<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-02T10:08:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800348</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-02T10:08:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:237 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 24-04-2019 / AUA201800348</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, AZV als benadeelde, schadeafwikkeling, eigen recht op schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 24 april 2019 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA201800348</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NAGICO INSURANCE ARUBA N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Nagico,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. A.I.N. Fräser en E.A.Th. Kuster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek, met één productie;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiser] verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <para>a. voor recht verklaart dat Nagico met uitsluiting van de AZV gehouden is de verzekerde som geheel uit te betalen aan [eiser];</para>
      <para />
      <para>b. Nagico veroordeelt om aan [eiser] te betalen Afl. 32.847,28, te vermeerderen met wettelijke rente en 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
      <para>c. Nagico veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nagico voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het overgelegde bevoegdelijk aan [eiser] verstrekte bewijs van onvermogen blijkt dat hij niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan [eiser] zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De centraal in dit geschil te beantwoorden vraag is of de AZV als benadeelde heeft te gelden in de zin van artikel 1 juncto artikel 6 van de Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (hierna: Lam), en als zodanig op de voet van het tweede lid van artikel 38 van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (hierna: Lazv) meedeelt in het totaal van de som waarvoor [eiser] verzekerd is, te weten Afl. 150.000,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het Gerecht beantwoordt die vraag ook in dit geschil bevestigend. [eiser] is de in het tweede lid van artikel 38 Lazv bedoelde verzekerde (van de AZV). Nagico is ter zake van de onderhavige bij partijen genoegzaam bekende ongevalsgevolgen aansprakelijk volgens de bepalingen van de Lam, welke bepalingen tot het burgerlijk recht moeten worden gerekend. In het licht daarvan heeft Nagico in het kader van de onderhavige schadeafwikkeling de AZV terecht aangemerkt als benadeelde in de hiervoor omschreven zin. Aldus heeft de AZV krachtens het eerste lid van artikel 6 Lam als benadeelde jegens Nagico een eigen recht op schadevergoeding, op grond waarvan een deel van de hiervoor vermelde som (lees: het in hoofdsom door [eiser] gevorderde bedrag) door Nagico moet worden uitgekeerd aan de AZV. Ook thans zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld die nopen tot een andersluidend oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Vorenstaande brengt mee dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para>-wijst af het door [eiser] verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verleent verlof aan [eiser] tot kosteloos procederen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 april 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>