijde]</emphasis>hierna: de grootvader vaderszijde,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">[grootmoeder vaderszijde]</emphasis>hierna: de grootmoeder vaderszijde,</para>
    <parablock>
      <para>beiden wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKERS, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[moeder]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERSTER, hierna: de moeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[minderjarige], </emphasis>de minderjarige.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 13 februari 2018, waarbij aan de Voogdijraad is verzocht om onderzoek te verrichten naar de sociale omstandigheden van de moeder en daarover rapport uit te brengen en waarbij een (voorlopige) omgangsregeling is bepaald tussen de vader en de minderjarige. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 19 juni 2018;</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 29 januari 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigden. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw [X] en mevrouw [Y].</para>
    <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Ontzetting</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Zoals in de tussenbeschikking van 13 februari 2018 reeds is overwogen, kan de rechter, indien hij het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, een ouder van het ouderlijk gezag ontzetten, om reden van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen, of het bestaan van gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind, doordat de ouder het kind terugeist of terugneemt van anderen die diens verzorging en opvoeding op zich hebben genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit het door de Voogdijraad omtrent de  uitgebrachte rapport noch uit het ter zitting besprokene blijkt dat de door de wet (artikel 1:269 BW) aangegeven gronden voor ontzetting van de moeder van het ouderlijk gezag bestaan, zodat dit verzoek niet toewijsbaar is. Dit onderdeel van het verzoek zal daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Subsidiair wordt verzocht om het gezag te wijzigen, in die zin dat de vader alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast dan wel gezamenlijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer mee dat in het belang van de minderjarige het ouderlijk gezag aan één van de ouders moet worden toegekend. Dit kan anders zijn, indien de bestaande communicatieproblemen zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders die het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen, zonder dat te verwachten is dat in die problemen binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. In dat geval kan het belang van de minderjarige meebrengen dat de rechter bepaalt dat één van de beide ouders het ouderlijk gezag over de minderjarige zal uitoefenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>In het onderhavig geval is het Gerecht er geenszins van overtuigd dat het in het belang van de minderjarige is dat slechts de vader het gezag uitoefent. Het Gerecht is, mede gelet op het verhandelde ter zitting en het rapport van de Voogdijraad, van oordeel dat niet gebleken is dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren zal raken indien de ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen. Daarbij neemt het gerecht in overweging dat de ouders thans minimaal met elkaar kunnen communiceren omtrent aangelegenheden die de minderjarige aangaat. De ouders worden in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. In het belang van de minderjarige zal het Gerecht daarom partijen gezamenlijk met het gezag over haar belasten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdverblijfplaats</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder gehandhaafd dient te worden, nu zulks, gelet op het verhandelde ter zitting en het rapport van de Voogdijraad, beter is voor het kind. Het betreft hier een jong kind. De minderjarige is in Aruba geboren en getogen en heeft altijd bij de moeder in Aruba gewoond. Hij gaat hier naar school en heeft zijn sociale contacten in Aruba. Niet gebleken is dat de minderjarige niet goed door de moeder wordt verzorgd. Hij heeft nooit bij de vader gewoond. De vader woont in de Verenigde Staten. Niet gebleken is dat het in het belang van de minderjarige is om naar de Verenigde Staten te verhuizen. Bij de beoordeling van het belang van de minderjarige in het kader van een verhuizing dienen naar het oordeel van het Gerecht ook de gevolgen in ogenschouw te worden genomen van de verbreking van de schoolse en sociale contacten van de minderjarige. Voorts neemt het gerecht in aanmerking de leeftijdsfase waarin hij zich bevindt en de impact die een dergelijke verhuizing zal hebben op het contact met de moeder. Het moet in het belang van de minderjarige worden geacht dat hij in zijn vertrouwde woonomgeving blijft. Het gerecht zal derhalve bepalen dat de hoofdverblijfplaats bij moeder zal blijven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang met de vader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De minderjarige en de vader hebben recht op omgang met elkaar. Een goede omgang tussen hen is in het belang van de minderjarige. Het Gerecht acht de zijdens de Voogdijraad voorgestelde omgangsregeling in het belang van de minderjarige en verwacht van de ouders dat zij zich beiden zullen inzetten zodat de omgangsregeling soepel zal verlopen. De ouders gaan overigens ook akkoord met het voorstel. Het staat partijen vrij onderling afwijkende afspraken te maken over de omgangsregeling. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang met de grootouders vaderszijde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Uit het rapport van de Voogdijraad blijkt dat de omgangsregeling tussen de grootouders vaderszijde en de minderjarige goed verloopt. Geadviseerd wordt om de omgang tussen de grootouders vaderszijde en de minderjarige te handhaven. De moeder gaat daarmee akkoord. Dit punt is in onderling overleg geregeld, zodat het gerecht hierover geen beslissing zal nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>De kosten zullen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vader, [vader], voortaan gezamenlijk met de moeder, [moeder], zal zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in Aruba, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt het hoofdverblijf van de minderjarige bij de moeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt:</para>
    </parablock>
    <para>- om het jaar gedurende de paasvakantie, de herfstvakantie, de kerstvakantie en oud en nieuw (tussen partijen in onderling overleg af te spreken),</para>
    <para>- de helft van de zomervakantie (tussen partijen in onderling overleg af te spreken),</para>
    <para>- indien de vader zich in Aruba bevindt voor de feestdagen en hij niet aan de beurt is: minimaal 3 uren op de feestdagen met de minderjarige (tussen partijen in onderling overleg af te spreken),</para>
    <para>- indien de vader zich in Aruba bevindt gedurende de rest van het jaar mag de minderjarige bij de vader logeren (tussen partijen in onderling overleg af te spreken), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure aldus dat ieder partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 30 april 2019 door de rechter mr. E.M.D. Angela in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>